|
Jetske van den Elsen:
‘Ik zou een ongelukkige prinses zijn’
Tv-presentatrice Jetske van den Elsen (36) volgde maandenlang de zeven aangetrouwde prinsessen voor het programma Dames Van Oranje. Hoe zijn ze in het echt? Hebben ze een leven om van te dromen?
Speelde jij als klein meisje graag prinses?
“Ik zie wel eens meisjes in roze jurkjes van tule en met een kroontje op rondlopen, maar zo was ik niet. Het zat niet in mijn beleving en mijn moeder stimuleerde het ook niet.”
Waar komt je interesse voor de prinsessen dan vandaan?
“Ik ben niet overdreven geïnteresseerd in het koningshuis en wil ook geen royaltydeskundige worden. Maar ik heb natuurlijk de vragen die iedereen heeft en daarom vind ik het leuk om dit programma te maken. Wie zijn eigenlijk die zeven aangetrouwde prinsessen? Hoe leven ze is? Is het leuk om prinses te zijn? Wat er zo bijzonder aan ze is, is dat het gewone meisjes zijn. Ze zijn niet van adel en niet van hoge komaf. Iedereen heeft een tamelijk verknipt beeld van ze. Je leest over ze in de roddelbladen, of je ziet het beperkte plaatje dat de Rijksvoorlichtingsdienst voorschotelt. In dit programma proberen we om dichterbij de prinsessen te komen. Dat bleek heel moeilijk te zijn omdat ze erg afgeschermd worden. Wil je met Maxima praten, dan mag het alleen over microkredieten gaan, met Laurentien praat je over analfabetisme en met prinses Marilène over Hollandse meesters omdat ze daarover een tentoonstelling in Vancouver opende. Dat komt doordat de meeste prinsessen onder ministeriële verantwoordelijkheid staan, wat wil zeggen dat ze niets mogen zeggen dat schadelijk is voor de regering of wat politiek gevoelig ligt. Daarnaast lijkt het of ze hebben besloten: over persoonlijke zaken praten is niet ons werk. De prinsessen doen of zeggen nauwelijks iets spontaans. De interviews die ze geven, zijn helemaal georkestreerd. Van tevoren moet je je vragen inleveren, en het is niet de bedoeling dat je daarvan afwijkt. In het begin dacht ik: natuurlijk hoef ik me daar niet aan te houden, maar ik merkte dat zodra ik tegenover een prinses zat, ik toch ook braaf mijn lijstje afwerkte. Zo geïmponeerd was ik door de entourage. Daarnaast hangen er natuurlijk ook consequenties aan vast.”
Dat je niet meer wordt uitgenodigd?
“De Oranjes nodigen niemand uit, want zij staan niet te springen om een interview. Ze verlenen je een gunst. Het koninklijk huis is het visitekaartje van Nederland, maar ik vraag me wel eens af waarom het zo’n zakelijk kaartje moet zijn. Ze hebben twee momenten dat ze iets van zichzelf laten zien, dat is als ze op wintersport zijn in Lech en in de zomer bij het landgoed De Horsten. Toen we in Lech draaiden, werd er gezegd: ‘Vorig jaar is het uit de hand gelopen, en daarom doen we dit jaar geen interviews. Alleen de fotografen mogen foto’s maken.’ Dan denk ik: jongens, kom op! Er staan vier cameraploegen, dus dat is vier keer vijf minuten werk. Het lijkt een machtsspelletje en dat vind ik niet sympathiek overkomen. Andere koningshuizen manifesteren zich veel toegankelijker. De koning van Zweden gaat in het buitenland gerust in een talkshow zitten waardoor hij zijn koningshuis en zijn land positief op de kaart zet. In Nederland is het koningshuis een opgeprikte toestand. Een van de afleveringen heeft de insteek: ‘Waarom houden de Nederlandse paparazzi zich aan de regels van Oranje?’ We draaiden daarvoor op Koninginnedag, iets dat op zich een erg vreemd fenomeen is. Eigenlijk is het een soort aapjes kijken. Het koninklijk huis zie je ineens koekhappen, waterfietsen en kegelen. Ook dat is allesbehalve spontaan, maar je krijgt het idee dat ze het naar hun zin hebben, en die indruk had ik niet bij veel officiële gelegenheden. Afgelopen Koninginnedag in Apeldoorn interviewde ik een paparazzo-journalist toen die zwarte Mazda ineens keihard door het publiek reed en tot stilstand kwam tegen de Naald. We stonden op vijftig meter afstand en konden het goed zien. Eerst dacht ik: dit is een act, maar toen ik die mensen op de grond zag liggen, wist ik meteen dat ze dood waren. Het was afschuwelijk. Om eens heen werd gezegd dat we het drama ook moesten filmen maar er was al zoveel pers bij. Voor de koninklijke familie was het ook een enorme klap. Het moet vreselijk zijn als je je realiseert dat die aanslag tegen jou was gemunt. Daarom vond ik het knap dat Beatrix 4 mei weer in het openbaar verscheen.”
