|
Ik rook
Ik rook. Nog, want een nieuwe datum om ermee te stoppen staat al in mijn agenda. Het is ongeveer de achtste keer dat ik serieus een poging ga doen om ermee op te houden. Vaak lukt dat ook een paar maanden, tot ik in een café of restaurant zit, licht beneveld van een half flesje wijn, en mijn disgenoot een sigaret opsteekt. Ineens weet ik weer hoe heerlijk het is om die giftige gassen door de longen te voelen vibreren. Begerig vraag ik: “Mag ik er ook één?”
“Natuurlijk,” zegt de roker begripvol, en hij schuift me zijn pakje toe. Verslaafden zijn maar al te blij als ze niet alleen staan in hun zwakte. Dat is het moment dat ik weer langzaam aan de peuk raak. De keer daarop paf ik in het café gezellig een half pakje weg. Vervolgens hoeft er maar een stressmomentje of crisissituatietje te zijn, of ik ben weer hooked. Het rookverbod in de horeca vind ik dan ook een geweldig initiatief. Het zorgt dat de kans kleiner wordt dat ik weer met roken begin. (Maar nu eerst nog even stoppen).
Oké, dit is een persoonlijke reden waarom ik het rookverbod toejuich, maar zeg nou zelf: roken is toch gewoon smerig? Neem een natte-regenjasdag en je komt een café binnen waarin veertig rokers een blauwe walm produceren waar je tegenaan kunt leunen. Snakkend naar adem besef je: zo moet het dus zijn om astma, longemfyseem of COPD te hebben. De volgende ochtend ontdek je dat je haren en kleren ruiken of je hebt liggen rollen in een asbak. Of je zit in een restaurant en de ober zet de ultieme osso buco voor je neus. Je wilt net een hap nemen, wanneer je achterbuurman zijn maaltijd beëindigt met een stinksigaartje. Dan kun je je osso buco net zo goed naar de keuken terugsturen, want het smaakt nergens meer naar.
“Ja maar,” zeurt de verstokte roker, ”het rookverbod is een typisch geval van overheidsbetutteling.” Dat lijkt een ijzersterk argument, maar is de functie van de overheid niet gewoon betuttelen? In Nederland wonen we met ruim 16 miljoen mensen, en om iedereen soepeltjes met elkaar te laten samenleven, hebben we behoefte aan snelheidsbeperkingen, warenwetten, verplichte ziektekostenverzekeringen, onderwijsplicht, arbeidsrechten, sluitingstijden en een rookverbod in de horeca. Roken is zeer schadelijk voor de gezondheid, (als nog-roker durf ik niet te googelen wat de fatale gevolgen exact zijn), meeroken ook, dus beschermt de overheid haar burgers. Wil je toch een tumor kweken, dan doe je dat lekker op je eigen terrein waar niemand last van je heeft.
En echt, er zitten voor rokers ook positieve kanten aan het horecarookverbod. Het gaat zorgen voor een totaal nieuwe sociale omgangvorm, namelijk de smoke-flirt. Verlaat je je gezelschap even om buiten het café je ding te doen, dan ontmoet je daar allemaal gelijkgestemden. Boven een brandende peuk is een contact zo gelegd. In de Engelse horeca was het na het verbod buiten het café vaak gezelliger dan binnen. En daar maak ik me dus wel een beetje zorgen over. De smoke-flirt kan zomaar een uitstekende reden blijken om weer met roken te beginnen.
< TERUG NAAR COLUMNS
|