MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2008 MAMA

Ik erger me kapot aan jouw kind

Jouw kinderen zijn lieftallige engeltjes. Maar je ergert je kapot aan de egoïstische, brutale en achterbakse kinderen van anderen. Daarin sta je niet alleen want tachtig procent van de ouders doet dat.

Voordat ik kinderen had, was ik niet dol op ze. Mijn vriend ook niet. Zodra we op het strand of in een restaurant iets menselijks ontwaarden dat korter was dan een meter vijfentwintig, verkasten we. Nu we zelf ouders zijn, vind ik vooral onze eigen kinderen ontzettend leuk. Andermans kids vind ik vaak lawaaierig, brutaal en egoïstisch. Zo zat ik laatst thee te drinken bij een vriendin, terwijl haar zoontjes oorlogje speelden. Al springend op de bank hielden ze een vuurgevecht met speelgoedmitrailleurtjes die een keihard ratatata-geluid maakten. Of dat niet erg genoeg was, kregen de broertjes nog ruzie ook. “Jij bent dood!” “Nee, jij bent dood!” “Jij bent veel doder!” Mijn vriendin vermaande ze wel vijftien keer: “Jongens, doen jullie een beetje rustig!” Het geruzie en geratata en bankgespring ging gewoon door want haar zoontjes, die ik verdenk van een anti-autoriteitsstoornis, luisteren naar niemand. Zodra het beleefdheidshalve mogelijk was, stond ik weer buiten met een snerpende tuut in mijn oren.
Het lijkt wel of sommige ouders niet door hebben dat hun zonnetje schaduw teweegbrengt in het leven van een ander. Neem de collega die haar dochter de telefoon laat opnemen. Als ik haar bel voor een werkdingetje, denk ik in eerste instantie altijd dat ik met een hijger ben verbonden, maar dan is het de tweejarige Fay. ”Is je moeder thuis?” vraag ik.
Tien seconden zwaar geadem. “Ja?”
“Mag ik die even spreken?”
Lange stilte. “Ja?”
Daarop gaat het gehijg verder, dus ik vraag: “Ga je je moeder dan even halen?”
Kloink. Fay heeft de telefoon laten vallen. Ik hoor wat geschuifel en dan niets meer. Na twee minuten denk ik allerlei lelijke dingen over die domme Fay en geef ik het op.
Ik ben niet de enige ouder die zich ergert aan de kinderen van anderen. Volgens een onderzoek van J/M-magazine vindt bijna tachtig procent van de ouders andermans kinderen asociaal, stiekem en ongehoorzaam. Ruim zestig procent zegt dat het de schuld van de ouders is dat die kinderen zo vervelend zijn. Kinderen moeten veel strenger worden opgevoed. Een rondje onder vriendinnen bevestigt dit onderzoek.
Els (36): “Als ik met mijn buurvrouw zit te praten, legt ze het gesprek meteen stil zodra Joost van 4 of Sterre van 6 verschijnt. ‘Wat is er lieverd?’ vraagt ze dan. Vaak willen die kinderen snoep of chips of iets ander calorierijks. Dat is ze ook wel aan te zien. ‘Nee, dat mag niet,’ zegt mijn buurvouw. ‘Jullie hebben net een bakje chips gehad en zo gaan we eten.’ Door zo’n lange uitleg te geven, gaat het al mis, vind ik, want daardoor geeft ze een opening om te dreinen. Vervolgens willen Joost en Sterre precies weten wanneer ze gaan eten, zeggen ze dat ze nu honger hebben, roepen: ‘Oh please’ en als dat niet werkt, proberen ze het vijf minuten later weer. Negen van de tien keer staat mijn buurvrouw op om hun bakjes bij te vullen. Op die manier heeft ze haar kinderen geleerd dat zeuren zin heeft.”
Iris (32): “Mijn schoonzus is ongeveer twee weken eerder bevallen dan ik. Ik dacht dat we veel steun aan elkaar zouden hebben, maar ze heeft een heel andere opvatting over babyverzorging dan ik. Ik geloof in rust, reinheid en regelmaat, zij springt zoveel mogelijk in op iedere behoefte van de baby. Ben ik blij als ik eindelijk eens mijn handen vrij heb, zij draagt het kind constant bij zich in een draagdoek. Uiteraard slaapt het kind bij haar in bed en ze is van plan het minstens een jaar borstvoeding te geven. Een paar weken terug was ik bij haar op bezoek en toen klaagde ze dat ze haar kind meteen begint te huilen als ze het even weglegt. Vind je het gek? dacht ik. Haar kindje is gewend om 24/7 gekoesterd te worden. Ze moet gewoon wat strenger voor die baby zijn.”
