|
Ans Markus: ‘Ik verbeeld haat, liefde, kwetsbaarheid, woede en wanhoop’
Alhoewel Ans Markus bekend staat om haar dramatische verschijning, heeft ze nooit bewust aan dat imago gewerkt. “Op mijn zeventiende droeg ik al mijn haar strak naar achteren in een paardenstaart, maakte ik mijn ogen op met zwarte make-up en droeg ik veel donkere kleding. Dat hoort bij me. Ik denk niet: vanwege mijn imago moet ik dit volhouden. Elegantie betekent voor mij er goed verzorgd uitzien, en dat houdt in dat ik vrij streng ben voor jezelf. Ik ben dol op heerlijk eten en snoepen, maar ik probeer in maat 38 te blijven passen. Die maat heb ik sinds mijn twintigste, ook al zijn de verhoudingen waarschijnlijk wel veranderd. Met geld heeft er verzorgd uitzien niets te maken. Als je mij op een maandagochtend wilt ontmoeten, moet je naar de Noordermarkt in Amsterdam komen. Dan sta ik hysterisch te graaien in een bak met tweedehands kleiding uit Londen, Parijs, weet ik veel waar en daar weet ik vaak schitterende dingen vandaan te halen. Laatst heb ik bijvoorbeeld een jasje gekocht met gouden pailletten en een jurkje met prachtig kant. Vriendinnen zeggen dat ik er een radar voor heb. Ik koop ook dingen voor hen, of voor mijn dochter. Spullen die misschien vijf of zeven euro kosten, maar zo mooi zijn.”
Van jongs af aan heeft ze belangstelling voor mode. Op het lyceum tekende ze jurkjes die een handige buurvrouw voor haar naaide, en toen ze pas gescheiden was en weinig geld had, maakt ze zelf kleding. Afgelopen zomer had ze in het Amstelveense Van Der Togt museum een expositie van schilderijen waarop ze avondjurken van internationale couturiers had afgeschilderd. “Het eerste schilderij dat ik maakte was een grote zwarte avondjapon van Givenchy op een zwarte achtergrond. Dat zwart in zwart werken vond ik zo spannend om te doen. Het model had windsels om het gezicht, waarmee ik wilde aangeven dat het om de jurk ging en niet om het model, en ook om het doek extra spanning te geven. Toen ik werd uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar, dacht ik: ik ga met deze serie verder voor een expositie. In een paar jaar tijd heb ik zo’n vijfendertig doeken van twee meter hoog bij anderhalve meter breed gemaakt, en daarvoor moest ik dag en nacht doorgewerkt. Om coutureontwerpen te vinden die me inspireerden heb ik veel boeken van ontwerpers doorgekeken en internet afgezocht. Het was alsof ik door een schitterende winkelstraat in Parijs liep, en ineens een klik voelde met een bepaalde avondjurk.
Ik had me best kunnen voorstellen dat ik zelf verder was gegaan in de mode. Toch is dat voor mij niet genoeg. Er zijn wel ontwerpers die een bepaalde filosofie achter hun collecties hebben, maar ik kan niet alles in mode kwijt. Ik ben bezig met zielenroerselen en wil haat, liefde, kwetsbaarheid, woede, wanhoop, vreugde, ouderdom verbeelden. Waarom ik die drang heb, weet ik niet, maar wel dat die er altijd al was. Terwijl ander meisjes buiten speelden of achter de jongens aan zaten, tekende ik biddende handen, kinderen uit derde wereld landen, oude gerimpelde koppen. Het had allemaal een nood zich. Blijkbaar keek ik toen al om me heen van: waarom gebeurt dit? Misschien moest ik die dingen ook wel tekenen omdat ik vrij gesloten was. Ik zei nooit veel, had weinig vriendinnen. Dat veranderde pas toen ik twintig jaar geleden met mijn huidige man Wybe in Amsterdam kwam wonen. Toch blijk ik in basis een éénpitter. Laat mij maar lekker mijn gang gaan in mijn atelier op het Prinseneiland.
Het schilderen heeft me geholpen om te worden wie ik nu ben omdat ik er zo mijn gevoel in kwijt kan. Toen ik dertig was, ben ik uit een huwelijk gestapt waar ik tien jaar lang tegen beter weten in een succes van had proberen te maken. Ik had totaal geen eigenwaarde meer. Puur voor mezelf ben ik toen vrouwen gaan schilderen volledig in windsels verpakt waarmee ik wilde aangeven hoe angstig en onzeker ik was, en bang voor de toekomst. Die windsels afleggen betekent het afstand nemen van het oude, en de vrijheid tegemoet gaan.
