|
|
![]() |
| 2008 GRAZIA | |
|
Man met anorexia Anorexia lijkt een meisjesziekte, maar uit onderzoek blijkt dat ruim tien procent van de anorexiepatiënten man is. Hulpverleners onderkennen de ziekte bij mannen vaak niet, en mannelijke patiënten praten er uit schaamte niet over. Aad Barnhoorn is een ex-anorexiepatiënt: “Ik vertel mijn verhaal omdat ik het belangrijk vind dat bekend wordt dat mannen ook anorexia kunnen hebben. Hoe eerder de ziekte wordt vastgesteld, hoe eerder je wordt behandeld en hoe groter de kans is dat je ervan afkomt. Bij mij duurde het vier jaar voordat vaststond dat ik anorexia had en twintig jaar voordat ik er vanaf was. Onderzoekers gaan ervan uit dat tien procent van de anorexiapatiënten man is, maar ik denk dat meer mannen een eetstoornis hebben. Mannen zijn steeds meer bezig met hun uiterlijk. Ze trainen om een perfecte lichaam te krijgen, en als dat niet snel genoeg lukt, gebruiken ze poedertjes en pilletjes. Op die manier kweek je een eetstoornis. Maar anorexia gaat niet alleen om het perfecte lichaam willen hebben. Mijn ervaring is dat het een vorm van depressie is, net als alcoholisme of drugsverslaving. Het zijn allemaal manieren om negatieve gevoelens te verdringen. Ik heb in mijn verleden afschuwelijke dingen meegemaakt, waar ik door de anorexia niet over na hoefde te denken. Toen ik negentien was, ging ik samen met mijn moeder op dieet. Ik kocht een calorieëntabel en ging veel sporten. Het begon met hardlopen met de hond, maar op een gegeven moment kon de hond het niet meer aan, want ik rende drie keer per dag acht kilometer. Daarnaast fietste ik ook nog eens drie keer per dag 24 kilometer. Als ik thuiskwam van het sporten, had ik geen trek in eten. Zodra ik dat kreeg, pakte ik weer de fiets of trok ik mijn hardloopschoenen aan. In het begin at ik s’ middags een boterham en ’s avonds een beetje groente, maar dat werd steeds minder. Ik zorgde ervoor dat mijn ouders het niet merkte door mijn bord en mes vies te maken, en dan gooide ik het eten weg. Als ik echt niet onder een maaltijd uit kon, gaf ik over. Op een gegeven moment was ik zo getraind in overgeven dat ik mijn hoofd maar naar beneden hoefde te houden of het kwam eruit. In die tijd ben ik wel eens naar de huisarts geweest, maar die dacht dat ik depressief was. Het ging wat beter toen ik Emiel leerde kennen. Als ik het weekend bij hem was, at ik en gaf ik niet over. Om dat te compenseren, at ik de dagen erna niets. Toen we samenwoonden, ging het hem opvallen dat ik op een vreemde manier met eten omging. Dat leidde uiteindelijk tot mijn eerste opname in een eetstoorniskliniek. Ze hadden er nog nooit een mannelijk anorexia-patiënt gehad, dus ze zagen me als een proefkonijn. Ik vond het er verschrikkelijk. Ik moest in mijn eentje in mijn kamertje zitten tot ik was aangekomen. Ik raakte er zo gespannen van dat ik geen gram aankwam. Toen ik na maanden uit de kliniek kwam, was er eigenlijk niets veranderd. Emiel zorgde ervoor dat ik elke avond een warme maaltijd at waardoor mijn gewicht rond de veertig kilo bleef hangen. Ik raakte verslaafd aan laxeertabletten. Per dag slikte ik er zo’n tweehonderd. Die dingen slaan na een paar uur aan, zodat ik precies kon plannen wanneer ik naar de wc moest. Op dat moment was het rot, maar daarna voelde ik me opgelucht dat mijn lichaam weer schoon was. En toen werd Emile zwaar ziek. Binnen twee weken kwam hij te overlijden. Pas na zijn dood bleek dat hij acute lymfeklierkanker had. Op mijn werk reageerden ze ongelooflijk lullig. Ze zeiden niet: ‘Wat erg voor je’, maar alleen: ‘We wisten niet dat je een poot was’. Op staande voet nam ik ontslag. In de buurt ging het gerucht dat Emile was overleden aan aids en ik het ook zou hebben omdat ik zo mager was. Vreselijk vond ik dat. Ik isoleerde me en natuurlijk kreeg ik toen ook geen hap meer door mijn keel. Bij het Riagg sprak ik met een psycholoog, en hij gaf aan dat hij het onverantwoord vond als ik nog langer alleen woonde omdat ik zo weinig woog. Ik moest opgenomen worden in een eetstoorniskliniek, maar daar wilden ze me niet hebben omdat ik te veel ondergewicht had. In het ziekenhuis moest ik eerst worden bijgevoerd. Ik kreeg sondevoeding, maar mijn lichaam accepteerde helemaal geen voeding meer. De sondevoeding kon ik