|
|
![]() |
| 2006 Esta | |
|
Je hebt van die boze liedjes over mannen gemaakt. Zoals het lied Alle mannen moeten dood. Wat heb je toch tegen mannen? “Dat moet je niet te serieus nemen. In de zaal zong ik eerst Alle Mannen Moeten Dood. Iedereen lachen, want over mannen kun je zeggen wat je wilt. Vervolgens zei ik: ’En vrouwen kunnen helemaal niets.’ En toen werden de vrouwen nijdig. De algemene gedachte in de maatschappij is dat mannen watjes zijn. Ze zijn lastig en als je ze nodig hebt, zijn ze er niet. Vrouwen hebben op alle fronten van de mannen gewonnen. Een jaar of dertig geleden zaten er al meer vrouwen dan mannen op het gymnasium. Dus wat bedoelen ze als ze zeggen dat vrouwen een inhaalslag moeten maken? De emancipatie is volgens mij wel klaar. Er is zo’n bijterige sfeer tussen mannen en vrouwen ontstaan en dat vind ik heel jammer. Mannen zijn meegaand geworden, en durven allerlei normale dingen niet meer te zeggen. Ze hebben zich op alle vlakken enorm aan vrouwen aangepast. Ze praten nu bijvoorbeeld over hun gevoelens. Dat kunnen en willen ze eigenlijk helemaal niet, maar ja,.. als zij zegt dat het moet. Waarom willen vrouwen mannen altijd veranderen? Het zijn gewoon totaal verschillende wezens.” Begrijp jij iets van jouw vrouw Niesje? “Zij is niet zo’n stereotype vrouw. Ze is in alle opzichten anders dan ik, maar we kunnen verschrikkelijk samen lachen. Dat is de basis van onze relatie, denk ik. Ze doet de techniek van mijn voorstellingen. Als ik een optreden heb, gaat zij vooruit om het licht en geluid in het theater te regelen. Dan kom ik met de trein, doen we een soundcheck en gaan we ergens eten. Om een uur of twee ’s nachts komen we weer thuis. Het is ontzettend leuk om samen die optredens te doen.” Kinderen heb je nooit gewild. Je schreef er een lied over: Ik word liever nog met asfalt overgoten/ Liever eet ik negen maanden grind/ Haal desnoods de ballen uit mijn kloten/ Alles beter dan de vader van een kind. “Zelf vond ik het niet prettig om kind te zijn. Ik had een leuke jeugd hoor, maar ik vond het zo wachten tot je ouder wordt, tot je ertoe doet. Ik ben ook nooit met kinderen bezig. Ik leef in een andere wereld dan de meeste mensen. Ik ben altijd aan het werk. Constant ben ik aan het tekenen, lezen, schrijven en schilderen. Maar ik heb nog wel iets kinderlijks in me, waardoor ik nog niet afgestompt ben en bepaalde dingen me opvallen. Laatst las ik over Mozart dat er zoiets kinderlijks in zijn muziek zit, en toen dacht ik: ja, dat is ook zo. Het gaat diep, maar het is ook speels en lollig. Dat maakt het mooi. Dat is mijn werk misschien ook wel zo.” Hoe vind je het om vijftig te zijn? “Dat is heel rare gewaarwording. Ik heb, laten we zeggen, nog zo’n twintig arbeidzame jaren. Dat voel ik wel. Ik heb minder zin in gezeik en onzin. Ik ben ook over andere onderwerpen gaan schrijven, zoals over de dood. Bijvoorbeeld het lied Mijn Vriend De Dood: Ik heb een vriend die ik al ken/ sinds ik geboren ben/ al met de zaadcel en het ei/ was hij erbij/ hij heeft me sinds die tijd/van ver en dichtbij begeleidt/ hij is een trouwe reisgenoot/ mijn vriend de dood. Het is een lied waarmee ik de dood als een verlossing zie, als een vriend. Niet dat ik een zwart doodsverlangen heb, maar het is wel zo dat ik er vrede mee kan hebben. De afgelopen twintig jaar heb ik aan een oeuvre van liedjes gewerkt waar ik heel tevreden over ben en