Rachel (32): “Vorig jaar vlogen mijn vriend en ik met onze dochter die toen anderhalf was naar Thailand. Die vlucht duurt elf uur, dus ik begrijp best dat je een kind niet al die tijd stil op een stoel kunt laten zitten. Wij hebben op een gegeven moment ook rondgelopen met onze dochter. Maar ik vind het onbegrijpelijk als je je kind andere mensen laat lastigvallen. Achter me zat een jongetje van een jaar of vier, en die trapte steeds tegen mijn rugleuning aan. Toen ik zijn ouders vroeg of ze ervoor konden zorgen dat hij die leuning met rust liet, zeiden ze dat ze daarop zouden letten. Maar ze hebben geen één keer ingegrepen. Ik kon niet slapen omdat dat rotkind me steeds wakker schopte. Na die elf uur kon ik Rovertje en zijn ouders wel wurgen.”
Strenger opvoeden dus, of het nu om een baby of een puber gaat. En daarvoor doen veel ouders ook enorm hun best. Ze kijken de kunst af bij programma’s als The Nanny en Eerste Hulp Bij Opvoeden. Inmiddels heeft bijna ieder huishouden met bewoners van onder de zes jaar wel een naughty chair of een nadenkhoek. Waar komt die roep om tucht toch vandaan? Ik vraag het aan Petra Arends, pedagoge en eigenares van het Kop-Zorg opvoedcafé in Alkmaar. “Het is trend om te vinden dat kinderen strenger moeten worden opgevoed. Ik denk dat aan de ene kant komt door een veranderend klimaat in onze samenleving. Mensen tolereren steeds minder van elkaar. Deze regering heeft het ook steeds over normen en waarden en dat betuttelende zie je terug in de opvoeding. Natuurlijk vind ik ook dat kinderen normen en waarden bijgebracht moet worden, maar laten we niet doorslaan naar zo’n jaren vijftig opvoeding waarin kinderen niets te zeggen hebben. Daarnaast denk ik dat die roep om een strengere opvoeding ontstaat doordat er steeds meer tweeverdienersgezinnen zijn. Die ouders hebben de hele dag hun kinderen niet gezien en willen het ’s avonds in de eerste plaats gezellig met ze hebben. Dat kind wil graag aandacht, en vaak net een beetje meer dan de ouders kunnen opbrengen. Het kind gaat zeuren, want liever negatieve aandacht dan geen aandacht. Vaak geven de ouders toe omdat ze het erg belangrijk vinden dat de sfeer goed blijft. Het gevolg is wel dat zo’n kind geen grenzen kent en alles mag. Dat is niet goed voor je kind, maar ook niet voor jezelf. Je raakt uitgeput als je steeds toegeeft aan de grillen van een kind.”
Nu zijn wij ook tweeverdieners, maar dit soort situaties maken wij nooit mee. Toevallig zijn wij de ouders van de liefste, aardigste, grappigste en mooiste kinderen ter wereld. Alhoewel ik afgelopen zaterdag wel een akkefietje had met Casper van 3. In de supermarkt had hij zijn zinnen gezet op roze koeken. “Nee, we hebben thuis nog genoeg koekjes,” zei ik en wilde doorlopen. Daarop keek hij me uitdagend aan en stopte de koeken in zijn kinderwinkelwagentje. Toen ik ze er weer uit haalde werd hij zo boos dat hij het wagentje van zich afduwde en het op een krijsen zette. Het zweet stond op mijn rug, zeker toen ik de afkeurende blik zag van een vrouw die verdacht veel leek op mijn oude wiskundelerares. Gauw griste ik de koeken weer uit het schap en propte ze in Caspers wagentje. Crisis bezworen, snel naar huis. Achteraf gezien was dat natuurlijk niet de meest verantwoorde oplossing. Maar ik ben bang dat ik in het openbaar wel vaker een pedagogisch uitglijdertje maak waardoor ouders aan de kantlijn zullen denken dat mijn kinderen hondsbrutaal zijn en meer orde, tucht en regelmaat nodig hebben.
Petra Arends: “Het is moeilijk om kritisch naar je eigen kinderen te kijken. Natuurlijk vind je jouw kind de liefste en leukste, en daarom interpreteer je de dingen de ze doen ook op een positieve manier. Kinderen van anderen bekijk je niet door die roze bril. Maar je moet niet vergeten dat je als buitenstaander ook maar een korte periode met die kinderen meemaakt. Misschien is dat brutale kind op een ander moment wel respectvol tegen zijn ouders. Kinderen van anderen zie je vaak in het openbaar en dan zijn ouders geneigd om sneller aan gedrein en gezeur van hun kinderen toe te geven. Ze willen graag dat de buitenwereld ook vindt dat hun kinderen de allerleukste zijn, en gaan daarom een conflict liever uit de weg.”
