MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2008 MAMA


‘De dood van Bram voelt als moord’

Nathaly Busscher (36) had een bijna vlekkeloze zwangerschap. Maar bij de bevalling ging alles mis. Door fouten van het ziekenhuis overleed haar zoontje Bram vlak na zijn geboorte.

“Vlak na zijn begrafenis stonden Benjo, mijn man, en ik bij Brams grafje en we hadden allebei dezelfde gedachte: we nemen ons kind weer mee. Dat doe je natuurlijk niet, maar dat is wel wat je het liefste wilt. Het blijft moeilijk om te bevatten dat ik Bram nooit meer kan vasthouden. Binnenkort zou hij drie jaar zijn geworden, waardoor ik veel aan hem denk. Anderen hebben iets van: is dat nu nog niet over? Je bent een paar maanden geleden bevallen van een gezonde dochter dus nu is alles toch in orde? Maar zo werkt het niet. Al had ik na Bram tien kinderen gekregen, de pijn blijft.”
Nathaly Busscher (36) is in juli 2005 ruim veertig weken zwanger als ze naar het ziekenhuis van Enschede gaat om te bevallen. Haar dochter Lotte is twee jaar eerder met een keizersnee ter wereld gekomen. Bij een volgende bevallig bestaat de kans dat dit litteken scheurt. Nathaly maakt zich daar behoorlijk zorgen over. Na de keizersnede bleef de wond lang pijn doen en daarom vroeg Nathaly aan de gynaecoloog of ze het litteken kon nakijken. Maar de gynaecoloog wuifde haar angsten weg. Die pijn was normaal, de wond was vast prima genezen en bij een volgende zwangerschap is het het beste om gewoon te bevallen.
Nathaly: “De ontsluiting schoot niet op en daarom kreeg ik ‘s nachts een slaapmiddel toegediend. Maar na anderhalf uur werd ik wakker omdat ik een weeënstorm had. De weeën kwamen zo snel dat ik buiten mezelf raakte van de pijn. De arts-assistent die af en toe kwam kijken, besloot dat ik een ruggenprik kon krijgen. Daarvoor moesten we naar het andere gebouw van het ziekenhuis waar de operatiekamers waren. Via een loopbrug zijn die gebouwen met elkaar verbonden en het duurt wel een kwartier voordat je in het andere gedeelte bent. Toen we daar waren, stelde de arts-assistent vast dat ik voldoende ontsluiting had om te gaan persen. Dus kreeg ik geen ruggenprik, maar moest ik terug naar de verloskamer. Benjo opperde nog dat ik best kon bevallen in de in de gang, maar nee, zij stond erop dat we teruggingen. Ik had zoveel pijn dat ik niet meer kon nadenken. Na een kwartier waren we terug in de verloskamer. Ik perste drie keer en toen voelde ik plotseling niets meer. Mijn baarmoeder was geknapt. Al het vocht was uit mijn buik verdwenen waardoor je de contouren van de baby zag. We moesten zo snel mogelijk naar de operatiekamer. Benjo duwde in paniek mijn bed over de loopbrug. Achter ons aan liep de arts-assistent te bellen dat de operatiekamer in orde gemaakt moest worden. Op een gegeven moment werden we ingehaald door operatiekamerpersoneel die op de fiets ernaartoe onderweg waren. Ik was erg rustig, het was alsof ik van een afstand naar ons keek. In de operatiekamer landde ik weer. Voor mijn gevoel duurde het erg lang voordat ze met de keizersnee begonnen. Tijdens de operatie zat Benjo naast me en steeds keken we elkaar aan van: gaat dit wel goed? Ze vertelden ons niet dat ze de baby uit mijn buik haalden of dat het een meisje of een jongen was, maar begonnen onmiddellijk met reanimeren. Pas toen besefte ik dat het helemaal mis was. Bram werd meteen naar een ziekenhuis in Zwolle gebracht waar ze een neonatologieafdeling hebben. Per ambulance werd ik er ook naartoe gebracht, en daar zag ik Bram voor het eerst. Hij lag in een couveuse en was aangesloten op allerlei apparatuur. Toch zag hij er volmaakt gezond uit. Het was zo’n lekker mollig joch, ik kon niet geloven dat er iets mis was met dit kind. Het enige wat daarop wees, was dat zijn handje, kinnetje en voetje steeds schudden omdat hij vanwege zuurstofgebrek een constante epileptische aanval had. Met medicijnen werd dat onderdrukt. De arts vertelde ons dat ze een EEG hadden gemaakt waaruit bleek dat Bram nauwelijks hersenactiviteit had. Hij zou nooit kunnen lachen, bewegen, eten, knipogen of praten. Dat verschrikkelijke nieuws drong niet meteen tot me door. Toen ik hoorde dat hij had gepoept, kreeg ik toch weer hoop. Maar de volgende dag hadden ze weer een EEG gemaakt en er was geen verbetering zichtbaar. De arts zei dat ademhalen het enige was dat Bram op den duur misschien zelfstandig zou kunnen. Wij moesten beslissen wat we nu wilden. Ons verdriet was peilloos diep, en tegelijkertijd waren we op dat moment vrij nuchter. We dachten: we kunnen nog beter het verdriet aan dat we hem gaan verliezen, dan dat we Bram voortdurend voor zijn leven zien knokken. Ik was zo bang dat hij op een gegeven moment erin zou slagen om zelfstandig te ademen. Hoe kun je dan nog zeggen dat die apparatuur weggehaald moet worden? Als moeder kun je toch niet zeggen: jij mag niet ademhalen?
