|
|
![]() |
| 2007 Esta | |
|
Als je kind niet meer wilt leven Het enige dat je als moeder wilt, is dat je kind gelukkig is. Maar veel jongeren zijn dat niet. Zelfdoding is al jaren doodsoorzaak nummer twee onder jongeren. Irma was achttien toen ze een einde aan haar leven maakte. Haar moeder vertelt. Henriëtte (45): “Irma had die vrijdag een terugkomdag van haar opleiding. Toen ze thuiskwam, had ik bezoek. We praatten heel kort even. Ik vroeg of ze een leuke dag had gehad en of ze al haar vriendinnen weer had gezien. Irma antwoordde dat het inderdaad gezellig was geweest, en ging op de bank televisie liggen kijken. Toen mijn bezoek vertrok, ging Irma weg om geld te halen. Tegen zes uur was ze nog niet terug. Ik ben met de fiets naar het winkelcentrum gereden om te kijken of ze daar was. Daarna ben ik langs andere plekken gefietst waar ze kon zijn, en toen ben ik maar naar huis gegaan. Irma moest die avond stage lopen bij een verloskundige. Misschien was die dienst wel om zes uur begonnen? Ik belde de verloskundige, en die vond het vreemd dat Irma haar mobiel niet opnam, want ze moest bereikbaar zijn. Ze vertelde ook dat ze de dag ervoor een beoordelingsgesprek had gehad. Irma moest veel beter haar best gaan doen want tot nu toe was ze nogal was tegengevallen. O nee, dacht ik, dat kan bij Irma helemaal verkeerd vallen. Misschien zat ze zich nu wel ergens te bezuipen? Ik belde een paar vriendinnen en kreeg een meisje te pakken bij wie Irma die middag langs was geweest. Irma was inderdaad erg overstuur van dat beoordelingsgesprek. Ze was bang dat ze het eerste jaar niet haalde en zag de studie niet meer zitten. Dat vriendinnetje had haar moed ingepraat, en ze dacht dat Irma daarna naar huis was gegaan. Andries, mijn man, en ik begonnen toen echt ongerust te worden. Hij heeft in cafés in de stad gezocht, heeft op het station gekeken of daar haar fiets stond, is langs vrienden gegaan. We hebben zijn broer gebeld, met wie Irma het goed kon vinden en bij wie zich wel eens wat over zichzelf losliet, maar ook hij had niets van haar gehoord. We probeerden tv te kijken, praatten wat, maar steeds dachten we: waar kan ze toch zijn? Inmiddels was het zo laat, dat we besloten naar bed te gaan. We deden de deur zo op slot dat ze naar binnen kon, en maakten haar bed op zodat ze er meteen kon inkruipen. Normaal deed ze dat zelf als ik haar lakens had afgehaald. Ik wilde net in bed stappen, toen de bel ging. Twee agenten. Dit is slecht nieuws, dacht ik. En dat was het ook. Ze vertelden dat Irma voor de trein was gesprongen. Dit kan niet, dacht ik. Dit kan gewoon niet! De politie zei dat we de volgende dag contact konden opnemen met de recherche en dat Irma een brief voor ons had achtergelaten. Een brief? Dat betekende dat ze erover had nagedacht en het geen impulsieve daad was. Het was zo onvoorstelbaar. En dan moet je de nacht door. We hebben zitten praten en huilen, en steeds weer vroegen we ons af: wat had haar bezield? Wat was er gebeurd? Ik had het zo verschrikkelijk koud dat ik kon aantrekken wat ik wilde, maar warm werd ik niet. Op een gegeven moment zijn we toch maar naar bed gegaan. De volgende morgen waren we heel vroeg wakker maar we konden pas om negen uur bellen met de recherche. Toen hebben boodschappen gedaan. We dachten: laten we maar veel koffie en