MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2008 GRAZIA

Monique (44): ‘Elke maand hoop ik zwanger te worden’

Over vruchtbaarheidsbehandelingen hoor je vaak alleen de succesverhalen. Monique Rutten en haar vriend willen ook graag een baby. Die wens leidde tot pijnlijke behandelingen, ongeïnteresseerde gynaecologen en diep verdriet. ‘Maar ik geef de hoop niet op.’

Monique Rutten (44): ‘De hoop blijft. Soms lees ik op een internetforum over een vrouw van bijvoorbeeld 47 die spontaan zwanger is geworden, en dan denk ik: zie je, het kan wel. Wonderen bestaan. Er komt nog iedere maand een eitje vrij dus in principe heb ik iedere maand een kans. Ik vind het te makkelijk om te zeggen: de eitjes zijn te oud. Het is toch een soort roulettespel? Misschien dat volgende maand precies dat ene eitje vrijkomt dat wel goed is. Zolang ik hoop heb, kan ik het niet opgeven. Het boek is nog niet dicht.

Pas op mijn 39ste kreeg ik een grote kinderwens. Daarvoor had ik of de juiste partner niet, of ik was er zelf niet klaar voor. Op mijn 38ste kreeg ik een relatie met Marcel. Ik kende hem al een paar jaar, en dacht dat het nooit wat kon worden omdat we ruim tien jaar in leeftijd verschilden. Maar we groeiden steeds meer naar elkaar toe. De omgeving wijst soms nog op het grote leeftijdverschil, maar voor ons is het helemaal niet meer belangrijk. Wij vinden dat we elkaar goed aanvullen. Vrij snel hadden we het over kinderen en een paar maanden later was ik al zwanger. Ik was dolblij, had het gevoel: wat knap dat mijn lichaam dit kan! Met acht weken kreeg ik een echo, en alles zag er goed uit. Een mooi vruchtje, een regelmatig kloppend hartje. We konden ons geluk niet op. Mijn schoonmoeder gaf me een boekje waarin ik kon lezen hoe de baby zich in mijn buik ontwikkelde, en we mochten van haar een kinderwagen uitkiezen. Die staat nog steeds bij ons op zolder. Een paar dagen na die eerste echo zat ik op mijn werk en kreeg ik plotseling een verschrikkelijke pijnscheut in mijn buik. Achteraf denk ik dat het kindje toen is overleden. Toen ik een paar weken later weer bij de gynaecoloog was, kon hij geen harstslag mee vinden. Dat was een enorme klap voor ons. Ik werd naar huis gestuurd met de boodschap dat ik moest wachten tot de vrucht loskwam. Dat duurde ruim een week. Ik was met Marcel aan het winkelen toen ik plotseling ernstige krampen kreeg. Het leek wel een klein bevallinkje. Ik ging naar de toiletten van de V&D en daar kwam het eruit; een vruchtje met een vlies eromheen. Daar schrok ik ontzettend van.

Marcel en ik waren zo verdrietig. We hadden dromen en voorstellingen over een toekomst met ons drietjes, en ineens was er niets meer. Vrienden en familie stuurden kaartjes of zeiden lieve dingen. Maar er werd ook gezegd: “Je moet het ook pas vertellen als je drie maanden zwanger bent want er kan altijd wat fout gaan.” Het pijnlijkst vond ik nog de opmerking ‘dat er nog niks was.’ Het was wél het begin van nieuw leven.

Ik raakte nog twee keer zwanger, maar ook deze zwangerschappen eindigden in een miskraam. Verschillende gynaecologen hoorden achterover geleund mijn verhaal aan. Ze namen me niet serieus. Het was óf pech, óf mijn eitjes waren te oud. Jammer, volgende patiënt. Op internet zocht ik naar informatie over miskramen. Ik kwam erachter dat vrouwen die jonger waren en herhaaldelijk miskramen hadden gehad, wel allerlei onderzoeken kregen aangeboden. Ik vertelde mijn gynaecoloog dat ik ook bepaalde onderzoeken wilde. Hij reageerde van: o, dat kunnen we wel eens doen. Maar waarom bedacht hij dat zelf niet? Dat deed me veel verdriet.

