MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2006 Esta


De passies van Wouter Bos   

Het kleinste opdondertje uit de klas, wordt misschien de minister-president van ons land. Wouter Bos over zijn jeugd, het politieke spel en de kolonisten van Catan.        

Paul Weller
“Voordat ik in debat ga, luister ik op mijn i-pod naar My Ever Changing Moods van The Style Council. De versie die op het album Café Blue staat, vind ik het mooist, want daarop wordt Paul Weller alleen door een piano begeleid. In mijn studententijd heb ik de tekst van dat nummer vertaald. Het gaat over iemand die zich ergert aan wat er allemaal mis is in de wereld, en dat wil veranderen, maar vervolgens denkt: laat ook maar, het wordt toch niets. Als politicus heb ik dat gevoel soms ook. Je probeert iets, maar loopt vast in regeltjes. Of iets is al honderdduizend keer op een bepaalde manier gegaan, en het is nog nooit gelukt het anders te doen. Het vreemde is dat dit nummer me voor een debat enorm oppept.
Muziek gaat mij vooral om de sfeer. Meestal let ik niet op de tekst en brabbel ik gewoon wat mee. Andere nummers waar ik voor een debat graag naar luister, zijn Angels van Robbie Williams, Vienna van Billy Joel, Lucky Man van The Verve. Als je een goed verhaal wilt houden, moet je toegang hebben tot je emoties en die muziek opent een deurtje. Dat lijkt op acteren, maar dat betekent niet dat ik niet meen wat ik zeg. Ik wil de mensen beroeren, zodat mijn boodschap overkomt. Gisteren stond ik te speechen op een partijcongres, en na afloop waren de mensen enthousiast en geloofden ze er weer in. Dat is toch schitterend! Dat is mijn vak, daarvoor zit ik er.”

Hongkong
“Voor Shell heb ik een aantal jaar in Hongkong gewerkt. Daar is een Nederlandse vereniging die al een jaar of veertig organiseert dat je tijdens oud en nieuw oliebollen kunt eten en op 3 oktober hutspot met haring, met Pasen eieren kunt zoeken in de tuin van de ambassadeur en uiteraard rijdt sinterklaas ook Hongkong niet voorbij. Die vereniging had bestuursleden nodig. Toen ik een keer uit eten was met een groep jonge collega’s en iedereen te diep in het glaasje had gekeken, stelde iemand voor om ons collectief op te geven voor dat bestuur. Tot onze verbazing werden we het ook nog, en toen zaten we eraan vast. In dat jaar viel een lustrum en om dat te vieren hebben we Lee Towers naar Hongkong gehaald. Ook hebben we Gerritjan Dröge gevraagd of hij wilde komen om die vreemde wereld waarin we daar leefden te filmen. Eigenlijk om een beetje met onszelf te spotten. In die aflevering liet Dröge ook de excessen van het kapitalisme zien zoals schatrijke Chinezen die zich lieten rondrijden in hun gouden limousine.     
Toen ik voor Shell in Londen werkte, kreeg ik langzamerhand genoeg van de wereld van de expatriates. Het is een kleine toplaag die over de hele wereld reist, veel geld verdient en dat ook erg belangrijk vindt. Ik kwam steeds minder mensen tegen met wie ik wat had. Toen de mogelijkheid zich voordeed om de politiek in te gaan, was de keuze snel gemaakt.”          
     
