|
|
![]() |
| 2008 GRAZIA | |
|
Eén moeder, twee papa’s Karin Menger (37) wilde dolgraag een kind, maar had geen man. Toen ontmoette ze een homofiel stel dat ook een kinderwens had. Resultaat: prachtbaby Tom van vijf maanden. “Mijn god, daar gaat mijn kind, dacht ik de eerste keer dat ik Tom naar de papa’s bracht. Van tevoren hadden we afgesproken dat Tom na een maand of twee ook bij hen nachten zou doorbrengen, maar ik merkte dat ik het steeds moeilijker kreeg met die gedachte. Daarom zijn we ermee begonnen toen Tom vier weken was. Die eerste keer legde ik hem slapend bij de papa’s in de box. Zij vroegen nog: “Wil je niet wat drinken?”, maar ik had iets van: nee, ik moet onmiddellijk weg. Met tranen in mijn ogen ben ik teruggereden naar huis. Om maar iets te doen te hebben, ben ik die avond uit eten gegaan met een vriendin. Gelukkig wende het snel. Ik weet dat Tom het goed heeft bij de papa’s en als ik hem mis, bel ik ze op of ga ik bij ze koffie drinken. Het is fijn dat de papa’s in dezelfde woonplaats wonen zodat dat ook makkelijk kan. Ik wilde altijd al kinderen. Ik had ook wel vriendjes, maar ik kom niet voorstellen dat ik met een van hen zou gaan samenwonen of een gezin zou beginnen. Ik vond het ook belangrijk dat het kind een vader zou hebben. Zelf ben ik in een normaal gezin opgegroeid en ik houd veel van mijn vader. Zo’n band gunde ik mijn kind ook. Mijn zus is gescheiden en haar dochter ziet haar vader om het weekend. Die twee zijn gek op elkaar, maar ik zie ook dat dat meisje veel van haar vader mist, en zij van hem. Dat wilde ik liever niet voor mijn kind. Toen ik in de dertig was, dacht ik: hoe ga ik dit dan aanpakken? Een paar jaar geleden was er een programma op tv dat de De Biologische Klok heette. Daarin vertelde een vrouw dat ze samen met een homofiele man een kind had gekregen en ze de zorg voor het kind deelden. Dat leek me wat. Toen ze vertelde dat ze de vader had ontmoet via een website, ben ik op die site gaan kijken. Daar trof ik toen een oproepje aan van een homostel dat een kinderwens had. Ik stuurde een mailtje en we maakten een afspraak. De eerste keer dat ik bij ze aanbelde, was ik bloednerveus. Het moest wel klikken want we waren immers van plan om een band voor het leven aan te gaan. Gelukkig konden de mannen en ik het meteen met elkaar vinden. Een jaar lang hebben we de tijd genomen om elkaar te leren kennen. Soms gingen we gewoon samen eten, soms hadden we het over hoe we het wilden aanpakken en hoe ieder dacht over de opvoeding van een kind. Al vrij snel vertelden ze wie van hen de biologische papa wilde worden, en dat vond ik prima. Het kind en ik zouden toch met allebei te maken hebben. Een van hen zocht de zakelijke kant uit, en dat was nog een heel gedoe. We hebben er zelfs een advocaat bij gehaald zodat die kon kijken of we in alles goed hadden vastgelegd in het convenant. Een convenant is een overeenkomst waarin je vastlegt wat ieders rechten en plichten zijn tegenover het kind. In het convenant staat bijvoorbeeld dat Tom iedere donderdag naar de papa’s gaat en op zondag weer naar mij komt. Ook bleek het nog helemaal niet zo eenvoudig te zijn om gezamenlijk voogdij aan te vragen. De papa’s zijn getrouwd en in principe kun je geen kinderen buiten je huwelijk erkennen. Omdat ze homoseksueel zijn, was er toch een mogelijkheid. De biologische papa heeft Tom erkend