MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2006 Libelle


De perfecte moeder

Of een moeder nu fulltime, parttime of niet werkt, in de ogen van haar omgeving doet ze het niet goed. En toch zijn er in Nederland veel tevreden moeders en vaders, die vinden dat ze een prima balans hebben gevonden tussen werk en zorg.

De perfecte moeder bestaat niet. Als een moeder thuis blijft om de kinderen te zorgen, schudt haar omgeving meewarig het hoofd. Wat zonde van haar opleiding. Vindt ze het niet belangrijk om economisch zelfstandig te zijn en onafhankelijk van haar partner? En hoe staat het met haar persoonlijke ontwikkeling? In een baan vindt ze meer uitdaging dan in het spelen met een peuter, in het huishouden, of in het vervoeren van haar kind naar school, clubs of vriendjes.

Tweederde van de Nederlandse moeders werkt, maar de moeders vinden een fulltime baan of grote parttime baan uit den boze. Het Sociaal Cultureel Planbureau publiceerde begin 2006 een onderzoek over hoe moeders denken over kinderopvang en werk. Hieruit blijkt dat moeders over het algemeen vinden dat een kind niet meer dan twee dagen op een kinderdagverblijf mag doorbrengen, want anders is het zielig voor het kind. Het is sowieso beter als een vertrouwd persoon zoals opa of oma op het kind past. Veel moeders denken dat hun kind ongelukkig wordt als het de laatste uren van de middag doorbrengt op een buitenschoolse opvang. Ook als de kinderen op de middelbare school zitten, gaan moeders niet meer uren werken want ook dan heeft een kind zijn moeder nodig.

Volgens het Sociaal Cultureel Planbureau kiezen om deze redenen moeders voor het anderhalfverdieners-model. De mannen werken 100%, en de vrouwen 50%. De moeders hebben een gemiddeld een werkweek van twintig uur. Hierdoor kunnen vrouwen werken én voor de kinderen zorgen. Het liefst verdelen de moeders hun werkuren zo over de week dat ze na schooltijd toch met een kopje thee kunnen wachten op hun kind. Maar aan het anderhalfverdieners-model kleven nadelen. Deeltijders hebben over het algemeen banen waarin ze moeilijk carrière kunnen maken. Vaak verdienen ze te weinig om financieel zelfstandig te zijn, en een goed pensioen bouwen ze ook niet op.

De overheid is ook niet zo gelukkig met het anderhalfverdieners-model. Zij wil juist dat vrouwen meer gaan werken. Nederland vergrijst waardoor er veel meer mensen nodig zijn op de arbeidsmarkt. In Den Haag worden allerlei plannen bedacht waardoor meer vrouwen aan het werk zullen gaan. Zo ligt er een voorstel waardoor alle scholen verplicht worden buitenschoolse opvang aan te bieden. Een plan is om de kinderdagverblijven aantrekkelijker te maken door ze kwalitatief te verbeteren. Leidsters zouden hoger opgeleid en beter betaald moeten worden. Een ander voorstel is om de kinderopvang zo goedkoop te maken dat het voor iedereen een aantrekkelijke optie is.

Toch zijn veel moeders en vaders helemaal niet ontevreden. Libelle interviewde vijf moeders en een vader die ieder op hun eigen manier de perfecte balans hebben gevonden tussen werk en het zorgen voor de kinderen.

Meer informatie:

Hoe het werkt met kinderen. Moeders over kinderopvang en werk. Wil Portegijs, Mariëlle Cloïn, Ingrid Ooms, Evelien Eggink. Sociaal en Cultureel Planbureau 2006, ISBN 9037702384.

Karin Flens (46) werkt drie dagen in de week als managementassistente bij de gemeente. Ze heeft een dochter Bo (11) en is getrouwd met Jan (57).

“Ik werk twintig uur per week en verdeel die uren over drie dagen. Mijn werk is heel leuk, maar daarnaast vind ik het belangrijk om onafhankelijk te zijn, om mezelf te ontwikkelen en iets voor mezelf te hebben. Daarbij komt dat ik het op een ideale manier kan regelen. Ik begin om half acht ’s ochtends en ben om drie uur thuis zodat ik er ben als Bo van school komt. Op maandag en dinsdag moet Bo overblijven, op woensdag komt mijn moeder bij ons thuis om met haar een broodje eten. Dan kom ik om half twee thuis. Ik ben blij dat ik geen gebruik hoef te maken van de naschoolse opvang. Bo vindt het fijn dat ze haar verhaal meteen kwijt kan. Op donderdag heb ik twee oppaskinderen. Dan haal en breng ik de kinderen en uiteraard komen ze thuis lunchen. Die dag besteed ik vaak aan het huishouden omdat ik toch steeds in en om het huis ben. Vrijdag is voor mij. Soms laat ik Bo die dag zelfs overblijven zodat ik met vriendinnen kan afspreken of kan gaan winkelen. Ik heb zo’n dagje voor mezelf af en toe wel nodig, want de rest van de week leef ik volgens zo’n strak schema. Op vrijdag doe ik ook regelmatig vrijwilligerswerk op Bo’s school. Eens in de zes weken geef ik met een andere moeder kookles, en ik help bijvoorbeeld met de sportdagen. Valt zo’n sportdag op een andere dag, dan kan ik altijd wel ruilen met een collega. Ze hebben allemaal kinderen dus weten hoe fijn het is als je flexibel met je tijd kunt omgaan. Mijn baas vraagt wel eens: is het werk nog uitdagend genoeg? Of wil je meer werken? Maar ik ben volmaakt tevreden.”