De Kolonisten van Catan
“Kolonisten van Catan speel ik heel graag. Je speelt het met z’n vieren of z’n zessen en je hebt ook allemaal uitbreidingssets. Voor mijn verjaardag heb ik een nieuw spel gekregen: De Kolonisten van de Prehistorie. Vanuit kleine dorpjes in Afrika trek je erop uit om de wereld te veroveren. Afrika blijft uiteindelijk achter als een dorre woestijn. Ja, het is akelig realistisch, haha! Ik vind het zo’n leuk spel omdat er een gelukselement inzit, maar je ook strategisch moet kunnen denken. En je kunt elkaar verschrikkelijk naaien. In mijn studententijd speelde ik vaak Risk. Het ergst was als je een niet-aanvalsverdrag met iemand had en diegene hield zich er niet aan. In het studentenhuis konden we daar dagenlang ruzie over maken en er gingen soms zelfs vriendschappen door kapot. Dat is bij Catan nog niet gebeurd, maar hetzelfde venijn komt erbij kijken.
Catan speel ik niet met collega’s. Het is heel moeilijk om in de politiek vriendschappen te sluiten. Met een aantal collega’s was ik al bevriend voordat ik de politiek inging. Ik ben een keer met ze op vakantie gegaan toen ik in de fractie zat. Met vijf stellen plus kinderen zaten we in één heel groot huis op Vlieland. Toen we terugkwamen, werd er meteen gekletst dat die collega’s vast een streepje bij me voor hadden omdat ze met de baas weg waren geweest. Dat doe ik dus niet meer.
Toch vind ik Den Haag geen slangenkuil. Toen ik de politiek inging, zeiden mensen tegen me: ‘Het is niet zoals bij Shell dat je gewaardeerd wordt om je prestaties. In de politiek gaat het om wie je kent en hoeveel trucs je weet.’ Dat is me erg meegevallen, maar ik realiseer me wel hoe makkelijk het fout kan gaan. Overal zijn camera’s en microfoons en journalisten vinden het heerlijk om een relletje te creëren of te verslaan. Als je iemand een hak wilt zetten, is er altijd wel een journalist te vinden die het wil horen. Soms is de verleiding groot om in die spelletjes mee te gaan want je krijgt aandacht, je komt op tv en je ego wordt gestreeld. Ik probeer dat tegen te gaan door bij de PvdA een cultuur neer te zetten van: als je je collega’s respecteert, respecteren ze jou ook en daar worden we allemaal beter van.”

Bos Brainbox
“Mijn voorgangers brachten een duidelijk hiërarchie aan in de fractie. Ze hadden een kleine club vertrouwelingen om zich heen en daaromheen zat een grote fractie. Daardoor waren ze moeilijk te benaderen en had alleen dat kleine groepje echt wat te zeggen. Ik wilde het anders doen, omdat er veel kritiek was op de oude manier, maar ook omdat ik zelf niet op die manier kan werken. Ik vind het fijn als zoveel mogelijk mensen me met ideeën bestoken. Als ik een speech moet schrijven, vraag ik bijvoorbeeld aan alle fractiegenoten tien dingen, waardoor ik 410 antwoorden krijg. Daar zitten altijd ideeën bij die ik goed kan gebruiken en vaak ook van mensen van wie ik het niet verwacht. Veel mensen vinden het leuk dat ze de kans krijgen om hun ideeën te spuien, maar er zijn er ook die zich ongemakkelijk voelen omdat ze niet weten wat ik ervan vind.
Ik onderhoud ook veel contacten met mensen buiten de fractie, zoals met wethouders of met mensen die ik heb ontmoet op werkbezoek. Ik vraag of ze zaken die ze signaleren aan me willen doorgeven. De pers heeft dat de Bos Brainbox gedoopt. Ik ben er bijvoorbeeld van overtuigd dat we het integratievraagstuk, dat de PvdA in 2002 de kop kostte, veel eerder hadden opgepakt als we hadden geluisterd naar onze wethouders in de grote steden. Dat zie je nu weer: in de politiek wordt weinig gepraat over integratie, maar via de Bos Brainbox weet ik dat het er in veel oude wijken niet beter op is geworden, en vaak zelfs slechter. Dat zijn niet de signalen die je in Den Haag oppikt.”             

