|
|
![]() |
| 2006 Esta | |
|
Dankzij Bart Chabot is de enige echte Nederlandse rock ’n roll held niet dood. Herman Brood leeft voort in de vierdelige biografie die Chabot over hem schreef. Daarin zit Chabot Brood zo op de huid dat je als lezer het gevoel krijgt dat je zelf met Brood praat over een optreden, met hem in een taxi zit, of in een café hangt. Met het eerste deel Broodje Gezond (1996) kwam eindelijk de erkenning voor Bart Chabot. Hij schrijft ook gedichten en boeken, treedt op in theaters en is regelmatig op tv te zien. Maar wat hij ook doet: rock ’n roll ligt eraan ten grondslag. Wat is dat precies: rock ‘n roll? “Je hebt het beeld van rock ‘n’ roll als totaal door het lint gaan: in een hotelkamer die je net hebt vernietigd een fles whisky achterover slaan, terwijl de injectiespuit nog uit je arm bungelt. Maar dat zijn de excessen. Rock ’n roll is veel meer, het is een levensstijl. Laat ik het zo zeggen: de mensen die niet rock ’n roll zijn, vinden mij een heel rare gozer. Mijn buurvrouw bijvoorbeeld. Als ze me ziet met mijn vrouw en kinderen, denkt ze: hij zorgt goed voor ze, dus dat zal wel kloppen. Maar zodra ze me op tv ziet, heeft ze iets van: die jongen is niet normaal, die moet eigenlijk opgesloten worden. Het uitgangspunt van rock ’n roll is dat je wars bent van conventies, overal schijt aan hebt. Dat doe ik ook op het podium, overal schijt aan hebben, gewoon gáán. Ik heb geen band, dus ik werk met mijn stem. Ook in een boek moet je je niet door je ratio laten leiden en maar zien waar het schip strandt.” Wat is het verschil met punk? “Punk heeft hetzelfde levensgevoel. Ik was 21 toen die beweging opkwam. Ik zat toen in dienst en kocht van mijn soldij een kaartje voor de boot naar Engeland. In Londen ging ik naar optredens van bands als The Clash, Siouxie and the Banshees, The Sex Pistols en de punkdichter John Cooper Clark.” En toen dacht je: dat wil ik ook? “Ik ging schrijven om de spanning tussen het keurslijf van het leger, en mijn eigen geest te overbruggen. Dat ontlaadde zich in tekst. Het waren geen verhalen of gedichten, maar woorden, beelden en invallen die er op papier uitzagen als gedichten. Goh, merkwaardig, leuk, dacht ik. Niet dat ik er wat mee wilde. Ik had geen idee wat ik met mijn leven wilde. Het heeft een hele tijd geduurd voordat ik mijn weg vond. Drie mensen in mijn leven hebben me erg beïnvloed. Anton Corbijn, de fotograaf, Jules Deelder en Herman Brood. Jules is tien jaar ouder dan ik, en Herman acht jaar ouder, dus ik zag ze als grote broers. Anton was net zo oud als ik en woonde een kwartiertje fietsen van mij vandaan. Toen ik Nederlands ging studeren, zei Anton: ‘Wat een geouwehoer. Op zijn best word je daarmee leraar Nederlands. Gefeliciteerd, wil je dat met je leven? Of je wilt echt dichter worden? In dat geval zeg je je studie op en zoek je een baantje waarmee in je onderhoud kunt voorzien. Maar je kunt niet studeren en dichter worden, het één gaat niet met het ander.’ Herman zei: ‘Dat studeren wat u doet, neemt u dat zelf serieus? En die vraag graag naar waarheid beantwoorden!’ En Jules zei tegen me: (Chabot doet Deelder perfect na) ‘Bartholomeus, laat die handel van je eens lezen.’ En na een half uur zei hij: ‘Dat is goed, ik zie er wel wat in. Je moet ermee doorgaan. Ik neem je mee op tournee, dan gaan we treinen, gezellig, hartstikke leuk. En je moet natuurlijk ook uitgegeven worden. Ik stel je wel voor aan iemand van De Bezige Bij.’ Ik accepteerde wat die jongens tegen me zeiden, want zij leefden het leven dat ik ambieerde. Rock ’n roll! Een leven waarin je doet wat jij wilt. Als je Formule I coureur wilt worden, dan ga je daarvoor. Rock ’n roll is dat je voor het nu leeft, en niet voor de dag van morgen. Ik heb bijvoorbeeld geen pensioen geregeld. Het boeit me niet, want mijn werk is mijn lust en mijn leven. Als ik dat niet meer kan doen, hoeft het voor mij niet meer. En dan is het zo bekeken.” De drank Jij hebt het drugsgebruik van Jules of Herman nooit veroordeeld. “Nee, dat hoort gewoon bij die jongens. Veel mensen denken dat ik ook speed of coke of weet ik veel gebruik. Dat mijn lichaam mijn eigen drugsfabriek is, hebben ze niet in de gaten.” Jij hebt toch lang een probleem met drank gehad? “Ja, ik was geen doorgeschoten gezelligheidsdrinker, het ging veel verder.’s Ochtends als ik mij zoontje naar school had gebracht, naam ik koffie met rum, en daar zat meer rum in dan koffie. Ik ben van mezelf heel gespannen en druk, er gaat veel in mijn hoofd om. Drank zorgde ervoor dat ik mellow werd, easy going. Ik was in dienst gaan drinken en in 1976 kwam ik eruit met een drankprobleem. Dat had ik niet in de gaten, ik dronk gewoon door. In ’77 leerde ik Herman kennen, en toen kon ik hem aardig bijhouden, dus dat zegt wel wat. In ’91 ben ik met zijn biografie begonnen. Over die periode daarvoor heb ik niet geschreven omdat ik er gewoon niets meer van weet. Soms kwam ik om een uur of vijf ’s ochtends thuis en dan vroeg Yolanda, mijn vrouw: ‘Wat heb je gedaan?’ En dan antwoordde ik: ‘Goede vraag.’ Ik had geen idee. Met Yolanda maakte ik allerlei afspraken over mijn drankgebruik: geen sterke drank, alleen nog maar wijn. Alleen drinken op de even dagen, of op de oneven. Maar steeds ging het weer mis. In november 1993 kwam ik om een uur of vijf in de ochtend de trap opgekropen. Ik kon alleen nog maar op bed liggen want mijn zenuwen en spieren reageerden niet meer en ik had helse pijn. Alcoholvergiftiging. Yolanda was des duivels. Toen ik na twee dagen enigszins aanspreekbaar was, zei ze: ‘Ik ben het spuug- en spuugzat. Het is heel simpel. Ik houd teveel van je om je voor mijn ogen naar de kloten te zien gaan. Bovendien wil ik niet dat mijn kind door een alcoholist wordt opgevoed. Dus je kunt kiezen: of je gaat door met de drank en dan ga je hier weg. Je hoeft niet in te pakken, want ik pleur je spullen zo het raam uit. Of je raakt je hele leven nooit meer een druppel aan. Doe je dat wel, dan gooi ik alsnog al je spullen uit het raam.’ Toen ben ik gestopt, en sindsdien drink ik alleen nog met oud en nieuw een glas champagne.” De vrouwen Hoe heb je je vrouw leren kennen? “Tijdens een optreden, dat was een heel goede manier om meisjes te ontmoeten, haha! Yolanda’s broer organiseerde literaire avonden voor een jongerencentrum. Op een avond had hij Simon Vinkenoog, Wim T. Schipppers, Johnny van Doorn en mij gevraagd. Yolanda was ook gekomen. Ze zat met haar schoonzus op de eerste rij toen ik optrad. Dat was een stuk heftiger dan nu, ik stond enorm tekeer te gaan en sproeide daarbij behoorlijk wat spuug rond. Yolanda vroeg aan haar schoonzus: ‘Wie is die engerd?’ Ze had gehoord dat één van de dichters bleef logeren omdat hij niet meer met de trein naar huis kon, en de schrik sloeg haar om het hart toen ze hoorde dat ik dat was. Ze zei: ‘Dan zorg ik ervoor dat mijn slaapkamerdeur op slot zit.’ Na het optreden reden we met zijn vieren in de auto van haar broer naar zijn huis. Ik leefde al jaren onder de armoedegrens en zat niet vaak in auto’s dus ik raakte niet uitgepraat over alle knopjes en lichtjes die hij in zijn Ford had. Dat vond ze ook heel vreemd. Maar toen we thuis waren en ik voor iedereen een stokbroodje brie ging smeren, ontdekte ze dat ik een aardige jongen was. En het viel haar op dat ik zo respectvol over vrouwen praatte, dat kende ze helemaal niet uit de studentenwereld. Ik was niet stoer of macho, maar liet haar in haar waarde. In 1987 zijn we getrouwd. Yolanda wilde eigenlijk niet trouwen, maar op een keer liepen we door Den Haag, verliefd. Er stond een man voor een gebouw waar een bruiloft aan de gang was. Hij zei dat we wel even mochten kijken. Dus wij naar binnen. Mooi gebouw, zag er leuk uit. Toen we weer naar buiten kwamen, vertelde hij dat hij verschillende trouwauto’s verhuurde. We bladerden door de folder, en zagen een knalroze Cadillac Eldorado 1959 met staartvinnen. Toen hadden we iets van: die auto moet het wezen. In feite hebben we dus het huwelijk om die auto heen gebouwd. De buurman die gemeenteraadslid was, heeft ons getrouwd en daarna hebben we op een kasteel in de Ardennen een groot feest gegeven. Iedereen die wilde, kon een week blijven. Het was alleen maar lachen en leuk. Als we twintig jaar getrouwd zijn, willen we daar weer een feest geven.” Hoe houd je de liefde mooi? “We geven elkaar de ruimte. Zij heeft haar wereld en ik de mijne. Ik geef haar ook geen adviezen of zo. Ze is arts, dus dat zou ik niet eens kunnen. Zij laat mij ook mijn ding doen. Verder houden we rekening met elkaar. Zij wordt knettergek van mijn muziek, dus die plaatjes zet ik niet op als zij erbij is. En als je een relatie lang goed wil houden, dan moet je ook het een en ander van elkaar accepteren.” Je bent dan wel rock ’n rol, maar je kiest toch voor een bepaalde continuïteit. “Ja, ik ben iemand die van fundamenten houd. Ik houd heel veel van Yolanda, dat is het fundament. Maar daarnaast, en dat is dus niet de reden dat ik bij haar ben, weet ik van mezelf dat ik het never nooit niet in mijn eentje red. Ik ben altijd gered door vrouwen. Toen ik op mezelf woonde, was het mijn hospita, mevrouw Van der Valk die voor me zorgde. Zij lette op dat ik at, ik niet te ver ging met de drank, zij luisterde naar me en leidde een en ander in goede banen.” Vrouwen zijn het sterke geslacht. “Absoluut. Ik heb vier bevallingen meegemaakt, dus ik weet waar ik over praat.” De kinderen Je hebt vier zonen. “Dat is fantastisch. Ik wilde altijd al heel graag kinderen. Yolanda hoefde er niet zoveel, maar er waren gevallen bij waarbij de lusten het wonnen van de ratio. Haha! Van Herman heb ik geleerd dat het met kinderen niet fout kan gaan. Voor een kind is alles gloednieuw, en dat houd jezelf ook ontzettend positief. Splinter kwam laatst thuis met het verhaal dat hij met de klas ‘kano’ had gezongen. Al die rare versprekingen en misverstanden, dat gaat maar door. Van de week vertelde hij dat hij een ‘medaljon’ had