Bram Joël (44) is huisman. Hij is getrouwd met Anneloes (40) en samen hebben ze vier kinderen Avi (5), Laura (9), Mira (12), Elmo (16).

“Ik geniet er ontzettend van om veel tijd met de kinderen door te brengen. Het is prachtig om mee te maken hoe de oudste volwassen wordt, om te zien dat de jongste geen krabbels meer maakt maar echte gezichtjes gaat tekenen en om met een kind achterop en een naast me naar school te fietsen. Sinds ik huisman heb, heb ik ook meer tijd voor mezelf. Als de kinderen op school zitten, schrijf ik aan mijn weblog (www.thuisman.blogspot.com) , ik heb een cursus mediation gedaan en ik schrijf een boek over rolwisseling. Ik ben ontzettend blij dat mijn vrouw en ik van rol hebben gewisseld. Op deze manier kan ik heel oud worden. Jarenlang heb ik in de automatisering gewerkt. Ik had een internationale carrière en verdiende een fors salaris, maar bevrediging gaf het me allang niet meer. Ik werkte alleen maar voor het geld. Veel liever bracht ik meer tijd door met de kinderen. Koken, strijken en klussen vond ik ook allemaal leuk om te doen. Mijn vrouw, die was gestopt met werken toen onze jongste werd geboren, wilde juist graag weer aan de slag. Na lang praten hebben we twee jaar geleden de knoop doorgehakt en zijn we van rol gewisseld. Mijn vrouw richt zich volledig op haar carrière, het huishouden en de zorg voor de kinderen komt grotendeels op mij neer. Het duurde even voordat de kinderen eraan waren gewend want ik leid het huishouden op mijn manier, maar inmiddels is iedereen tevreden. Onze kinderen vinden het vooral fijn dat er iemand thuis is op wie ze altijd een beroep kunnen doen. Dat geeft rust.”

Marina Koentjes (46) is huisvrouw. Ze heeft een dochter Laura (12) en is onlangs gescheiden.

“Toen Laura werd geboren, ben ik gestopt met werken. Ik was van plan ontzettend van Laura te genieten omdat ik wist dat het bij dit ene kind zou blijven. Daarbij kwam dat ik niet terug kon naar mijn oude baan, en mijn man een eigen bedrijf was gestart waar hij veel tijd in moest steken. Het makkelijkst was als ik de zorg voor Laura en het huishouden helemaal op me nam. Toen ze klein was, vond Laura het heel fijn dat ik veel thuis was. Ik genoot er ook van, maar ik wilde wel wat meer. Daarom heb ik altijd veel vrijwilligerswerk gedaan. Zo zat ik in de Vrouwen Advies Commissie: met een aantal vrouwen adviseerden we architecten over wat een handige indeling was voor huizen. Ik coördineerde het wijkblad en deed veel op Laura’s school. Op dit moment ben ik helemaal verslingerd aan golf en breng ik veel tijd op de golfbaan door. Volgend jaar ga ik een baan zoeken voor twee à drie dagen. Ik heb zin in een nieuwe uitdaging en Laura heeft niet meer nodig dat ik steeds thuis ben. Ze is zo zelfstandig. Ze vindt het geen probleem als ik niet altijd thuis ben als ze van school komt, en ik kan zelfs ’s avonds even weg –als het in de buurt is- zonder een oppas te regelen.”

Sjoukje Gerritsen (46) runt met haar man Ted (47) hotel-restaurant Ter Linde. Ze wonen ernaast en hebben een dochter Frederique (7).