Jeugd
“Ik had een liefdevolle jeugd maar gemakkelijk was het niet. Ik was altijd de jongste en de kleinste omdat ik een klas had overgeslagen. Ik ben ook nog eens een vroege leerling, waardoor ik soms wel twee jaar jonger was dan de andere kinderen in mijn klas. Als mijn kinderen ooit voor de keuze komen om een klas over te slaan, dan zal ik zeggen: niet doen. Daarnaast deed ik het ook nog goed op school, kreeg ik heel laat groeistuipen, had ik een heel grote bril en veel puisten. Dat alles maakte me tot een makkelijk mikpunt.
Later is dat gelukkig goed gekomen. En die bril heb ik niet meer nodig, want in Hongkong heb ik mijn ogen laten laseren. Door de luchtvervuiling kreeg ik er ontzettende last van mijn lenzen. Ik ben van -6 naar 0 en van -5 naar +1/2 gegaan. Een beetje te ver door gebrand, zeg maar. Maar het resultaat is geweldig. Ik heb nooit meer last van beslagen brillenglazen als ik het café binnenstap.”  

Zwangerschap
“Toen mijn vrouw zwanger was, was ik doodsbang. Nu zijn volgens mij meer vaders dat. Aanstaande moeders hebben vaak zo’n basaal vertrouwen dat wat er in hun buik gebeurt goed gaat, maar die jonge kerels staan er maar bij en maken zich zorgen over de gezondheid van het kind. Ik had dat natuurlijk een graadje erger omdat ik het in de familie heb meegemaakt. Mijn oudste broer Remco is overleden toen ik elf jaar was. Hij had spina bifida, een open rug in de volksmond. Door die ervaring zal ik nooit geringschattend doen over de waarde van gehandicapt leven. In de politiek voeren we regelmatig discussies over bijvoorbeeld levensbeëindiging van vroeg geborenen met een zware handicap. Dat soort discussies komt op een gegeven moment te dichtbij. Mijn broer zat in een rolstoel, was vanaf zijn navel naar beneden verlamd en had een waterhoofd. Geestelijk liep hij achter waardoor hij waarschijnlijk nooit verder zou zijn gekomen dan lagere schoolniveau, maar hij heeft me wel leren lezen. Hij was gek op voetbal. Hij wist wel dat hij geen voetballer kon worden, maar scheidsrechter worden kon geen probleem zijn, dacht hij, want dan kon hij met zijn rolstoel over het veld rijden. Veertien jaar is hij geworden. Had hij langer geleefd, dan was hij erachter gekomen dat scheidsrechter worden ook niet mogelijk was en dan was hij tegen nog veel meer frustraties aangelopen. Toch ben ik ervan overtuigd dat hoewel zijn leven niet gemakkelijk is geweest, hij niet ongelukkig was.”