Wat moet je doen om prinses te worden?
“Je wordt het niet zomaar, daar ben ik wel achtergekomen. Deze dames zijn daar toch min of meer doelbewust mee bezig geweest. Dat is ook logisch, want je ontmoet niet zomaar een prins. Daarnaast is het moeilijk om geaccepteerd te worden door de familie, schoonmama Beatrix en het volk. Er waren allerlei bezwaren tegen Maxima, en grote groepen in de bevolking voelden weerzin tegen haar. Dat heeft ze weten om te buigen waardoor ze nu wordt beschouwd als de meest geliefde prinses. Dat vind ik knap. Maar geen van de prinsessen is een domme meid. Ze hebben allemaal gestudeerd en indrukwekkende cv’s. Ik vaag me wel af of ze hun ambities kunnen waarmaken. Wat wordt bijvoorbeeld de rol van Maxima als Alexander koning wordt?”
Is prinses zijn iets voor jou?
“Ik zou een ongelukkige prinses zijn. Alle spontaniteit wordt uit je leven gehaald. Je wordt nooit meer verrast en je mag nooit laten merken wat je echt ergens van vindt. Voor mijn werk kom ik op allerlei plekken en trek ik met veel mensen kort op. Dan laat ik natuurlijk ook niet helemaal zien wie ik ben, maar ik hoef me niet anders voor te doen.”
Je moet ook vallen voor het studentikoze type dat van bier drinken en snelle auto’s houdt. Is dat jouw type man?
“Niet bepaald. Mijn vriend is fotograaf. Ik heb Henk ontmoet toen ik 28 was, dus we hebben nu bijna negen jaar een relatie. Wat ik zo leuk aan hem vind, is dat hij heel levenslustig, ondernemend en positief is. En hij heeft een goed hart.”
Hoe houd je je relatie leuk?
“Ik denk door heel bewust te kiezen. Zo van: ik vind jou het aller-leukst en ik ga ervoor. In het begin van een relatie vroeg ik me altijd af: is dit het nou? Is hij echt de ware voor mij? Tot Henk op een gegeven moment zei: ‘Ik blijf bij jou want ik wil met jou oud worden. Ik heb geen zin om verder te kijken. Jij bent het voor mij. Punt.’ En dat vond ik eigenlijk zo heerlijk, want daardoor ging ik alles in een ander daglicht zien. Dingen waar ik vroeger over struikelde, bijvoorbeeld een vervelend karaktertrekje, daarvan denk ik nu: oké, zo is hij, maar hiermee wil ik het doen. Dat maakt het anders en heel relaxed.”
Jullie zoontje Kees is nu anderhalf. Is er door zijn komst veel veranderd?
“O ja. We hadden een superlekker leven, en dat hebben we nog steeds, maar dan op een totaal andere manier. Henk en ik zijn allebei freelancers waardoor we op de vreemdste momenten gaten in onze agenda hadden en dan gingen we naar Cuba of India. We gingen vaak uit eten, spontaan naar de film, dat soort dingen. Voor een kind hebben we bewust gekozen. Allebei hadden we het gevoel dat we een egocentrisch leven leidden. Het was te gek, maar ook erg eendimensionaal. Het ging alleen maar over: wat vinden we leuk en waar hebben we zin in. Op een gegeven moment voelden we de behoefte om daar een laag aan toe te voegen, en voor ons was dat: hoe zou het zijn om ouder te zijn? Om te zorgen voor iemand en verantwoordelijkheid te dragen? Ik was ook nieuwsgierig naar het moederschap. Houd je meteen van je kind als het is geboren? Ik vond baby’s vaak zulke rare rimpelige wezentjes en als ik een moeder hoorde zeggen: ‘Mijn baby is het allermooiste kind dat je ooit hebt gezien.’ Dan dacht ik: zou ik ook zo blind worden? Toen ik zwanger was, wist ik al dat het een jongetje zou worden. Dat vond ik vreemd want ik kom uit een vrouwengezin, en ik had ook alleen meisjesbaby’s in de omgeving. Wat moest ik nu met zo’n klein jongetje? Maar zodra ik hem in mijn armen had, vanaf de eerste twee seconden na de bevalling, voelde ik me moeder.”
