|
|
![]() |
| 2006 Esta | |
|
Voordat ze op de foto gaat, vertelt ze dat ze laatst door kapper en visagist Leco Zadelhoff onder handen is genomen. “Ik heb lang getwijfeld of ik het moest doen, maar ik vind het mooi geworden. Kijk, mijn wenkbrauwen zijn lichter. Dat geeft toch een wat zachtere uitstraling.” Agnes Kant (39) wordt het bijtertje van de Tweede Kamer genoemd door haar vurige manier van debatteren en omdat ze kampioen kamervragen stellen is. Maar misschien krijgt ze wel een prominentere rol dan die van Kamerlid. Na de verkiezingsoverwinning van de Socialistische Partij tijdens de gemeenteraadsverkiezingen is het ineens niet meer onmogelijk dat de oppositiepartij zitting neemt in een kabinet. Hoe vind je dat? “Het lijkt me geweldig. Vergis je niet, mijn handen jeuken. Ik loop zo vaak tegen dingen aan waar ik concreet wat aan wil doen. Ik hoop vooral dat ik meer kan inbrengen op het gebied van de zorg. Ik ben net terug van een toer van drie dagen in mijn gebied: de Achterhoek. Bij ziekenhuizen ben ik op bezoek geweest, bij de thuiszorg, de jeugdzorg, een medisch kinderdagverblijf, de gehandicaptenzorg. Met al die mensen praat ik over hoe het in de gezondheidszorg gaat en hoe zij denken dat het anders kan. Waar ik steeds weer op stuit is de bureaucratie en het wantrouwen. In de thuiszorg moeten ze bijvoorbeeld opschrijven hoeveel tijd ze kwijt zijn met het wassen van de patiënt, het aantrekken van steunkousen, het uit bed helpen. Voor al die activiteiten moet de patiënt een indicatie hebben anders kan er geen zorg worden verleend. Een landelijke instantie beslist wie welke indicatie krijgt. Na een halve dag kon ik het woord indicatie al niet meer horen. Afschaffen die handel, kap ermee! Het is absurd dat elk kind, bejaarde of oudere die zorg nodig heeft, eerst een sticker moet krijgen van een instantie. Hoe weet die instantie nu wat die patiënt nodig heeft of welke hulp voor handen is? Je kunt ook achteraf en steekproefsgewijs kijken of de zorg op een goede manier wordt verleend. Nu moet over alles vooraf en achteraf op papier verantwoording worden afgelegd en daarmee bereiken ze voornamelijk dat het personeel gefrustreerd raakt. Die uitwassen van georganiseerd wantrouwen moeten worden afgeschaft.” Is het werk als Kamerlid van een oppositiepartij niet erg frustrerend? Je hebt eigenlijk niet meer middelen dan zeggen dat het anders moet. “Dat is niet zinloos. Het geeft zelfs veel voldoening. Natuurlijk verander je de wereld niet als je in de oppositie zit, maar ook als je de macht hebt, verander je de wereld niet zomaar. Maar je kunt wel degelijk dingen bereiken door vol te houden en te confronteren met de werkelijkheid. Ik heb me bijvoorbeeld enorm ingezet om de wachtlijsten in de ziekenhuizen korter te krijgen, en uiteindelijk is dat behoorlijk gelukt. Helaas doe je dat niet alleen door een analyse te geven van hoe erg die lange wachtlijsten zijn, maar moet je ook met schrijnende voorbeelden komen. Ik heb veel contacten in de zorg, en via die kanalen krijg ik voldoende munitie binnen om duidelijk te kunnen maken hoe erg het is om zo lang op een wachtlijst te moeten staan.” Wat vind je de grootste misser van dit kabinet? “Nu verwacht je natuurlijk dat ik ga zeggen: de invoering van het zorgstelsel omdat ik daar zelf zoveel actie tegen heb gevoerd. En dat is ook zeker een misser. Maar in algemene zin valt me op dat dit kabinet, over welk onderwerp het ook gaat, zo weinig oor heeft voor wat deskundigen, de mensen van de werkvloer, of de bevolking vindt. Ze doen dingen waarvan uit enquêtes blijkt dat de meerheid van de bevolking dat absoluut niet wilt, en dat lijkt ze niets te kunnen schelen. Natuurlijk moeten kabinetten wel eens impopulaire maatregelen nemen, maar dit gaat erg breed. Of het nu gaat om het zorgstelsel, de afschaffing van de VUT of de WAO-hervormingen, ze trekken zich niets