gewonnen. Prachtig vind ik dat. Ik ben zelf ook een groot kind. Ik vind kinderen veel leuker dan volwassenen. Die zijn over het algemeen zo chagrijnig en vervelend. Ze stikken van de vooroordelen, hebben dubbele agenda’s, verboden agenda’s, geheime ambities en belazeren de kluit. Ik leef blijmoedig verder hoor, maar ik word dit jaar 52 dus ik ben wel een paar keer met mijn hoofd tegen de muur gelopen.” Wat wil je je kinderen per se meegeven? “Ik vind heel belangrijk dat ze mensen in hun waarde laten. Daar heb ik een truc voor. Alle jongens heb ik op een bepaalde leeftijd mee naar het raam genomen om naar de vuilnismannen te kijken. Ik vroeg: wat doen die mannen daar? ‘Die halen het vuil op.’ En waar komt dat vuil dan vandaan? ‘Nou, het zijn mijn restjes cornflakes, een leeg shampooflesje, spaghetti van gisteravond, melkpakken en…’ En dan zei ik: Die mensen zijn bereid om voor een salaris jouw troep op te ruimen. Maar nu hebben we laatst een nieuwe burgemeester gekregen, en tussen de oude en de nieuwe viel een gat van vier maanden. Denk je dat we daar in Den Haag iets van gemerkt hebben? Nee hoor, Den Haag draaide door, zoals altijd. De wegen verzakten niet, de bossen vielen niet om en de gebouwen bleven staan. Maar wat denk je dat er gebeurt als die vuilnismannen niet komen? Dus wie is er nu het belangrijkst?” Jij verzorgt toch de kinderen? Of hebben jullie een au pair? “Nee nee, geen au pair. Ons huis laat dat niet toe. Ik besteed niet veel aandacht aan de verzorging van onze woning, en bovendien hebben we er geen plaats voor. Ik kook, doe de boodschappen, stofzuig en haal en breng de kinderen. Yolanda gaat over de was en het sanitair, want daar heb ik een hekel aan.” Kom je zelf uit een geëmancipeerd gezin? “Nee, totaal niet. Mijn vader was er puur voor het inkomen.” Leven je ouders nog? “Ja, maar ik heb geen relatie meer met ze. Laat ik het begripvol uitleggen, ik ben wel wat milder geworden met de jaren. Ik was een heel druk kind, geen adhd maar erg druk. In het schoolsysteem paste ik niet. In die tijd had je je kop te houden, luisteren, leren, klaar. Ik werd van de HBS afgestuurd, van de mulo en van de havo. Dat leidde niet tot veel vrolijkheid thuis. Het tweede jaar dat ik in dienst zat, kreeg mijn vader de kans om consul in Vancouver te worden, en dat heeft hij gedaan. Ik ging bij een hospita wonen, mevrouw Van der Valk, en zo leerde ik haar dochter Dorien kennen. Zij stelde me voor aan haar vriendje: Herman Brood. Dorien had het idee dat wij het als ‘een raket’ met elkaar konden vinden, en daar heeft ze geen ongelijk in gekregen. Herman werd een keer geïnterviewd door iemand van Elsevier en ik ging met hem mee. Tegen de journalist zei hij dat ik zijn bodyguard was. Leuke grap, vonden we, maar zo kwam het ook in Elsevier te staan. Die zomer ging ik naar mijn ouders in Vancouver. Mijn ouders hadden me waarschijnlijk uitgenodigd omdat familieleden ze brieven hadden geschreven waarin ze aangaven zich ernstig zorgen over mij te maken. Ik ging met verkeerde mensen om, gebruikte vast drugs en groeide voor galg en rad op. Toen ik in Vancouver was, kreeg mijn vader die Elsevier onder ogen. Hij ging helemaal uit zijn dak. Hoe kon ik met die vieze vuile drugscrimineel omgaan? Waar was ik mee bezig? Dus toen begon het behoorlijk fout te lopen. Uiteindelijk