MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2011 BEM! Magazine


Ziek

Buiten schijnt het zonnetje, binnen in bed ligt Freek te klappertanden onder dikke dekens. Als ik vraag hoe het gaat, zegt hij dat hij zich voelt of hij door een truck is overreden. Een uur later meldt hij dat het is of hij een voettocht door een ijskoud Siberië maakt, afgewisseld met een dans op de rand van een vulkaan. Soms lijkt het ook of hij in een op hol geslagen kermisattractie zit. Voor de zekerheid zet ik een teiltje naast het bed. Ik denk dat het een zomergriepje is, maar hij neemt het erg serieus. Drie keer per dag checkt hij zijn temperatuur, en de uitslagen schrijft hij op in een schriftje dat hij onder zijn hoofdkussen bewaart. Ook drinkt hij alleen maar slobberthee en kan hij slechts beschuitjes met suiker verwerken. Ik probeer lief en geduldig te zijn, maar na een dag of drie ben ik Freeks ziek zijn spuugzat. Ik ben doodmoe van alleen het huishouden doen, kinderen naar school, sportactiviteiten en vriendjes fietsen, hem verzorgen, de hond uitlaten en daarnaast heb ik het ook nog eens erg druk op mijn werk. Kon ik maar op bed liggen met als enige taak dvd-tjes kijken en roepen om meer slobberthee.  
Op een ochtend, nadat ik de kinderen heb gewekt, ze in de kleding heb gepraat, broodtrommels heb gevuld, ontbijten geserveerd, ze naar school heb gebracht, de hond heb uitgelaten en een stukje  geschreven, hoor ik hem mijn naam roepen. Als ik bij zijn bed sta, zwaait hij met zijn thermometer: “Ik heb nog maar een halve graad verhoging!”
“Zal ik een deken van het bed halen?” vraag ik.
Daar is hij nog niet aan toe. Het lijkt hem beter als ik een eitje voor hem ga bakken, want hij moet aansterken. Een kop koffie gaat er ook wel in. En wil ik alsjeblieft een ander filmpje van beneden meenemen? Die James Bond wil hij graag nog een keer zien. 
Even later zit ik wrokkig achter mijn laptop.  Ik google Freeks ziekteverschijnselen en zoek daar verschrikkelijke ziektes bij. Vervolgens google ik op gruwelijke patiëntenverhalen over die ziektes. Eén site opent zelfs met een In Memoriam. Met een laptop vol rampspoed loop ik naar Freek. Ik zet James Bond op pauze, plaats de laptop op zijn buik en zeg: “Moet je kijken wat ik op internet heb gevonden! Als je niet snel opknapt moet je echt naar de dokter. Ben je er te laat bij, dan loopt het he-le-maal verkeerd met je af.” Snel klikt hij langs de sites. Hij zag al wat bleekjes maar nu trekt hij wit weg. Geruststellend geef ik hem een klopje op zijn hand, “Misschien kun je straks proberen om even uit bed te komen. Loop bijvoorbeeld eens een klein blokje met de hond.”
De volgende dag is hij al voldoende hersteld om met het gezin aan tafel te eten, en twee dagen later is hij weer aan het werk.
En dan breekt mij het zweet uit. Het is of ik ben verpletterd ben door een enorme rotsblok want alles in mijn lichaam doet pijn. Siberië, de vulkaan, de kermisattractie, ik weet precies waar Freek het over had. Ik wil alleen nog maar onder zware dikke dekens in bed liggen en slobberthee drinken. En ik voel me een ongelooflijk kreng.  

Pien van der Werf (37) woont met man Freek (39), dochter Ruby (7) en zoon Midas (5), werkt als freelance tekstschrijver en probeert gezond te leven.

< TERUG NAAR COLUMNS