In het ziekenhuis lieten we hem dopen. Ik ben niet gelovig, maar ik dacht: mocht er iets zijn, dan hebben wij hem in ieder geval alles meegegeven. Dat was het eerste keer dat ik Bram in mijn armen hield. Door al die slangen en draadjes was het nog een heel gedoe. Het was heerlijk om hem vast te houden, maar tegelijk wist ik dat ik hem weer moest loslaten, en dan voor altijd. Na zijn doop besloten Benjo en ik: het is goed zo, laten we hem nu van de apparatuur afhalen. De verpleegkundigen waarschuwden dat het wel zeven uur kon duren voordat Bram zou sterven. Daar probeer je je op voor te bereiden, maar het was vreselijk. Elke keer als we dachten: nu is het voorbij, zuchtte hij ineens of bewoog hij. Ook kwam er steeds een arts binnen om te luisteren of zijn hartje nog klopte. Uiteindelijk duurde het een half uur voordat hij stierf. Het troostte ons dat het zo snel was gegaan want dat bevestigde voor ons dat Bram het echt niet had gered. Daarna voelde ik me zo leeg. Ook mijn lichaam was ingericht op de baby. Ik had me zo verheugd op de borstvoeding en nu liet ik onder de douche mijn melk weglopen. Huilen, huilen, huilen.”
Bram wordt overgebracht naar een rouwcentrum. Nathaly verlaat na drie dagen ook het ziekenhuis. Keizersnee of geen keizersnee, er moet van alles voor de begrafenis worden geregeld. Benjo en Nathaly besluiten een intieme dienst te houden waar ze alleen familie en goede vrienden voor uitnodigden.
Nathaly: “Benjo en ik wisten precies hoe we het wilden hebben en wat er moest gebeuren. Tijdens de plechtigheid wilde ik niets zeggen, maar Benjo had een tekstje geschreven. Dat vond ik bijzonder, want hij is niet zo’n prater. Ik hield me goed tijdens de begrafenis. Het enige waar ik enorm tegenop zag, was dat Benjo zelf Brams kistje naar de begraafplaats wilde dragen. Hij zei: ‘We hebben hem zelf op de wereld gezet, en ik breng hem ook weer zelf weg.’ Ik dacht: dat kan ik niet aan, dat breekt mijn hart. Achteraf was het heel mooi. ”
Tot de begrafenis heeft Nathaly een kraamhulp, daarna wil de verzekering niets meer vergoeden. Terwijl ze juist daarna hulp nodig heeft om voor Lotte van twee te zorgen. Nathaly is over haar grenzen heen gegaan, ze heeft veel pijn en is doodmoe. Het is een loodzware tijd. De verantwoordelijke gynaecoloog wil zo snel mogelijk met Nathaly en Benjo een gesprek hebben over de bevalling, maar Nathaly houdt dat de eerste drie maanden af. Ze wil eerst iets minder emotioneel zijn en alles wat er is misgegaan tijdens de bevalling op een rijtje zetten. Nathaly wil weten waarom ze niet serieus werd genomen toen ze aangaf dat ze geen goed gevoel had over het litteken en een normale bevalling. Waarom moest ze een weeënstorm doorstaan terwijl er dan te veel druk komt te staan op het litteken? Waarom was de gynaecoloog pas komen kijken toen het te laat was? Waarom werd er geen gebruik gemaakt van de speciale karretjes die ervoor zorgden dat patiënten sneller over de luchtbrug verplaatst kunnen worden? Was het een geldkwestie dat de operatiekamer die vlak bij de verloskamers lag, niet in gebruik was?
Nathaly: “Tijdens dat gesprek vroeg ik eerst waarom ik niet meteen een keizersnee had gekregen. Ik had zo vaak aangegeven dat ik geen vertrouwen had in een gewone bevalling. Ging het misschien om geld? Toen de gynaecoloog beweerde dat een normale bevalling net zo duur was als een keizersnee, dacht ik: ik ga naar huis. Hoe kan ik een eerlijk gesprek verwachten van iemand die dit soort onzin durft te vertellen? De gynaecoloog had op geen één vraag een bevredigend antwoord. Het enige dat ik aan het gesprek heb gehad, is dat ze me een beetje kon geruststellen over hoe Bram zich tijdens de bevalling moet hebben gevoeld. De eerste weken na de bevalling had ik steeds dezelfde nachtmerrie, namelijk dat Bram in mijn buik naar adem aan het happen was en uiteindelijk stikte. In het ziekenhuis hadden ze verteld dat hij met zijn hoofdje door mijn baarmoeder was gegaan. Ik dacht altijd dat een baby onmiddellijk probeerde adem te halen zodra hij uit de baarmoeder was. De gynaecoloog legde me uit dat toen mijn baarmoeder knapte alle druk was weggevallen. Daardoor werd de zuurstof- en bloedtoevoer naar Bram steeds minder en viel hij in een diepe slaap. Aan het einde van het gesprek beweerde de gynaecoloog dat de bevalling van Bram ook op haar een enorme impact had gehad. Maar toen ik haar een paar maanden later in het ziekenhuis tegenkwam, herkende ze me niet eens.”