waarmee ik iets achterlaat. Ik vind het belangrijk om je gedachten op een heldere manier te formuleren, en liedjes zijn daar een heel gelukkige vorm voor. Met mijn schilderijen laat ik ook wat achter, maar ik denk dat ik met mijn liedjes echt ergens toe heb bijgedragen.” Wat doe je liever: schilderen of cabaret? “Ik zei altijd: als het genoeg zou opleveren, schilderde ik alleen nog maar. In 2007 krijg ik in overzichtstentoonstelling bij de Pulchri Studio in Den Haag en dat is geweldig. Maar ik geloof toch dat ik niet alleen voor schilderen kan kiezen. Ik wil mijn mening geven over de samenleving. De cabaretwereld is over het algemeen ook leuker dan de kunstwereld. Cabaretiers zijn onderling helemaal oké, er is veel respect, we gunnen elkaar alles. Het zijn allemaal jongens met grote bekken en zulke kleine hartjes.” En vrouwen tellen in die wereld bijna niet mee. “De meeste vrouwelijke cabaretiers vertellen dingen die andere vrouwen herkennen. Maar dat is geen cabaret. Cabaret is dat je wordt geconfronteerd met zaken die je niet wilt horen. Het wachten is op de eerste vrouwelijke cabaretier die een programma maakte tégen vrouwen. Dan zou de emancipatie rond zijn! Ik heb zoiets wel eens geprobeerd met twee vrouwelijke cabaretiers, maar uiteindelijk durfden ze het toch niet aan. Ik zie het voor me: twee vrouwelijke cabaretiers die opkomen op de muziek We Are The Champions en elkaar gaan vertellen hoe ver ze hun man hebben kunnen krijgen. Dat de een tegen de ander zegt: ‘Mijn man heb ik laatst midden in de nacht wakker gemaakt om over mijn problemen te praten.’ Dat lijkt me fantastisch cabaret!” Is het belangrijk voor je dat je dit jaar de Annie M.G. Schmidt prijs, de prijs voor het beste cabaretlied, hebt gekregen? “Ik weet wel waar ik sta in het Nederlandse lied, en daarvoor maakt ‘t niet veel uit. Maar natuurlijk was het leuk. Ik kreeg 3500 euro, een beeldje en een feestje met een etentje waarvoor ook mijn collega’s waren uitgenodigd. Die erkenning kreeg ik al van collega’s. Maar ik merk wel dat de mensen in de zaal nu ook iets meer respect voor me hebben. Als ze het niet leuk vinden, zijn ze eerder geneigd te denken dat het aan hen ligt, dan aan mij. Dat is de winst van de prijs. Waarschijnlijk ga ik het geld gebruiken om een studio-CD te maken met veel overstuurde gitaren. Ik houd erg van Amerikaanse muzikanten als Lou Reed en Bob Dylan. Zij schrijven hardere en meer politieke teksten dan we in Nederland zijn gewend. Nare teksten, daar houd ik van.” Zoals dat liedje: Het Leven Is Kut: ‘En we gaan maar door, dat is het idiote/ 't Leven is algeheel, totaal, volslagen en volledig kut/ En is 't een keer niet kut dan is ’t klote.’ “Dat is wel mijn basishouding. Maar zo’n liedje is natuurlijk ook bedoeld om te lachen. Als je zegt dat het leven geweldig is, ben je snel klaar. Ik heb iets reviaans over me. Als ik om me heen kijk, dan zie ik de manke duiven en de zwervers, terwijl anderen misschien wijzen op de mooie ophaalbruggetjes en hoe het licht weerkaatst in het water. Voor mijn werk is dat goed, want ik vind dat een cabaretier zich zorgen moet maken over de samenleving. Mijn programma: Dat Kunnen Alleen De Héle Groten gaat over de commercialisering, privatisering, het VVD-denken en het marktdenken. Ik vind het gruwelijk dat alleen maar wordt gekeken of iets verkoopt of niet. Daardoor verdwijnt er veel fijnzinnigheid uit de