Vrouwen
“Mijn dochter Iris is twee jaar en acht maanden, Jula is negen maanden. Een aantal dagen en dagdelen staat er een kruis door de agenda zodat ik bij mijn gezin kan zijn. Maar in de verkiezingstijd heb ik het zo druk dat het eigenlijk hopeloos is. De afgelopen jaren lukte het redelijk. Dan ging ik op dinsdag om half vijf naar huis en op donderdag om zes uur. Dat lijkt misschien laat, maar veel collega’s werken die dagen door tot tien uur. In het weekend wordt er ook vaak van alles georganiseerd waar ik bij moet zijn. Mijn vrouw en ik hebben afgesproken dat ik maar twee zaterdagen per maand werk. Verder probeer ik laat te beginnen zodat ik ’s ochtends de kinderen uit bed kan halen, met ze ontbijt en ze naar de crèche breng. Misschien beeld ik het me in, maar ik heb het idee dat ze me missen en ontzettend blij zijn als ik er ben. Dat vind ik soms hartverscheurend.
Wat me dan motiveert? Ik vind dat ik met iets ontzaglijk belangrijks bezig ben. Ik móet dit doen. Maar ik ben niet van plan dit werk de rest van mijn leven te doen. Daarvoor is dit vak te uitputtend. Toen Wim Kok afscheid nam, zag hij eruit alsof hij in één keer moest bijslapen van de zestien jaar dat hij in de politiek had gezeten. Daarnaast wil mijn vrouw over een bepaalde tijd misschien wel veel tijd aan haar carrière besteden en dan neem ik het grootste gedeelte van de zorg voor de kinderen op me. Op het moment volgt zij een opleiding en gaan de kinderen twee dagen per week naar het kinderdagverblijf. Die zit bij ons ongeveer naast de deur. Alle kinderen uit de buurt gaan ernaar toe en we kennen de mensen die het kinderdagverblijf runnen dus dat geeft een heerlijk dorps gevoel.
De PvdA heeft voorgesteld dat de kinderopvang drie dagen in de week gratis wordt. Ik hoop dat dat voor vrouwen een stimulans is om te gaan werken of om meer uren te werken. Dat is goed voor de economie, er is bij vrouwen veel talent dat we kunnen gebruiken, en ik denk dat het voor veel vrouwen belangrijk is om economisch zelfstandig te zijn. We willen ook meer vrouwen aan het werk houden door het zwangerschapsverlof uit te breiden. Ik denk dat veel vrouwen, maar ook mannen, minder snel opbranden als ze langer de tijd krijgen om aan hun nieuwe gezinssituatie te wennen.  
Als ik de verkiezingen win, dan wil ik een kabinet samenstellen dat voor vijftig procent uit vrouwen bestaat. Daarom ben ik hard op zoek naar vrouwen die eventueel zitting willen nemen. Vaak zeggen die vrouwen: ik wil wel, maar ik kan het niet regelen met thuis. Ik ga gewoon nog beter zoeken, want ik vind het een erg belangrijk punt. Ik denk dat politiek beter werkt als de vertegenwoordigers ook echt een afspiegeling zijn van de samenleving, en die bestaat nu eenmaal niet uit alleen blanke middelbare mannen. Politiek wordt een stuk serieuzer genomen als de bevolking het idee heeft dat politici weten waar ze over praten, omdat dat mensen zijn als zijzelf.”

Barbara
“Het liefst praat ik zo weinig mogelijk over mijn vrouw. Dit vak vreet al op zo’n genadeloze wijze je privé-leven aan. Barbara is veel meer dan alleen de vrouw van, en op die manier wil ze ook gekend worden. Gelukkig valt de Nederlandse pers mee. Als je aangeeft dat je niet wilt dat je vrouw en kinderen in de pers komen, respecteren ze dat. Behalve natuurlijk bladen als Privé en Story. Toen onze dochters waren geboren, lagen zij wel bij ons in de struiken tot ze die ene foto konden maken. Op zich valt het mij wel mee om een Bekende Nederlander te zijn. In het begin ging ik er heel verkrampt mee om en liep ik het liefst met een zonnebril over straat. Het gevolg was dat mensen dachten dat ik arrogant was en ze onvriendelijk werden. Nu geef ik iedereen die dat wil een hand, en groet ik altijd terug. Dan zijn mensen ontzettend aardig.”   

Duiken
“Mijn grootste frustratie is dat ik nog nooit een walvishaai heb gezien. Gigantische beesten zijn het, ze kunnen wel zeventien meter lang worden. Er zijn bepaalde plekken op de wereld waar je ze kunt vinden. Met een vriend heb ik een keer een heel ingewikkelde reis gemaakt naar Christmas Island, voor de kust van Australië. We zaten in een resort vlakbij een casino en het stikte er van de Oekraïnische hoertjes en Indonesische gokkers. In Indonesië is gokken verboden en daarom komen ze naar die eilandjes toe. Maar wij zaten er dus voor die haaien. Jammer genoeg stormde het zo erg dat we niet eens konden gaan duiken. Nadat ik vier dagen in mijn hutje had gelegen met een goed boek, zijn we maar teruggegaan. Later heb ik in Indonesië een whale shark op grote afstand gezien. Daar heb ik een foto van gemaakt en als je goed kijkt, dan zie je er wel iets van. Het is al twee jaar geleden dat voor het laatst heb gedoken en ik hoop dat het er gauw weer eens van komt. Als ik dertig meter onder water ben, dan denk ik nergens meer aan. Ook niet aan politiek, en dat is heerlijk.”

< TERUG NAAR INTERVIEWS