van de meerderheid aan. Uit alle peilingen blijkt dan ook dat er nog nooit een kabinet is geweest dat zo weinig vertrouwen heeft gehad.” Verschrikkelijk verliefd Je hebt gezondheidswetenschappen gestudeerd. “De gezondheidszorg trok me wel, maar de sportwereld vond ik ook heel interessant. Ik dacht erover om sportlerares te worden maar wilde wel graag een studie doen met een wetenschappelijke achtergrond. In Nijmegen kon je bewegingswetenschappen doen, en dat leek een mooie combinatie tussen die twee. Maar ik vond geen bal aan die studie. Ik ben overgestapt naar de afstudeerrichting epidemiologie. Toen was ik al erg geïnteresseerd in politiek, maar ik wilde eerst mijn studie afmaken. Eenmaal actief in de politiek, ging het heel hard.” Je was 27 toen je ging werken als beleidsmedewerker voor de SP-fractie in de Tweede Kamee SP-fracteiin de tweed ekaemr. edewerker voor het heel ahrd.n.en. gaan doen.gi vertoruwen heft gehad. dat het itj zijn met her. Je bent op de middelbare school nooit blijven zitten, je studeerde in vier jaar af, beviel op je 23ste van je eerste kind. Het is net of je allemaal van die doelgerichte keuzes hebt gemaakt. “Nou, dat valt wel mee. De dingen gingen zoals ze gingen. Mijn studie was niet een heel bewuste keuze, en de gang naar Den Haag deed zich plotseling voor. Het ging ineens goed met de SP en daarom werd ik gevraagd of ik voor de Tweede Kamer fractie wilde werken. Misschien komt het voor een buitenstaander wel gepland over, maar de meeste dingen wist ik zelf ook pas een paar maanden voor ze plaatsvonden. Zelfs dat ik zwanger raakte van onze oudste dochter overviel ons min of meer. We wilden het graag, maar dachten dat het er een paar jaar later van zou komen. Van nature ben ik doelgericht, misschien zelfs wel een streber. Dat zit in mijn karakter. Het begon al met het halen van mijn rijbewijs. Ik had tien lessen gehad en wilde per se slagen. En dat lukte toen ook nog! Toch was ik op de middelbare school was ik echt geen hoogvlieger. Ik zorgde er altijd voor dat ik net dat ene cijfer haalde waardoor ik toch nog overging.” Was je een opstandige puber? “Ik was calculerend. Ik spijbelde wel, maar alleen in lessen waar het kon.” Was je punk? “Nee, niet echt, ik hing er een korte periode tegenaan.” Kende je toen je man al? Zat je in de leerlingenraad? “Nee, dat vond ik zo’n gezever. In een interview zei mijn geschiedenislerares laatst dat ze ervan stond te kijken dat ik kamerlid was geworden. Ik dacht dat ze het wel had verwacht omdat ik zoveel interesse had in geschiedenis en vaak politieke vragen stelde. Maar waarschijnlijk dacht zij dat ik er het karakter niet voor had. In de klas zat ik achteraf in een hoekje, ik zei nooit wat, liep nooit voorop. Dat assertieve kwam echt als een verrassing. Ik ben het ook niet van nature. In mijn omgeving kunnen ze zich dat nu ook niet voorstellen, haha! Dat assertieve kwam alleen naar voren als een situatie speelde waarin er een beroep werd gedaan op mijn hoofd en mijn hart. Op een gegeven moment was er een leraar bij ons op school die totaal niet functioneerde. In de klas gebeurden er dingen die niet door de beugel konden. Toen hebben we hem met een groepje leerlingen opgesloten in de wc. Ik moest bij de rector komen. Ik vertelde hem dat die leraar geen les kon geven, dat hij provoceerde en dingen tegen vrouwelijke leerlingen van de school zei die echt niet konden. De rector was stomverbaasd dat ik dat allemaal durfde te zeggen. Ik, die nooit mijn mond opentrok! Toen was ik dus wel assertief, maar dat kwam doordat er sprake was van een belachelijke en idiote situatie. Gelukkig had ik een vrij zorgeloze jeugd, maar toen ik volwassener werd, ging ik me wel druk maken over dingen. Ik kwam in actie als mijn hart zei: dit kan niet, en mijn hoofd zei: iemand moet hier iets aan doen want het kan anders.” Rust op het thuisfront Waar