thee halen, want straks wordt het hier hartstikke druk. Vreemd dat je op zo’n moment zo rationeel kunt zijn. Zaterdagavond werd ze thuis gebracht. Dat vond ik heel fijn. Ik heb haar niet meer gezien, want ik wilde met haar herinneren hoe ze was bij leven. Het maakte het wel moeilijker om te geloven dat ze dood was. Maar de politie had ons haar bedelarmbandje, haar nieuwe Diesel-gympjes en de brief gegeven, dus alles wees erop dat zij het was. De buurvrouw is beeldhouwster, en die gaf me een prachtig beeldje van een kinderkopje. Ze zei: ‘Jouw lieve meisje heeft rust gevonden. Je kunt haar niet meer aanraken, maar als je dat graag wilt, dan moet je dit beeldje maar even over de bol aaien.’ Het gekke is: het werkte ook zo. Ik heb het beeldje op de kist gezet. Die week kregen we verschrikkelijk veel mensen over de vloer. Dat hadden we ook op de rouwkaart gezet: iedereen die wil langskomen is welkom. Ze wilden dan ook even naar de kist, en als ik dan daar mijn verhaal stond te doen, raakte ik af en toe even dat beeldje aan. Dan had ik het gevoel dat ik toch contact met Irma had. Veel mensen waren stomverbaasd dat Irma dit had gedaan. Aan de buitenkant was het ook allemaal prachtig: een meid met pit, altijd lachen, veel energie. Maar thuis was het anders. Wij wisten wel dat het niet goed met haar ging, maar dat ze overwoog eruit te stappen, daar hadden we geen idee van. Het probleem was dat ze zich niet uitte. Ze had een slecht zelfbeeld, dacht dat ze niet kon voldoen aan de normen van een ander. Ze zat op het VWO, maar ze kon moeilijk de concentratie opbrengen om te studeren. Wij zeiden tegen haar: ‘Dan ga je toch naar de havo?’ Maar dat wilde ze niet. Ze had iets van: ik ben slim genoeg, dus ik moet het kunnen. En waarschijnlijk dacht ze ook: mijn zus heeft het VWO gedaan, daarom verwachten mijn ouders dat ook van mij. Het was lastig om daardoorheen te prikken, omdat ze weinig vertelde over wat er in haar omging. Als ze wel wat vertelde, dacht ik soms: hoe kom je daar nu bij? Dan kon ik haar gedachtegang niet volgen. Toen ze op de basisschool zat, had ze veel vriendinnetjes en vriendjes en legde ze makkelijk contacten. Op de middelbare school veranderde dat. Ze ging nadenken over zichzelf en het leven, ging steeds meer eten en trok zich terug in zichzelf. Op een gegeven moment kwam ze een kilo per maand aan. Ik probeerde met haar te praten, Andries probeerde het, we probeerden het samen, en uiteindelijk hebben we haar naar een psycholoog gestuurd, want het lukte niet om contact met haar te krijgen. Irma vond het eigenlijk allemaal onzin. Die psycholoog heeft haar geholpen dat eetprobleem onder de knie te krijgen, maar het lukte hem niet om de oorzaak aan te pakken. Met de hakken over de sloot slaagde ze voor haar eindexamen VWO. Daarna ging ze verloskunde studeren, de enige studie waar ze zin in had. Ze dacht waarschijnlijk dat ze zich wel zou kunnen concentreren op iets wat ze zo leuk vond, maar studeren lukte weer niet. Ik zag wel dat ze niet veel deed, maar ik kon moeilijk inschatten hoeveel tijd die opleiding haar kostte. Ik merkte vooral dat ze veel plezier in de opleiding had, want ze kon er erg enthousiast over vertellen. Maar ze sliep veel op de gekste momenten. Dat was waarschijnlijk een teken dat ze depressief was. En ze was die laatste maanden