alleen binnenhouden als het was aangelengd met water. Na een week werd ik midden in de nacht wakker in mijn eigen ontlasting. Al mijn spieren hadden het opgegeven, behalve mijn hartspier. Daar ben ik toen zo ontzettend van geschrokken. Ik wilde wel leven! Na vijf weken fysiotherapie en veel oefenen kon ik weer een beetje staan, maar het duurde veertien maanden voordat ik weer kon lopen en mijn handen behoorlijk kon gebruiken. Eten lukte nog steeds niet. Ik leefde voornamelijk op cup a soup, tomaten en komkommer. Zolang ik bijna niets at, voelde ik me of ik de hele wereld aan kon want ik voelde niets. Dag in dag uit was ik met niet eten bezig. Als ik in de stad liep, zag ik alleen maar snackbars, restaurants en etende mensen. Mijn wereld was zo klein geworden dat ik geen sociale contacten meer had. Ik besefte wel dat dit geen leven was, en liet me weer opnemen in een kliniek. Het was een zware tijd. In de therapie kwamen vervelende dingen uit mijn verleden naar boven die ik nooit eerder had verteld. Maar de omslag kwam toen ik seksueel werd geïntimideerd door een hulpverlener. Ik liet het niet op me zitten en sloeg hem meteen op zijn bek. Nadat ik mijn verhaal aan de leiding had verteld, zeiden meer patiënten dat ze door die vent waren lastiggevallen. Daarop is hij ontslagen. Dat was een opluchting, maar zijn gedrag had allerlei verdrongen emoties bij me losgemaakt. Toen ik elf jaar was, ben ik seksueel misbruikt door een man. Ik ben homoseksueel, maar ik vond het moeilijk om die gevoelens toe te laten want dan kwam het misbruik ook meteen weer boven. Van sommige meisjes met anorexia is bekend dat ze niet eten omdat ze geen vrouw willen zijn met de bijbehorende seksuele gevoelens. Bij mij was dat net zo. Door de anorexia was ik zo goed als impotent geworden. Met hulp van een erg goede therapeut heb ik het misbruik een plaats kunnen geven, en ik heb aangifte gedaan tegen de dader. De zaak was inmiddels verjaard, maar als een andere jongen aangifte tegen hem doet, wordt mijn zaak er ook bij gepakt. Vanaf dat moment ging het langzaam beter met me. Toen ik uit de kliniek was ontslagen, kwam ik bij een nazorggroep terecht met allemaal vrouwen en een paar mannen die dezelfde problemen hadden. Daardoor voelde ik me enorm gesteund. Ik ging weer werken, en maakte vrienden. Toen ontmoette ik ook Gerrit, en hij heeft me enorm veel goed gedaan. Hij zei tegen me: ‘Ik wil niet naast een hoopje botten in bed liggen’. Als ik bij hem thuis was, durfde ik niet over te geven, en sinds we samenwonen, denk ik er zelfs niet meer aan. Ik ben behoorlijk aangekomen en heb nu een normaal gewicht. Ik tel nog wel altijd calorieën, dat is zo’n gewoonte die blijkbaar niet meer verdwijnt. Ik gebruik ook nog steeds laxeerpillen, zo’n vijftien per dag. Waarschijnlijk kom ik daar nooit meer vanaf omdat mijn darmwerking verstoord is geraakt. Het is net of ik mijn leven van twintig jaar geleden weer heb opgepakt. Ik heb vrienden, leuk werk, en een lieve vriend met wil ik in de zomer ga trouwen. In de jaren dat ik anorexia had, stond mijn leven in feite stil. Achteraf denk ik: zonde van de tijd. Daarom hoop ik dat ook mannen met anorexia hulp zoeken. Het leven is zoveel meer dan geobsedeerd zijn door eten.”’ Mannen met een eetstoornis Negentig procent van de patiënten met een eetstoornis is vrouw. Om die reden worden eetstoornissen gezien als een vrouwenziekte en schamen veel mannen zich ervoor. Hulpverleners herkennen eetproblemen bij daardoor mannen ook niet snel. Het aantal mannen dat binge eating disorder (eetbuien hebben) en boulimia (eetbuien hebben en vervolgens braken) heeft, is groter dan het aantal mannen dat aan anorexia leidt. Het leven van iemand met een eetstoornis draait alleen nog maar om eten. Vaak is er een enorme angst om dik te worden of te blijven. Voor andere emoties is geen plaats meer waardoor de patiënt depressief en eenzaam wordt. Een eetstoornis kan verschillende oorzaken hebben. Meerdeer factoren spelen een rol: persoonlijke ‘aanleg’, opvoeding, negatieve ervaringen, cultuur, en de media. Anorexia kan onder andere leiden tot ondergewicht, zwakte, vermoeidheid, overbeharing, botontkalking en impotentie. De lichamelijke gevolgen herstellen zich vaak weer als iemand weer een normaal gewicht bereikt. |
|