kwam het tot een totale breuk. Inmiddels wonen mijn ouders weer in Den Haag, en als we elkaar tegenkomen, groeten we niet. Dat zijn geen highlights, nee, maar dat is ook rock ’n roll. Ik ga voor mijn eigen leven. Er staat me iets voor ogen, en ik heb geen tijd en geduld voor mensen die een rem zijn. Dat kan ik me niet permitteren.” Ik kan me niet voorstellen dat ze niet trots op je zijn. “Ik weet het niet. Nu ben ik succesvol maar dat is wel anders geweest. Ik schreef boeken die niemand las, ik stond in het theater maar kreeg geen goede recensies, en ik was op tv omdat ik Wakuwaku deed. De weg naar succes duurde zeker vijftien jaar. Ik zag in die tijd wel dat er progressie was, het schrijven ging bijvoorbeeld steeds beter. Maar voor de buitenwereld was ik een loser.” De dood In je gedichten gaat het vaak over de dood. Je wilt hem aanvallen, hem een rotschop geven. Maar je hebt vier kinderen. Jij bent de dood toch al te slim afgeweest? “Vanaf mijn achtste was rock ’n roll het voor mij. Dat leven vond ik te gek. Ik keek op tegen de mensen die op het podium stonden, uit hun dak gingen, schijt hadden aan de wereld en precies deden wat ze wilden doen. Maar in de rock ‘n roll gluurt de dood voortdurend om de hoek. Omdat die mensen op het scherpst van de snede leven, is er een hoog uitvalpercentage. Ian Curtis van Joy Division hing zich op toen hij nog geen 24 was. En zo heb je er veel meer. In de rock ’n roll is de dood pregnant in het leven aanwezig. En als het de dood niet is, dan is er in die levens wel van alles aan de hand. Rock ’n roll gaat ook om groots en meeslepend leven en voor het moment gaan. Daarnaast is de dood voor mij persoonlijk ook een thema. Misschien kun je je voorstellen dat als je die pieken hebt, die euforische levenslust en enthousiasme, er ook een keerzijde is. Je houdt dat blije niet vol.” Je bent manisch depressief. “Ik wil niet in psychologische termen vervallen. Ik vind het leven in essentie een worsteling, absoluut geen lolletje. Ik probeer als een kind door het leven te gaan, maar er worden voortdurend aanslagen op je gepleegd vanuit de boze buitenwereld. De ellende om je heen, de dingen die worden verkloot. Tegelijkertijd vind ik het leven ook ontzettend de moeite waard, en tussen die twee uitersten jojo ik heen en weer. Nu kan ik er mee uit de voeten, maar vroeger beleefde ik die pieken en dalen heel heftig.” Ouder worden is prettig? “Het is fijn dat ik me gevoelsmatig in een heuvelachtiger landschap begeef. Ik ben ook blij dat ik met de Brood-biografie iets heb neergezet. Dat geeft rust. Daardoor kan het me minder schelen wat de buitenwereld van me vindt. Dus Klaas en Piet vinden mij niet leuk? Fuck off! Maar verder verandert er niet zoveel. In mijn hoofd ben ik nog steeds dezelfde. Aan mijn lichaam merk ik wel dat ik ouder word. Ik word kaler, en ik moet opletten met wat ik eet. Als ik als een gek ijsjes, pinda’s en taart ga eten, krijg ik een buik. Ik heb geen zin om daarmee op het podium te staan. Het moet wel ogen. Je hebt van die mannen van vijftig plus met een buik en roos op hun schouders. Dan denk ik: die nemen zichzelf niet meer serieus. Ze zullen heus een hypotheek hebben, airmiles en een pensioenplan, maar de rock ’n roll is voorbij. Neem maar van mij aan: het grootste gevaar voor rock ’n roll is een buikje.”
|
|