Uiteindelijk heb ik gevraagd of ik een IUI-behandeling kon krijgen. Daarbij wordt zaad van je eigen man op een kunstmatige manier hoog in je baarmoeder ingebracht. Om de kans te vergroten slikte ik Clomid, een hormoonpreparaat dat ervoor zorgde dat er in ieder geval elke maand een eitje vrijkwam. Na de tweede behandeling was ik zwanger van een tweeling, maar tot ons grote verdriet liep ook deze zwangerschap op een miskraam uit.

We gingen door met de IUI-behandelingen. Ons hele leven stond in het teken van zwanger worden. Ik moest voortdurend naar het ziekenhuis om met een echoapparaat op te laten meten hoe groot de follikels waren waarin de eitjes rijpten. Hadden die follikels een bepaalde grootte, dan stond het eitje op het punt van springen en moest ik later terugkomen om me te laten insemineren. Ik kon bijna aan niets anders mee denken. Kennissen zeiden: “Je moet het loslaten. Je zult zien dat het juist dan gebeurt.” Maar zo werkt het niet. Je stapt in en hebt geen idee waar die reis gaat eindigen. Daardoor ben je er constant mee bezig. Daarnaast zie je steeds kinderwagens en dikke buiken, tv-programma’s die over kinderen of zwangerschappen gaan en praten collega’s en vrienden over hun kinderen. Je kunt je er niet voor afsluiten. En alles doet pijn. Als ik op een kinderverjaardag was en de jarige gelukzalig cadeautjes zag uitpakken, dacht ik: ik wil ook mijn kind verwennen. En dan keek ik Marcel aan en dan wist ik dat hij er precies zo over dacht. Het is een gevecht hoor, om dat samen te verwerken. Gelukkig heeft het ons eerder bij elkaar gebracht dan uit elkaar gedreven.

Toen de IUI-behandelingen niet aansloegen, wilden we voor een IVF-behandeling gaan. In Nederland komen vrouwen tot 40 jaar daarvoor in aanmerking, maar in België behandelen ze ook oudere vrouwen. We maakten een afspraak met een professor in Gent. Ik had mijn dossier bij me en wilde hem vragen stellen over nieuwe behandelmethodes. Die professor bladerde mijn papieren niet eens door, maar zei onmiddellijk dat de kans dat een IVF-behandeling slaagde 0,1 procent was. Hij vond dat die vier miskramen genoeg zeiden over de kwaliteit van mijn eitjes. Ik zat te koken, maar dacht: rustig blijven, anders weigert hij me die behandeling. Uiteindelijk gaf hij toch akkoord. Terwijl hij de papieren tekende zei hij: “Als ik jou help moet een jongere vrouw die veel meer kans maakt op een geslaagde zwangerschap wachten. Ge moet het zelf maar weten.” Hij gaf me dus ook nog een schuldgevoel. Onmenselijk vond ik dat.

Ik ben twee keer aan een IVF-behandeling begonnen. Ik moest mezelf drie keer per dag met hormonen injecteren. Dat was geestelijk en lichamelijk heel zwaar. Helaas reageerde ik niet goed op de hormonen waardoor ik te weinig eitjes produceerde om een punctie te laten uitvoeren. De zoveelste teleurstelling.

Sinds een paar maanden zijn Marcel en ik niet meer in het ziekenhuis te vinden, maar proberen we een beetje tot rust te komen. Ik ben verbitterd geraakt. Ik heb een loodzware tijd achter de rug waarin ik mezelf soms kwijt ben geweest, zo angstig en onzeker werd ik van alle teleurstellingen. Gelukkig hebben we veel steun bij elkaar gevonden en bij familie en vrienden. Maar ik heb ook gemerkt dat sommige mensen snel vergaten wat er bij ons speelde. Ze verwachten dat je het normale leven weer oppakt, dat een kinderverjaardag je geen pijn meer doet en je enthousiast reageert als iemand je vertelt dat ze zwanger is.

Toch kunnen we het boek niet dichtdoen. Ik slik nu een experimenteel medicijn dat wordt voorgeschreven aan vrouwen die veel miskramen hebben gehad. Als ik niet op een gewone manier zwanger raak, gaan we over een paar jaar misschien wel voor eiceldonatie. Het belangrijkste is dat we weer genieten van elkaar en van onze honden Max en Moa. Maar we blijven hopen op een wondertje. Ik vind dat je de moed kunt opgeven, maar nooit de hoop.”

< TERUG NAAR REPORTAGES