ook vaak kwaad. Ze kon soms zo naar me snauwen dat ik dacht: het lijkt wel of ik weer een puber in huis heb. Daar had ik het heel moeilijk mee. Ik voelde me ook zo machteloos. Je geeft een kind alle liefde, geeft haar alle kansen en toch is ze niet gelukkig. Had ze maar onder woorden gebracht hoe ze zich voelde, had ze maar een opening gegeven zodat ik haar kon helpen. Dat doet me nog het meest verdriet. Het is ook zo onvoorstelbaar. Die donderdag had ze dat rampzalige beoordelingsgesprek, en daar heeft ze die avond tijdens het eten niets over gezegd. Ze is daarna zelfs met een vriendinnetje gaan winkelen. Toen had ze die nieuwe gympjes gekocht en een cadeautje voor een jongen die zaterdag een feest gaf. Dan denk je toch niet dat iemand de volgende dag eruit gaat stappen? Waarschijnlijk heeft ze heel impulsief gedaan, maar in haar afscheidsbrief schrijft ze dat ze er al een hele tijd mee rondliep. Dat ze het niet eerder had gedaan omdat iemand haar voor was geweest. Daarmee doelde ze op een jongen van school die ze goed kende en die twee jaar eerder zelfmoord had gepleegd. Dat heeft ontzettend veel indruk op haar gemaakt. Met ons praatte ze er niet over, maar later hoorde we dat ze er met medestudenten veel over sprak, en ernaar verwees in werkstukken. Ze zat ermee dat mensen vrij snel na zijn dood deden of er niets was gebeurd en doorgingen met leven. Daardoor heeft ze misschien gedacht: mensen hebben verdriet, praten erover, maar het leven gaat door en iedereen pakt de draad weer op. Ze heeft totaal verkeerd ingeschat hoe dat voor ons is, of voor haar zus. Toen ze hier opgebaard lag, kwamen vrienden van Irma langs en hebben we elkaar verhalen over Irma verteld. We hebben gevraagd of sommigen tijdens de dienst wat over haar wilden zeggen. En dan vooral leuke dingen, want Irma was iemand met wie je lol kon hebben. Eén vriendin vertelde dat ze bij ons ieder donderdag Bossche Bollen aten terwijl ze naar Oprah Winfrey keken. Als ze hoorden dat ik thuiskwam, gooiden ze snel de doos en de papiertjes weg. Ik viel van mijn stoel toen ik dat hoorde, want ik dacht dat Irma helemaal niet van slagroom hield. Toen hebben we geregeld dat iedereen na de dienst geen cake kreeg, maar een Bossche Bol. De catering zorgde ervoor dat er bij de bol een kaartje zat met een foto van Irma en de tekst: ‘Irma’s lievelingstaartje’. In paarse letters, haar lievelingskleur. Heel veel mensen hebben dat kaartje mee naar huis genomen. De dag van de begrafenis was zo’n vreemde dag. We stonden op en het eerste wat we hoorden was het weerbericht. ‘Het wordt een stralende lentedag.’ Dat maakte het allemaal nog onwerkelijker. Toen we de kerk inkwamen gingen ruim 450 mensen staan. Het was geweldig dat al die mensen waren gekomen, op dat moment voelde ik me echt gedragen. En ik heb staan zingen! Ik dacht dat ik geen woord zou kunnen uitbrengen, maar ik heb zelfs gesproken. Het lukte allemaal. Na de dienst hebben we twee uur lang condoleances in ontvangst genomen. Ik had gewoon pijn in mijn nek van het omhoog kijken, want ik ben best klein. ’s Avonds viel ik in een groot gat. Zolang er iemand met je praat of een arm om je heen slaat, dan ben je afgeleid van je pijn. Maar zodra je alleen bent, word je ermee geconfronteerd. Ik mis haar geluiden zo. Irma had een harde stem, had altijd de