Had je een goede bevalling?
“Ik vond het enorm meevallen. Iedereen had me er zulke monsterlijke verhalen over verteld dat ik dacht: nu komt het ergste van het ergste. De tijd daarna viel me vies tegen. Ik wist niet dat je zo moe kunt zijn. Vriendinnen hadden me er voor gewaarschuwd, maar dan dacht ik: dat geldt voor jou misschien, maar wij gaan echt nog wel een avondje uit. Maar Kees bleek koemelkallergie te hebben en het duurde een paar maanden voordat we daar achter waren. Daardoor spuugde hij veel, en sliep hij slecht. Ik was zo moe dat ik in een soort mist leefde. En ik had natuurlijk die gevoelens van: doe ik het wel goed? Kan ik die verantwoordelijkheid wel aan? Ik vond dat heel confronterend, ook omdat ik me dat niet van tevoren had gerealiseerd. Ik was zo naïef. Maar ik had het kunnen weten: als je reist, ziet je bestemming er ook altijd anders uit dan je je had voorgesteld. Het is de kunst om dat op te pakken en er iets moois van te maken.”
Kinderen houden van reinheid, rust en regelmaat. Vind je dat niet saai?
“Gek genoeg vind ik dat best leuk. Improviseren met een kind is lastig, en ik merk dat alles superlekker gaat als het gestructureerd is. We hebben iedere dag hetzelfde ritueeltje en daar geniet ik van omdat ik merk dat het Kees zoveel goed doet. Een vriendin zei laatst: ‘Als we uit eten gaan, leg ik mijn kind te slapen in een jas onder tafel.’ Daar moest ik zo om lachen, want ik kan me er niets bij voorstellen.”
Ben je anders tegen je eigen opvoeding gaan aankijken?
“Niet echt. Ik heb altijd veel respect voor mijn ouders gehad. Vooral voor mijn moeder. Toen mijn zus en ik klein waren, zorgde ze overdag voor ons en studeerde ze in de avonduren. Ze heeft kunstacademie gedaan en is nu beeldend kunstenaar. Ze was een voorvechtster van vrouwenrechten en zo heeft ze ons ook opgevoed. Als ik zei: ‘Het lijkt me leuk om later dierenartsassistente te worden,’ dan antwoordde ze: ‘Als je wat langer doorleert, kun je ook dierenarts worden.’ Het was niet geforceerd, maar ze liet ons zien dat meisjes ook alle mogelijkheden hadden.”
Accepteert ze het als je zegt: ik ga een paar jaar thuis moederen?
“O ja, dat vindt ze echt geen kapitaalvernietiging. Het gaat haar erom dat vrouwen kunnen kiezen wat ze willen.”
Droom je van een broertje of zusje voor Kees?
“Ik ben zwanger van de tweede! Als alles goed gaat, komt dit kindje vlak nadat Kees twee is geworden. Het zal pittig worden, want dan is hij net op de leeftijd dat hij gaat rebelleren. We bereiden ons maar op het ergste voor, dan kan het alleen maar meevallen.”
En dan kunnen ze over een poosje naar kinderprogramma’s kijken die jij presenteert.
“Dat weet ik niet. Ik vraag me af hoe lang dat jeugdige nog houdbaar is. Laatst presenteerde ik een kinderprogramma en toen zei de regisseur: ‘En dan kom jij aanrennen en dan doe je je tekstje.’ En ik had iets van: rennend aanlopen? Ik ben toch geen zestien meer! Toen dacht ik: misschien moet ik dit niet al te lang meer doen. Zodra het niet meer natuurlijk voelt, is het ook geen gezicht op tv.”
Op wat voor soort programma’s wil je je dan gaan richten?
“Programma’s voor volwassenen. Het belangrijkste vind ik dat ik me blijf ontwikkelen. Ik wil het gevoel hebben: oef, gaat dit wel lukken? Als ik stilsta, raak ik verveeld en ga ik iets anders zoeken. Er moet wel iets te beleven zijn.”
Paspoortje:
Jetske van den Elsen (1972) werd bekend als presentatrice van kinderprogramma’s als Het Klokhuis, Willem Wever en de BZT-show. Voor volwassenen presenteerde ze onder andere Korte Lontjes en De Rijdende Rechter. De tiendelige serie Dames van Oranje, waarvoor Jetske de aangetrouwde prinsessen van het koninklijk huis volgde, begint op 11 juli en is tien weken lang te zien om 19.00 op Nederland 2.
< TERUG NAAR INTERVIEWS
|