Nog steeds wil ik in mijn werk de kracht van de vrouw uitdrukken. Het is een zoektocht naar dat dingen soms moeten veranderen, naar transformatie. Wanneer ik aan het werk ben, denk ik niet over het effect dat mijn schilderijen hebben, maar ik heb wel gemerkt dat als ik oprecht met een onderwerp bezig ben, er altijd een wisselwerking met het publiek is. Kunst hoeft niet per se mooi te zijn, maar het moet iets met je doen. Je kunt ervan schrikken, er blij van worden of verdrietig. Als je bent geraakt, is dat mijn grootste compliment. Ik ben een vrouw, en dus verbeeld ik graag gevoelens die vrouwen hebben. Mannen vind ik duidelijk van een andere planeet en daarom ben ik ervan overtuigd dat een huwelijk of relatie alleen maar kan slagen als je je daar voortdurend bewust van bent. Vrouwen voelen mijn werk over het algemeen beter aan. Ze herkennen mijn onzekerheid, of de processen waar ik doorheen ben gegaan.
Dankzij het schilderen kreeg ik mijn eigenwaarde terug. Ik heb mezelf dus letterlijk sterker geschilderd. Ik vind het heerlijk dat het publiek van heinde en verre naar mijn exposities komt. Afgelopen jaar heb ik het boekje De Pijn Van Oud geschreven en dat is al uitgekomen in een tweede druk. Het is een bundel verhalen over de relatie met mijn 98-jarige moeder geïllustreerd met schilderijen die ik gemaakt heb van onder andere haar oude handen en schilderijen die ik heb gemaakt rond het Circle Of Life-thema. Ik ben langs drie uitgevers geweest maar niemand wilde het uitgeven. Uiteindelijk heeft de Telegraaf dat gedaan, en het was in een mum van tijd uitverkocht. Dat is zo kicken. Daarnaast ben ik uitgeroepen tot kunstenaar van het jaar, en werd ik afgelopen juni geridderd tot Officier van Oranje Nassau. En toch blijf ik ergens altijd een beetje onzeker. Misschien koester ik dat gevoel ook wel omdat het me zo ver heeft gebracht. Laat mij maar zoeken en me afvragen waarom de dingen zijn zoals ze zijn. Het geeft me ook de kracht om me vast te bijten in een thema en iets van alle kanten te bekijken. Met de serie Medea-schilderijen die over haat en liefde gingen, ben ik bijvoorbeeld drie jaar bezig geweest. Daarvoor moet je toch een beetje maf zijn.
De komende periode wil ik niet gaan schilderen. Ik heb er even helemaal geen zin in, en dat is bijzonder voor mij, want normaal kan ik niet wachten om aan het werk te gaan. Op het moment zit mijn hoofd vol met mijn moeder. Ze is zo breekbaar, ze kan bijna niets meer zien en slecht horen, waardoor haar wereld erg beperkt is. Ieder dag ga ik even bij haar langs en dan zit ze op een stoeltje op mij te wachten. Dat vult me zo dat ik iets ongecompliceerds wil doen, lekker met mijn handen bezig zijn. Ik maakte bijvoorbeeld kettingen voor het Medical Knowledge Institute, een organisatie die zich inzet voor met hiv-besmette vrouwen. En dan ontwerp ik er niet twee of drie, maar gelijk veertig of vijftig. In mijn hoofd ben ik wel al bezig met een nieuw thema voor schilderijen. Ik wil het oudste mythologische verhaal schilderen, over een vrouw die de zeven zondes moet afleggen om bij haar zusje in de onderwereld te komen. Maar hoe verbeeld je hebzucht, luiheid of jaloezie? Dat zijn van die puzzels waar ik lekker over kan nadenken.”
Van de serie schilderijen die Ans Markus maakte van avondjurken van internationale couturiers als Chanel, Dior, Balenciaga, Vivienne Westwoord, Victor& Rolf en vele anderen is het boek ‘Hommage Aan Couturiers’ verschenen bij uitgeverij Waanders. Het boek ‘De Pijn Van Oud’ dat Ans schreef over de relatie met haar moeder is te verkrijgen via http://webshop.telegraaf.nl/ en in de boekwinkel.
< TERUG NAAR INTERVIEWS
|