komt je bevlogenheid vandaan? “Ik weet het niet. Interviewers vragen altijd naar mijn jeugd, en of ik het van mijn ouders mee heb gekregen. Natuurlijk heb ik veel meegekregen, maar ik denk dat ik nu doe wat ik doe omdat het gewoon in me zit. Alhoewel, het had ook anders kunnen lopen. Nu heb ik een man getroffen met wie ik dit leven kan leiden. Het lijkt of we samen voor dit leven hebben gekozen, maar voor een deel heb ik hem ermee geconfronteerd. Marc heeft een eigen bedrijf in engineering. Hij ontwikkelt machines en bedenkt oplossingen voor problemen met machines. Eigenlijk is hij een soort Willie Wortel. Daardoor kan hij zelf zijn tijd indelen en neemt hij een groot gedeelte van de zorg voor onze dochters op zich. Had hij dat niet kunnen doen, dan weet ik niet of ik kamerlid was geworden. Vrouwen zeggen wel eens tegen me: ‘Jij hebt makkelijk praten, met je fijne vent die alles thuis doet.’ Dan antwoord ik een beetje gechargeerd: ‘Nou, had dan ook een goede uitgezocht. Je was er toch zelf bij?’ Maar ik weet ook wel dat het zo niet werkt in de liefde. Ik vind een bepaalde rust aan het thuisfront erg belangrijk. Ik vind niet dat alle moeders fulltime moeten werken. Maar ik vind ook niet dat alle mannen die vader zijn geworden fulltime moeten werken. Daar moet een balans in worden gevonden. En misschien moet je niet teveel willen. Ik hoor wel eens van mensen die allebei fulltime willen werken, en een gezin hebben, en vrienden willen zien, en willen sporten. Dan denk ik: je moet misschien accepteren dat je niet alles kunt doen. ” Heb je tijd voor vriendschappen? “Veel te weinig. Ik hecht erg aan intermenselijke relaties. Soms verwacht ik zelfs te veel van vriendschap waardoor ik het lid op de neus krijg. Ik heb weinig oppervlakkige kennissen, ik zoek graag de diepte. In werksituaties maak ik ook vrienden, ik kan niet anders. Jan Marijnissen en Jan de Wit zijn vrienden van me, maar we werken dan ook al zo lang samen. Het is leuk om bij de SP te werken en gezellig. Gelukkig maar, want het is een groot deel van mijn leven.” Je dochters zijn nu 13 en 15. Zijn ze aan het puberen? “Dat gaat tegenwoordig een stuk anders. Je bent relaxter met je kinderen.” Je bent een vriendin van je dochters. “Nee, helemaal niet, o nee. Ik ben gewoon een moeder, maar wel een vlotte, hoop ik.” Praat je met ze over maatschappelijke onderwerpen? “Ze stellen zich wel sociaal op. Gelijkwaardigheid weegt bij mij heel zwaar. Het is niets iets waar ik met ze over praat, maar ze pikken het wel op. Ze hebben respect voor andere kinderen, ongeacht hun afkomst, of hun ouders arm of juist heel rijk zijn en of ze wel of niet goed kunnen leren. Ik merk dat ze commentaar hebben op kinderen die dat onderlinge respect niet hebben. Afgelopen weekend vertelde mijn oudste dochter dat een jongen bepaalde uitlatingen had gedaan over allochtonen. Razend was ze, ze stond op haar achterste benen.” Onbeperkt houdbaar In de media word je neergezet als een bijtertje. Ben je niet bang dat de vorm de inhoud overschaduwt? “Dat is zeker iets waar ik op let maar het is moeilijk te veranderen. Dat bijtertje komt voort uit het feit dat ik niet opgeef. Daar kan niemand bezwaar tegen hebben, tenminste niet als je het met me eens bent. Als je het niet met me eens bent, dan vind je het vervelend, maar als mijn politieke tegenstanders niet het gevoel hebben dat ik ze dwarszit, dan doe ik het niet goed. Ik laat niet los, ik laat het er niet bij zitten. Dat is ook de reden dat ik zoveel kamervragen stel. Er wordt gejammerd dat ik veel te veel vragen stel, maar ik accepteer het gewoon niet als ze geen antwoord geven. Vaak krijg ik een heel vaag antwoord, en dan moet ik weer een vraag stellen. Helaas ga ik alleen over de kwaliteit van de vragen, niet over de kwaliteit van de antwoorden. Ook in debatten ben ik vasthoudend. Die kant van het bijtertje vind ik wel