samenleving. Kleine theater- en dansgroepen krijgen steeds minder de kans om hun werk te laten zien. Terwijl het theater nu juist de plek is om te experimenteren. Daarnaast vind ik veel dingen in de samenleving volkomen onzin. Waarom moet er Friese Vlag Go zijn? Waarom heb je Sultana’s in zes verschillende smaken? Al die mensen die tijdens het WK met oranje hoedjes en vlaggen de straat opgaan; ik kan er niet tegen. Ze hebben overal een mening over, schreeuwen bijvoorbeeld dat allochtonen het land uit moeten, maar zelf zwalken ze in het oranje over straat. Ik kan het echt niet aanzien. Eigenlijk vind ik dat je ze het stemrecht zou moeten ontnemen.” Je bent een omroep begonnen: Nieuw Elitair Elan. (NEE). “Met een aantal programmamakers waren we aan het praten. Toen viel ons op dat bij elk programmavoorstel dat we indienden de eerste vraag was: is het geschikt voor een breed publiek? Maar waarom zou je niet iets voor een klein publiek kunnen maken? Vanuit die gedachte zijn we NEE begonnen. Het woord elitair hebben we erin gezet om te treiteren, maar ook om aan te geven dat het gaat om het beste en het meest bijzondere, én om het kleine, schonkige en ongepolijste. We hebben nu 1250 leden, en we moeten er 20.000 hebben. Maar we hebben geen haast.” John de Mol is geen vriend van je. “Die man heeft zo’n 1,6 miljard op zijn bankrekening en begint een tv-zender met alleen maar flauwekul. Hij vangt aan rente al zo’n 16 miljoen per jaar. Dan probeer je toch geen winst te maken met allerlei onzin, maar ga je toch mooie dingen te maken? Hij kan bijvoorbeeld de Dom-toren laten restaureren. Of hij laat een dam bouwen in Burkina Faso met zijn naam erop. Iedereen klapt als hij langskomt, en ’s ochtends kan hij tevreden in de spiegel kijken. Maar ja, John de Mol vindt het blijkbaar belangrijk dat er geen 1,6 miljard maar 1,8 miljard op zijn bankrekening komt te staan. Ach, als je een proleet bent…” Was het vroeger allemaal beter? “In de loop van de tijd zijn een aantal kaders verloren gegaan. Mensen voelen zich niet meer zoals vroeger verbonden met de kerk, vakbonden of een politieke partij. Er moet iets terugkomen waardoor mensen wel weer het gevoel krijgen dat ze bij elkaar horen. Het lijkt me goed als Europa echt één wordt. Dan zullen we terug moeten in de welvaart, en dat kan nog wel eens mooie dingen opleveren. Mensen worden veel gelukkiger als ze iets kunnen geven. Geven geeft een veel beter gevoel dan krijgen. Als ze dat ook inzien, kunnen ze stappen terug te gaan. Dan gaan ze misschien ook eens nadenken over hoe ze hun leven op een meer inhoudelijke manier kunnen vormgeven dan alleen maar kijken naar hoeveel geld ze verdienen.” Wie is Jeroen van Merwijk? Hij maakte deel uit van het VARA-cabaret Spijkers met Koppen mee en werkte mee aan radio-programma’s als Krachtvoer en De Krijsende Tafel. Dit jaar kreeg hij voor het lied Dat Vinden Jongens Leuk de Annie M.G. Schmidt-prijs: de prijs voor het beste cabaretlied. In september gaat hij door Nederland touren met zijn tiende cabaretprogramma Dat Kunnen Alleen De Héle Groten. De speellijst vind je op www.kikproductions.nl Daarnaast is Jeroen van Merwijk beeldend kunstenaar. Onder de naam Malfet maakt hij schilderijen in acryl. In 2007 komt er in de Pulchri Studio in Den Haag een overzichtstentoonstelling van zijn werk. Meer informatie over het Nieuw Elitair Elan vind je op: www.nieuwelitairelan.nl
|
|