en met mij gezamenlijke voogdij voor Tom aangevraagd, de ander papa heeft in feite geen rechten. Na een jaar hakten we de knoop door; we zouden het gaan proberen. Ik heb toen ook in mijn omgeving verteld wat we van plan waren, en eigenlijk heb ik geen één negatieve reactie had. Iedereen had iets van: wat mooi als je het op deze manier kunt doen. Dit kind is duidelijk zó gewild. De biologische papa en ik hebben ons in het ziekenhuis laten onderzoeken of we wel in staat waren om kinderen te krijgen. Toen dat zo bleek te zijn, heb ik een paar ovulatietesten gekocht. Zodra ik een eisprong had, heb ik de papa’s ge-smst. Na mijn avonddienst kwam een van de papa’s langs met een potje sperma. Ik dacht nog: moet ik hem wat te drinken aanbieden, maar het was zo’n vreemde situatie. Ik had mijn pyjama al aan en stond op het punt om in bed te stappen. Toen hij weg was, heb ik mezelf met een spuitje geïnsemineerd. Ik voelde me raar en opgewonden. Stel dat het meteen raak zou zijn? En het ongelooflijke gebeurde: ik werd onmiddellijk zwanger. Ik was superblij, en de papa’s ook. De zwangerschap viel me tegen. Je hoort wel eens vrouwen zeggen dat ze zo genoten van de schopjes in hun buik, maar ik vond het een vervelend gevoel. Ook de bevalling viel me niet mee. We hadden afgesproken dat de papa’s bij de bevalling aanwezig zouden zijn, maar toen ik eenmaal persweeën had, wilde ik er niemand bij hebben. Gelukkig vonden ze dat geen probleem. Zodra Tom op mijn buik lag, heeft een verpleegkundige ze gehaald. Met zijn drieën hebben we de navelstreng doorgeknipt. De week na de bevalling waren ze iedere dag bij mij thuis om voor me te koken. Het was zo grappig om ze met die baby bezig te zien. Het was echt Two Men And A Baby: de één hield de baby vast en de ander trok het een broekje aan. Inmiddels gaat dat ze veel makkelijker af. Ik ben niet jaloers dat zij samen voor Tom zorgen en ik het in mijn eentje doe. Van vriendinnen hoor ik dat een kind een beproeving kan zijn voor je relatie, en ik merk dat de papa’s ook hun strubbelingen hebben. Maar ik loop soms wel tegen praktische problemen aan. Als Tom ’s nachts huilt, ben ik altijd degene die eruit moet. Hij had een periode dat hij overdag veel huilde en dan kon ik hem ook niet even aan een ander geven. Vriendinnen boden dat wel aan, maar dan dacht ik: nee, hij heeft verdriet, hij moet nu bij zijn moeder of zijn papa’s zijn. Ik verwacht niet dat er problemen ontstaan als ik weer een relatie krijg. Er zijn genoeg alleenstaande moeders die een kind in co-ouderschap opvoeden. Het lijkt me alleen verschrikkelijk voor Tom als de papa’s uit elkaar gaan. Je moet er toch niet aan denken dat Tom op een gegeven moment één moeder en vijf vaders heeft! Maar ik kan me niet voorstellen dat dat gebeurt, ik heb alle vertrouwen in de papa’s. Een vriendin zei laatst tegen me: ik zou geen parttime moeder kunnen zijn. Maar zo voelt het helemaal niet. Daarnaast moet ik blijven werken om in ons onderhoud te blijven voorzien. Ik denk dat Tom veel beter af is bij zijn papa’s dan als hij vier dagen in de week naar de crèche moet en ik hem van oppas naar oppas versjouw. En je zou de papa’s eens moeten zien glimmen als ik Tom kom brengen. Dan krijg ik zelf ook zo’n warm gevoel en weet ik zeker: we hebben een goede keuze gemaakt.” Karin Menger (38) werkt als groepsleider van verstandelijk gehandicapten. |
|