MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2011 BEM! Magazine


Burenruzie

Freek en ik hangen als dweilen over de bank en kijken naar een thriller die ik een maand of drie geleden heb opgenomen. Het is een film met veel personages, gebabbel en gemoord. Op een gegeven moment is me volstrekt niet meer duidelijk wie waarom dood is en het kan me ook niet schelen, want ik ben veel te moe. Tom Cruise loopt vertwijfeld door Central Park als we lawaai horen. “Zet de film eens stil.” Met gespitste oren luisteren we.
“De buren hebben weer eens ruzie,” zegt Freek en hij wil de film weer aan zetten.
“Wacht even,” zeg ik. “Waar zou het toch over gaan?”
 “Weet ik veel, de gewone dingen.”
“Daar moeten ze dan wel erg hard bij schreeuwen.” De muren zijn dun, maar het is bijzonder dat je woorden letterlijk kunt horen. De buurvrouw gilt: ‘Slome zak.’ “Of zegt ze nu: ‘Stomme zak?’”
Freek haalt zijn schouders op en zet de film aan. Dan horen we buurvrouws stem tekeergaan als een mitrailleur. “Ik heb gewoon medelijden met hem,” zeg ik en zet de film stop. Ik zie voor me hoe buurman als een geslagen hond is weggekropen in een hoekje van de bank. O, nu bromt hij wat. Het heeft een kernbomachtige lading, want er valt een oorverdovende stilte. “Ik ga een glas pakken,” zeg ik. “Misschien heeft hij haar wel neergeslagen en moeten we zo ingrijpen.”
Uit het keukenkastje pak ik twee limonadeglazen. Freek en ik gaan allebei op de knieën op de bank zitten met het glas tegen de muur. Er klinkt vaag geroezemoes dus de ambulance hoeft nog niet voor te rijden. “Kun jij ze verstaan?”
“Misschien moet je de bodem tegen de muur zetten.” Nu hoor ik woorden als woorden ‘kijk’, ’jouw schuld’ en ‘niet waar’, gebracht met een passie waar ik koud van word.
“Ik ga die film uitkijken,” zegt Freek en hij zet de film weer aan.
Ik vind het echte leven interessanter dan fictief gemoord in New York en daarom vertrek ik met het glas naar de wc waar het zo gehorig is dat ik buurvrouw kan horen pissen. Gezeten op de bril luister ik ingespannen om erachter te komen wat de kern van de kwestie is. Gaat het hier om Jaloezie? Seks? Overspel?
Ik schrik op door hard gebonk op de deur. Als ik opendoe, kijk ik in het woedende gezicht van Freek. Hij schreeuwt: “Nu staat weer het einde van de film er niet op. Ik word er knettergek van! Hoe vaak heb ik nou al niet gezegd dat je tien minuten extra moet opnemen!”
“De dader zal wel gepakt zijn.” Ik zeg het heel kalm, zodat hij dat ook wordt. Hoop ik.
“Ik ben niet achterlijk!” brult hij. “Waar het om gaat is dat het verdomme wel lijkt of ik weer bij mijn ouders woon! Daar heb ik nog nooit het eind van een film gezien, en hier is het net zo! Als jij een thriller opneemt, weet ik niet wie het heeft gedaan! Die James Bond laatst: ik moest weer raden hoe het afliep!”
“James won,” zeg ik. “James wint altijd.”
“Doe niet zo godvergeten vervelend! Je moet eens doen wat ik vraag en niet zo eigenwijs zijn! Stomme trut!” Met een dreun gooit hij de wc-deur dicht.
De buren zijn er stil van gevallen. Om nog iets te redden trek ik door.
De volgende morgen sta ik in het plantsoen toe te kijken hoe de hond een keuteltje doet, als buurvrouw langsloopt. “Hoe gaat ie?” vraagt ze opgewekt.
“Lekker!” roep ik. “En met jou!”

“Primaatje! Wat was dat nou gisteravond?” vraagt ze dan. “We hoorden je man zo enorm tekeergaan. Gaat het wel goed tussen jullie?”

< TERUG NAAR COLUMNS