prettig. Maar ik heb wel gewerkt aan mijn presentatie tijdens debatten. Het belangrijkst is dat de boodschap overkomt. Ik heb zelf contact gezocht met een logopediste zodat ik meer rust kreeg in mijn presentatie. Ze heeft vooral gewerkt aan de innerlijke rust die ik moet hebben voordat ik het debat inga. Het zijn geen techniekjes, maar meer: hoe sta ik daar. In mijn omgeving merken ze wel dat ik wat rustiger ben geworden. Maar wat zie je op tv? Die moment dat ik toch nog uit mijn slof schiet.” De media geeft sowieso een heel beperkt beeld. Laatst diende je een initiatiefnota in om de macht van de farmaceutische industrie in te dammen en daar lees je bijna niets over in de krant. “Het is raar met de media. Ik maak vaak mee dat iets pas als waar wordt aangenomen als het op tv is geweest. Maar ik schrijf zo’n nota niet om ermee op tv te komen, maar omdat ik vind dat erover nagedacht moet worden. Die initiatiefnota gaat er onder andere om dat farmaceuten niet willen betalen aan onderzoek dat commercieel niet interessant is. Als je een zeldzame ziekte hebt, doet de farmaceutische industrie geen onderzoek naar geneesmiddelen omdat ze dat niet genoeg geld oplevert. Ook in onderzoek naar bijwerkingen zijn ze niet zo geïnteresseerd. Ik heb een aantal voorstellen gedaan om de financiering van geneesmiddelenonderzoek te veranderen, en in de wereld van de artsen en de onderzoekers viel die nota goed. Ik heb er een minisymposium over gehouden en de zaal zat vol. Die mensen kwamen ook niet omdat ze de SP steunden, maar omdat ze wilden meedenken. Zo’n nota heeft dus zin.” Wat voor leider is Jan Marijnissen? “Het mooie van Jan is, dat hij voorop loopt in de ontwikkeling van een groeiende partij. Hij is onbeperkt houdbaar. Ik vraag vaak advies aan Jan, maar het is niet zo dat hij aan de touwtjes trekt. Als kamerlid ben ik vrij in wat ik doe. Ik ben coach van nieuwe kamerleden. Ze komen bijvoorbeeld bij mij om allerlei dagelijkse strategische politieke afwegingen door te nemen. Jan is bezig met de hoofdlijnen en de organisatie van de politieke partij.” Je medewerkster zat net met een gewone kiezer aan de telefoon. Heb je veel contact met ‘gewone mensen’? “Ja, want ik vind het belangrijk om te weten wat er leeft. Maar soms word ik er ook gek van. Ik ga bijvoorbeeld heel graag naar optredens van mijn man. Hij is een baritonsaxofonist en speelt in een paar soulbands. Dat swingt echt de pan uit. Dan sta ik daar te dansen en komt er iemand over de muziek heen met me over politiek praten. Dan denk ik: alsjeblieft, nu even niet. Op een verjaardagsfeestje vind ik het niet erg. Als ik rustig met iemand zit te praten, wil ik het best over een maatschappelijk onderwerp hebben. Ik vraag me soms wel af: vindt de rest van het bezoek dat wel leuk?” Hoe vind je het om ouder te worden? “Vanaf het moment dat ik van school kwam, was ik in elk gezelschap bijna altijd de jongste. Dat begint nu langzaam te veranderen, en dat vind ik wel leuk. Bovendien ben ik nog relatief jong als je ziet wat ik allemaal heb mogen meemaken.” Sta je nooit ’s ochtends voor de spiegel terwijl je denkt: vijf jaar geleden was het allemaal strakker? “Ik heb er niet zo’n last van. Leeftijd hoeft helemaal niet perse een negatieve invloed op je uiterlijk te hebben. Gezond eten, sport en haarverf kunnen wonderen doen!” kader Agnes Kant (1967) studeerde gezondheidswetenschappen aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Ze studeerde in 1989 af als epidemioloog en werkte daarna vijf jaar als wetenschappelijk onderzoeker. Dat onderzoek (naar de organisatie van de screening op baarmoederhalskanker) leidde uiteindelijk tot haar promotie in 1997. Intussen werd ze voorzitter van de SP-afdeling in haar woonplaats Doesburg. In 1994 ging ze aan de slag als beleidsmedewerker voor de SP-fractie in de Tweede Kamer en vier jaar later werd ze Tweede-Kamerlid. |
|