tv aanstaan, speelde piano, je hoorde haar van verre komen aanfietsen als ze met iemand in gesprek was. Maar haar verhalen mis ik nog het meest. Het is zo stil geworden. Het is nu bijna twee jaar geleden, en ik besef wel dat ze als ze dit niet had gedaan, ze nu misschien op kamers had gewoond. Maar dat was een heel andere stilte geweest. Dan had ik haar nog ieder moment kunnen bellen. Het eerste jaar was verschrikkelijk moeilijk. Ik was zo onrustig, zo druk in mijn lijf en hoofd met het verdriet om Irma. Alles duurde ontzettend lang want ik leefde in een heel ander tempo. Vroeger stond ik om zeven uur op en dan was ik om acht uur al aan het fitnessen. Die energie kon ik totaal niet opbrengen. Tv kijken lukte me al nauwelijks. Of ik viel in slaap omdat ik eindelijk ontspande, of het was zo aangrijpend dat ik heel emotioneel werd. Op een gegeven moment ben ik op therapeutische basis weer gaan werken, en dat deed me veel goed. Even iets anders aan mijn hoofd, even niet de hele tijd aan Irma denken. De vrouw die de uitvaart verzorgde had voorgesteld om een site over Irma te openen. Die site gaf me veel steun. Ik vind het fijn om woorden te brengen hoe ik me voel, en dat te delen met anderen. Als ik een nieuw stukje erop heb geplaatst, bellen mijn familie of vrienden erover op. Het is een aanknopingspunt voor een gesprek. Daarnaast is de site een manier om de herinnering aan Irma levend te houden. Ik heb ook veel steun aan de kerk. Niet zozeer vanwege het geloof, maar vanwege de geloofsgemeenschap. Ik ken de mensen daar en zijn kennen ons. Soms komt een bepaald verhaal uit de bijbel erg hard op ons af, maar dan helpt het dat je daar met anderen staat. Dat er mensen zijn die je steunen in je verdriet. God kun je ook vinden in de mensen. Gelukkig hebben we veel mensen om ons heen die ons steunen en met wie we erover kunnen praten. Soms krijg ik zomaar een kaart met daarop de tekst: ‘Wat zal het stil zijn bij jullie’. Of word ik te eten gevraagd als Andries weg is voor zijn werk. Natuurlijk ben ik ook wel eens teleurgesteld. Dat iemand bijvoorbeeld zei dat ze langs zou komen, maar het niet deed. Of dat iemand me niet durfde aan te spreken. Andries uit zijn verdriet op een ander manier dan ik. Die wil iets doen in plaats van erover te praten, maar we geven elkaar de ruimte om op je eigen manier te rouwen. In de eerste weken na de begrafenis heeft hij een prachtig kastje voor Irma gemaakt. Daarin bewaren we nu herinneringen aan haar. Ik heb een mozaïek gemaakt voor haar grafsteen. Het was heerlijk om die tegels kapot te slaan. Woede ja, maar geen woede op Irma, maar op de wereld. Dat dit soort verdrietige dingen kunnen gebeuren. Inmiddels gaat het beter. Andries, en ook ik, hebben iets van: je moet niet bij de pakken neerzitten. Natuurlijk vragen we ons wel eens af: hadden we niet beter dit kunnen doen, of waarom hebben we dat niet gezien? Maar we lijden er niet onder. Je schiet er ook niets mee op want Irma krijgen we er niet mee terug. Als ik terugkijk, dan heb ik het idee dat we hebben gedaan wat in onze macht lag. Het was iets in Irma. Andere kinderen worden gehandicapt geboren, Irma had iets in haar hoofd. Andries en ik hebben elkaar nog en onze andere dochter, en daarom proberen we wat te maken van het leven. Ik geloof dat Irma dat ook zo heeft gewild.”