De omgeving van Nathaly vindt het ook moeilijk om op de dood van Bram te reageren. Ze krijgt kaartjes van mensen die ze nauwelijks kent. Anderen schieten snel een volgend schap in als ze haar tegenkomen in de supermarkt. Of ze vertellen haar dat ze ook een miskraam hebben gehad.
Nathaly: “Zeg maar gewoon dat je niet weet hoe je moet reageren. Dat is al een opening. Door dat ontloopgedrag werd mijn schuldgevoel gevoed. Ik had het idee dat ik had gefaald. Waarom had ik die bevalling niet doorstaan terwijl iedere idioot kan bevallen? En ik was ook zo kwaad. Ik vind dat Bram is overleden om geld. Iemand op een kantoor heeft bedacht dat de operatiekamer bij de verloskamers wel dicht kan. En dat een patiënt in doodsnood best nog een kwartier over een loopbrug kan worden gereden. Ik mag ervan uitgaan dat de dood van Bram een ongeluk was, maar het voelt als moord. Het was moeilijk om die woede en dat verdriet te delen, zelfs met Benjo. Mannen en vrouwen reageren sowieso anders, en Benjo is ook nog eens geen prater. Toch is het uiteindelijk goed gekomen. We bleven proberen om elkaar op een of andere manier duidelijk te maken wat we voelden en wat we dachten. Dat was hard werken. Iedereen in mijn omgeving zei: ik begrijp niet hoe je erdoorheen komt. Maar ik had geen keuze. Ik zou wel een rondje om de wereld willen rennen als ik Bram daarmee terug kreeg, maar dat kan niet. Toch ben ik na een paar maanden ingestort. Ik kon niets meer onthouden en barstte op de gekste momenten in tranen uit. Toen ben ik met iemand gaan praten en het gaat nu wel beter.”
Nathaly wil het liefst zo gauw mogelijk weer zwanger worden. In het ziekenhuis wordt steeds gecontroleerd of haar baarmoeder al voldoende hersteld is. Twee jaar later is ze weer zwanger.
Nathaly: “De hele zwangerschap heb ik me nauwelijks zorgen gemaakt. In de bevalling had ik ook alle vertrouwen. Het werd weer een keizersnee. Benjo en ik wisten niet dat het een meisje zou worden. Ik hoopte daarop omdat ik dacht dat ik dat emotioneel beter aan zou kunnen, maar Benjo wilde graag weer een jongen. Toen we hoorden dat we een gezonde dochter hadden, zei ik iets van: “Lekker shoppen!” En vervolgens barstte ik in huilen uit. Het was zo’n waterval dat het bed ervan schudde. Waarschijnlijk was het een ontlading van alles. Aan de ene kant was ik zo blij dat we een gezonde dochter hadden, en tegelijkertijd voelde ik het verdriet om Bram. Dat dubbele gevoel heb ik nog steeds vaak. Zeker als ik naar Maud kijk, want ze lijkt sprekend op Bram. Hij is iedere dag in mijn gedachten, maar ik huil er niet vaak meer om. Dat verdriet wil ik ook niet steeds voelen. Ik heb een lieve man en twee geweldige dochters van wie ik ontzettend geniet. Ik doe mezelf en iedereen om me heen ontzettend tekort als ik me door mijn verdriet laat leiden. Maar nu Brams verjaardag dichterbij komt, heb ik het weer erg moeilijk. Als ik op die dag naar zijn grafje ga, hoop ik dat iemand er een bloemetje of een kaartje op heeft gezet. Mijn grootste angst is toch Bram wordt vergeten. ”

35 baby’s per jaar sterven onnodig

Ieder jaar sterven er 35 baby’s onnodig in ziekenhuizen. Volgens een recent onderzoek gebruiken artsen verouderde methodes om de hartslag van de baby en de weeën van de moeder op te meten. Ook de continuïteit van de zorg is een probleem. Buiten kantooruren is er te weinig personeel aanwezig waardoor er in een noodsituatie niet adequaat kan worden gereageerd. Als een bevalling verkeerd gaat, moet er in principe een heel team klaarstaan: ervaren verpleegkundigen, klinisch verloskundigen, kinderartsen, anesthesiologen en een OK-team. Omdat er in het gemiddelde ziekenhuis maar anderhalve bevalling per nacht plaatsvindt, is die volledige bezetting veel te duur. Hoogleraar gynaecologie Jan Nijhuis pleit daarom voor het oprichten van grote bevallingscentra waar zo’n team wel 24 uur per dag beschikbaar is.

< TERUG NAAR REPORTAGES