“Mijn man en ik droomden al heel lang van een eigen hotel. Vier jaar geleden dachten we: we kunnen de rest van ons leven wel wachten tot we de loterij winnen, maar we kunnen het ook dóen. Het leek ons ook goed voor Frederique: ze zou veel meer buitenlucht krijgen en dan konden we samen voor haar zorgen. Van de binnenstad van Utrecht verhuisden we naar het landelijke Drenthe. Horeca-ervaring hadden we niet, maar al snel vonden we onze draai. We genieten erg van het contact met de gasten. Frederique vindt het vaak ook leuk om met ze te praten of met hun kinderen te spelen. ’s Ochtends zorgt één van ons voor Frederique, de ander serveert het ontbijt. En ’s avonds brengt één van ons haar naar bed, terwijl de ander in het restaurant werkt. Hebben we veel gasten dan komt er een oppas. Rond lunchtijd gaat de zaak dicht zodat we Frederique van school kunnen halen en met haar kunnen eten. Om half zes eten we weer gezamenlijk. Dat moment is heilig, als er dan een gast een drankje wil, moeten ze maar even wachten. Alleen wanneer we het erg druk is in de zaak, komt Frederique een beetje in de verdringing. Dan zit ik met haar een spelletje te doen, en komt er weer een gast iets vragen of gaat de telefoon. Het vervelendst zijn voor haar de ochtenden in drukke weekenden. Dan zijn we allebei ontbijt aan het serveren en zit ze soms tot een uur of elf alleen. Gelukkig hebben we familie of vrienden die in dat soort gevallen kunnen bijspringen. Daartegenover staat dat als het rustig is, we juist extra veel tijd voor haar hebben. Al met al vind ik dat het heel goed heeft uitgepakt. We wonen landelijk, werken samen, en kunnen alles goed combineren met de zorg voor Frederique.”

Paméla Hemmekam (38) werkt vier dagen als managing director van een reclamebureau. Ze is getrouwd met Peter (41) en heeft een tweeling Julia en Michelle van één jaar.

“Voordat ik zwanger was, werkte ik zo’n zestig à 70 uur in de week. Nu zit ik vier dagen op kantoor, maar ik werk vaak ’s avonds nog een uurtje. Dat is ook eigen aan mijn baan: ik heb altijd met deadlines te maken. Als iets de volgende dag af moet, pak ik niet om half vijf mijn jas om de kinderen van het kinderdagverblijf te halen.

Julia en Michelle gaan vier dagen per week naar het kinderdagverblijf. Ik vind belangrijk dat ze steeds dezelfde vertrouwde gezichten om zich heen hebben. Volgens mij is het heel onrustig voor kinderen als ze een dag bij de ene oma zijn, de andere dag bij de andere oma en een dag op het kinderdagverblijf doorbrengen. Dan moeten ze steeds inspelen op andere situaties. Toen ik nog niet bevallen was, kreeg ik veel kritiek. Wilde ik echt vreemden op mijn kinderen laten passen? Waren baby’s niet veel te klein voor het kinderdagverblijf? Moest ik niet minder gaan werken of misschien zelfs wel stoppen? Ik vond het allemaal zo’n onzin. Ik vind mijn werk erg leuk, ik heb niet voor niets gestudeerd en we kunnen het extra inkomen goed gebruiken. Om het allemaal zo soepel mogelijk te laten lopen, hebben we hulp ingeschakeld. Mijn moeder komt strijken, eens in de week komt mijn tante schoonmaken en mijn man kookt meestal.  

De kritiek is verstomd nu iedereen ziet hoe goed het met de meiden gaat. Ik geniet enorm van ze, misschien wel meer omdat ik de tijd die ik met ze heb veel bewuster beleef. Die ondeugende blik in hun ogen als ze iets doen wat niet mag, de trots als iets ze gelukt is. Soms denk ik wel: ik zou meer tijd met ze willen doorbrengen. Maar ik kan nu eenmaal niet minder werken in deze functie, dus ik leg me erbij neer.”

Netty Clerc (47) werkt fulltime bij een drukkerij. Ze is gescheiden en heeft twee dochters Wendy (21) en Cindy (19) die allebei nog thuis wonen.

“Vijf dagen in de week begin ik om half negen in de drukkerij, en om kwart over vier ben ik weer thuis. Geen dag ga ik er met tegenzin naartoe. Ik geniet van het onder de mensen zijn, ik denk dat ik gek zou worden als ik de hele dag zou thuis zitten. Bovendien heb ik het geld nodig. Ik heb altijd hard gewerkt. Mijn ex-man en ik hadden een wegrestaurant. Daardoor zaten de kinderen regelmatig alleen thuis. Vroeger moet ik er wel eens om huilen dat ik niet meer tijd met ze kon doorbrengen, maar ach… Het zijn fantastische meiden geworden. En doordat ze veel op elkaar aangewezen waren, hebben ze samen ook een heel goede band. Mijn kinderen zijn inmiddels zo groot dat ze hun eigen gang gaan. Maar koken, wassen, schoonmaken en de boodschappen doe ik. Die meiden gaan naar de universiteit en hebben het druk genoeg met hun studie. ’s Avonds eten we gezamenlijk. Als ze niet komen, moeten ze wel even bellen. Ik ben ook altijd bereid om ze ’s nachts bij een disco op te halen. Eigenlijk zijn we goede maatjes van elkaar maar ik blijf natuurlijk wel hun moeder. Laatst moest de jongste voor een onderzoek naar het ziekenhuis, en dan neem ik een dag vrij zodat ik met haar mee kan.”

< TERUG NAAR REPORTAGES