Jongeren en zelfmoord Vorig jaar was er een een‘zelfmoordgolf’ onder tienermeisjes uit Enschede. Nadat een meisje zelfmoord had gepleegd, moedigde andere meisjes elkaar aan het ook te doen. In de media werd het bericht afgedaan als ‘hysterisch gedoe van pubermeiden’. Maar daarmee werd een ernstig probleem van tafel geveegd. Zelfdoding is al jaren doodsoorzaak nummer twee onder jongeren. Alleen verkeersongelukken eisen meer slachtoffers. Daarnaast stijgt het aantal zelfmoorden onder jongeren. In 2004 pleegden 32 kinderen tussen vijftien tot twintig jaar zelfmoord. In 2005 waren dat er 38. Van de kinderen jonger dan vijftien jaar pleegden er in 2003 drie kinderen zelfmoord. In 2005 waren dat er vijftien! Psychische problemen, vooral depressies, zijn in de meeste gevallen de oorzaak. Tot in de jaren zeventig werd gedacht dat kinderen geen depressieve gevoelens konden hebben. Maar ook kinderen worden geconfronteerd met echtscheiding, ziekte, ruzies, pesterijen of verraad. Daarnaast kunnen kinderen aanleg voor depressie hebben. Zelfmoord plegen kan zelfs erfelijk zijn. Als suïcide in de familie voorkomt, heb je zestien keer meer kans dat je dat op een gegeven moment ook als enige uitweg ziet. Uit onderzoek van het Trimbos-instituut blijkt dat 25% van de jongeren voor hun achttiende een depressie doormaakt. Eén tot vijf procent van de jongeren is zelfs langdurig depressief. Kenmerkend voor een jongere die depressief is, is dat hij nergens plezier aan beleeft, slaapstoornissen heeft, veel eet of juist helemaal niet. Het is moeilijk om contact met deze jongeren te krijgen. Meisjes hebben de neiging zich terug te trekken, jongens gaan zich vaak uitdagend en agressief gedragen. Uit onderzoek van de GGD Rotterdam en de Rijksuniversiteit Leiden blijkt dat ruim 5 procent van de jongeren tussen de 14 en 17 jaar heeft zichzelf wel eens met opzet verwond. Meisjes verwonden zichzelf twee keer zoveel als jongens. Het gaat dan om krassen of snijden in het eigen lichaam, het innemen van een overdosis pillen en/of poging tot zelfmoord. Als motief voor het beschadigen van zichzelf noemt meer dan de helft van de ondervraagden dat ze wilden sterven. Automutilatie kun je daarom zien als de beste voorspeller voor een zelfmoordpoging. In Nederland is de algemene opvatting over zelfmoord: het is meestal een weloverwogen besluit. Als iemand dat echt wil, dan kun je die niet tegenhouden. Bram Bakker, is psychiater en schreef samen met Bram Hulzebos een boek over zelfdoding. ‘Een Loden Last. Het taboe rond zelfmoord.’ Hij vindt dat de maatschappij juist alles in het werk moeten stellen om zelfmoord te voorkomen. Bram Bakker: “Veel mensen die zelfmoord wilden plegen en bij wie het niet is gelukt, zijn daar achteraf blij om. Het is niet zo dat ze van hun depressie genezen zijn, maar ze denken niet meer dat zelfmoord de enige uitweg is. Zeker bij jongeren vind ik zelfdodingen heel tragisch. Jongeren leven vaak bij de waan van de dag. Als je ouder bent dan weet je uit ervaring dat als vandaag dramatisch verliep, het de volgende dag waarschijnlijk beter zal gaan. Voor nabestaanden is een zelfmoord ook hartverscheurend. Iemand die zelfmoord pleegt, denkt vaak dat de omgeving beter af is zonder hem of haar. Dat is een denkfout, want dat is nooit zo. Als het om je kind gaat, je geliefde, broer of je zus, dan wil je niet dat degene eruit stapt. Je wilt dat jij de reden bent om dat niet te doen. Je wilt de kans hebben om te praten, om iemand te redden. Ouders hebben vaak een enorm