Dat klinkt bekend. Toch kunnen hyperconsequente ouders en hun superbrave kinderen ook het bloed onder de nagels van hun omgeving treiteren. Iris (39), moeder van Bo (4) en Lode (6) bracht vorig jaar de herfstvakantie in een huisje door met een bevriend echtpaar. Dat was eens maar nooit weer. Iris: “Van tevoren twijfelde ik al een beetje. Mark is een goede vriend van mijn man. Met Nathalie, zijn vriendin, heb ik niet zoveel. Ik liet me overhalen omdat onze kinderen ongeveer dezelfde leeftijd hebben en leuk met elkaar spelen. De eerste avond werd al duidelijk dat onze manier van opvoeden mijlenver uit elkaar ligt. Mark en zijn vriendin bleken tig regels te hanteren waaraan niet te tornen viel. Iedere avond moesten hun kinderen in bad en uiterlijk om acht uur in bed liggen. Kinderen die er daarna nog uitkwamen mochten de volgende dag geen tv kijken. Tv-kijken vond uitsluitend plaats tussen vijf en zes en dan alleen naar de door hen zelf meegebrachte dvd’s. Er moest eerst een boterham hartig gegeten worden, pas dan mocht er één met zoet beleg besmeerd. Chips- en frisdrankinname was uitsluitend beperkt tot de weekenden. Onze kinderen hadden geen zin om zich aan hun regels te houden en dat vonden wij ook niet nodig. Daardoor ontstonden rare situaties: onze kinderen kregen cola en chips, die van hun appeldiksap met een rijstwafel. Onze kinderen waren nog aan het spelen als die van hun al in bed lagen. Er ontstond een flinke ruzie toen Bo en Lode naar Het Huis Van Anubis wilden kijken en hun kinderen dat ook graag wilden. Het begon met een discussie over hoe schadelijk Anubis is voor de tere kinderziel, maar het eindigde met dat Mark en Nathalie ons verweten dat wij niets van onze opvoeding bakten. Toen was ik er klaar mee. De volgende dag zijn we naar huis gegaan.”
Een ongeschreven wet is dat je geen kritiek geeft op hoe andere ouders hun kinderen opvoeden. Terecht, vindt pedagoge Petra Arends. “Iedere ouder heeft zijn eigen opvoedstijl. Je kunt wel denken: ik vind dat die en die het niet goed doet en hoe ga ik haar dat vertellen? Maar dat vind ik niet reëel. Wie zegt dat jouw manier de beste is? Ik vind sowieso dat je alleen iemand kunt aanspreken die dicht bij je staat. Daarnaast zou ik dat alleen doen als je vriendin laat merken dat ze problemen heeft met opvoeden. Als ze bijvoorbeeld steeds tegen haar kinderen loopt te schreeuwen en ze de indruk maakt daar zelf ook doodongelukkig onder te zijn. Anders bemoei je je er niet mee. Een beetje meer tolerantie kan geen kwaad.”
Die kon ik mijn zak steken. Daarom probeer ik nu mijn tolerantieniveau wat op te schroeven. Van de week zat ik met een vriendin aan de keukentafel wijntjes te drinken. Het was moeilijk een gesprek te voeren, want de tweejarige Lars ‘Mama-mama-mama’-de er steeds doorheen. Ik besefte dat mijn eigen kinderen dat ook wel doen eens als ze niet op hun gemak zijn. Daarom zei ik: “Dat doet hij thuis natuurlijk nooit.” Opgelucht stemde mijn vriendin daarmee in. Toen hebben we Lars een bakje chips gegeven en voor de tv gezet. Werd het toch nog gezellig.


Hoe geef ik kritiek op haar kind?

1 Probeer het probleem niet op de man te spelen. Zeg niet: ‘Wat heb jij een lawaaierig rotkind’, maar zeg: ‘Wat lastig voor je dat Brian zoveel aandacht nodig heeft.’ Dan is de kans groot dat je vriendin gaat vertellen wat haar problemen zijn en kun je tips suggereren.
2 Altijd goed: zeggen dat jouw Daan, Tim of Sem datzelfde lastige gedrag vertoont en hoe je daarmee omgaat.
3. Neem voor je vriendin een boek over opvoeden mee. Zeg niet: ‘Dit heb jij nodig,’ Maar zeg: ‘Ik heb dit boek gelezen en heb er best wat aan gehad. Misschien vind jij het ook leuk om te lezen?’

In dit artikel zijn de namen van sommige geïnterviewden gefingeerd.

< TERUG NAAR REPORTAGES