schuldgevoel en vragen zich af wat ze verkeerd hebben gedaan. Maar ouders kunnen nooit verantwoordelijk worden gehouden.” Het is zo moeilijk dat jongeren vaak niet vertellen wat er in ze omgaat. “Ik denk dat veel ouders het toch wel weten. Als je kind bijvoorbeeld slecht slaapt, slecht presteert op school, extreem prikkelbaar is of concentratieproblemen heeft, dan moet je je niet-pluisorgaan inschakelen. En dan kun je bedenken hoe je contact gaat organiseren. Het heeft geen zin om tegen een kind te zeggen: ‘Ik denk dat je depressief bent.’ Daarmee duw je iemand alleen maar in de verdediging. Jongeren moet je de ruimte geven om op hun eigen condities hun verhaal kunnen vertellen. Niet te veel vragen stellen, maar wel laten merken dat je er bent als ze iets kwijt willen. Doen ze dat niet bij jou, dan kun je misschien regelen dat ze aan een ander vertellen wat er mis is. En je moet je er niet bij neerleggen als het niet lukt. Als iemand depressief is, zit hij in een soort tunnel. Het lukt de omgeving of een psychiater nooit om diegene uit die tunnel te trekken. Maar je kunt wel mee de tunnel ingaan om te kijken of er misschien ergens een uitgang is.” In onder andere Amerika, Engeland, België en Turkije hebben ze en nationaal suicide preventieplan. “Ik vind dat dat in Nederland ook moet komen. Met simpele maatregelen kun je veel suïcides voorkomen. In België hebben ze bijvoorbeeld netten gespannen onder bruggen waar vaak mensen van afspringen. In Engeland verkopen ze paracetamol niet meer in potjes, maar doordrukstrips waardoor iemand ontzettend veel pillen moet uitdrukken voordat hij er genoeg heeft om er een zelfmoordpoging mee te doen. Kleine maatregelen die ervoor zorgen dat mensen er niet impulsief uit kunnen stappen. Zelfmoord is meestal geen weloverwogen besluit, maar een impulsieve daad. Ik heb zo vaak verhalen van patiënten gehoord die op het punt stonden zelfmoord te plegen, maar er vanaf zagen omdat ze op dat moment werden gebeld, of omdat de kat ziek werd. Naast deze maatregelen vind ik dat kinderen op de middelbare school les moeten krijgen in hoe de geest werkt. Bij biologie leren ze hoe hun hart bloed door hun lichaam pompt, maar hoe ze met hun gevoelens moeten omgaan, dat moeten ze zelf maar uitzoeken. En er zou een chatbox moeten komen waar ze 24 uur per dag terecht kunnen als ze de aanvechting voelen om eruit te stappen. Je kun op internet overval vinden hoe je het moet doen, maar als je dat juist niet wilt terwijl je toch die aanvechting hebt, dan kun je nergens terecht. Er zijn nog veel meer maatregelen te bedenken waarmee je suïcides kunt voorkomen, maar het kost wel geld. Ik vind het onbegrijpelijk dat in dit land miljoenen worden uitgegeven aan verkeersveilige rotondes waardoor er minder verkeersdoden vallen. Maar als iemand zelfmoord wil plegen, dan haalt iedereen zijn schouders op van: als diegene dat wil, dan houdt je dat niet tegen. Terwijl er zoveel levens te redden zijn! Daar kun je als samenleving toch niet mee instemmen?” Meer lezen: Loden Last, het taboe rond zelfmoord. Door Bram Hulzebos en Bram Bakker, uitgeverij Contact, 2004. Door eigen hand, zelfmoord en de nabestaanden. Door Joost Zwagerman, uitgeverij De Arbeiderspers, 2005. Rouw na zelfdoding van een kind. Door Ineke Kienhorst, uitgegeven door de Landelijke Stichting Rouwbegeleiding, 2005. www.ivonnevandevenstichting.nl (over een nationaal actieplan suïcidepreventie) http://www.horizontilburg.nl (voor nabestaanden die een geliefde aan zelfdoding hebben verloren) |
|