|
|
![]() |
| 2008 GRAZIA | |
|
‘Mijn moeder wordt verdacht van drugssmokkel’ Al bijna vier jaar vecht Edith om haar moeder Astrid de Gooijer (62) vrij te krijgen uit Equador. Een zware en moeilijke strijd, met een lichtpuntje: de band tussen moeder en dochter is beter dan ooit. Edith Kors (39): “Eind januari belde mijn moeder op. “Ik ben vrij!” riep ze. “Ik zit nu in de auto met mijn advocaat en rijdt het gevangenisterrein af.” Ik was helemaal lam, voelde niets, kon het niet begrijpen. Pas toen ik mijn zus belde, kwam alle stress eruit. We hebben zo zitten huilen. Na bijna vier jaar gevangenis is mijn moeder vrijgekomen op basis van artikel 24. Daarin staat dat een verdachte niet langer dan een jaar zonder proces mag vastzitten. Dat artikel kwam eind januari te vervallen, en daarom waren mijn zus en ik op van de zenuwen. Als mijn moeder in januari niet vrijkwam, zou ze in de gevangenis moeten blijven tot haar proces voorkwam, en wie weet hoe lang dat nog duurt. Nu kan ze buiten de muren haar proces afwachten en dat geeft mij meer rust. Ze is bij die advocaat in goede handen en krijgt eindelijk weer goed te eten. Het voelt als een pauze, want als haar zaak voorkomt, begint er weer een nieuwe stressperiode. Als mijn moeder haar onschuld niet kan bewijzen, kan ze acht tot twaalf jaar cel krijgen. Daar durf ik nog niet aan te denken. Bijna vier jaar geleden ging mijn moeder op vakantie naar Equador. Haar droom was om in het buitenland in een weeshuis te werken of er één te beginnen, en ze ging kijken wat er daar mogelijk was. Op een van de laatste dagen ontmoette ze een aardige Equadoriaan. Hij nam haar mee naar huis en stelde haar voor aan zijn vrouw en kinderen. Dat vond mijn moeder geweldig, want nu kon ze zien hoe de plaatselijke bevolking woonde en leefde. Het waren erg arme mensen en daarom kocht ze wat kleding voor de kinderen. Als dank gaven ze haar twee flessen bodylotion cadeau. Die heeft ze zonder erbij na te denken aangenomen en in haar koffer gestopt. Op het vliegveld werd ze onmiddellijk uit de rij gehaald. Ze had iets van: jullie gaan jullie gang maar, maar toen bleek er in de flessen vloeibare cocaïne te zitten. Voordat ze het wist zat ze in de gevangenis. Mijn zus belde op om het me te vertellen. Ik was verbijsterd, dacht: wat ze heeft ze nu weer gedaan? En ik was boos: hoe kon ze zo naïef zijn? In eerste instantie twijfelde ik ook aan haar onschuld, maar inmiddels heb ik veel meer van dit soort verhalen gehoord. Ik schaamde me ook. Als iemand naar mijn moeder vroeg, zei ik altijd: ‘Mijn moeder werkt in Equador.’ Maar op een gegeven moment dacht ik: schijt. Waarom zou ik me schamen voor iets waar ik niets aan kan doen? De band tussen mijn moeder en mij is niet altijd goed geweest. Zij is een dominante vrouw die zich behoorlijk bemoeide met het leven van haar kinderen. Ik wilde zelf bepalen hoe ik mijn leven invulde en met wie ik het deelde. Hoe harder zij tegen mij inging, hoe meer ik me tegen haar verzette. Er zijn periodes geweest dat we elkaar weinig zagen. Dat hield niet in dat ik niet van haar hield, want dat heb ik altijd gedaan. De eerste tijd dat ze vastzat, had ik niet veel contact met haar. Dat veranderde toen mijn vader overleed. Ineens besefte ik: dadelijk heb ik niemand meer. Ik kan wel stijfkoppig blijven doen, maar dan ben ik straks wees. Ik belde haar om te vertellen dat haar ex-man was overleden, en ze had er veel verdriet om. Vooral omdat ze er op dat moment niet voor mij kon zijn. Toen heb ik haar ook gevraagd: ‘Je komt toch wel op twee benen terug en niet in een kist?’ Dat was mijn grootste angst: dat ik haar nooit meer zou zien. Ze beloofde dat ze terugkwam en aan die belofte houd ik me nog steeds vast. Vanaf dat moment heb ik van alles geprobeerd om mijn moeder vrij te krijgen. Het werd een obsessie van me. Soms zat ik 24 uur per dag achter de computer. Ik stuurde mailtjes naar iedereen en elke instantie waarvan ik maar vermoedde dat ze konden helpen. Ik had bijvoorbeeld contact met D’66-er Boris Dittrich. Hij vond het absurd dat een Nederlandse vrouw zonder enige vorm van proces jarenlang kan vastzitten en kreeg uiteindelijk voor elkaar dat er kamervragen over de situatie van mijn moeder werden gesteld. Het SP-kamerlid Van Bommel is er nu ook mee bezig. Ik heb ook veel contact met Amnesty gehad, zeker toen er een paar jaar geleden rellen in de gevangenis waren waarbij een aantal gevangenen werden vermoord. Verder heb ik kranten gemaild, tijdschriften, tv-programma’s… Je kunt het zo gek niet bedenken. Toch heeft dat de situatie van mijn moeder niet verbeterd. Ik geloof ook niet meer zo snel mensen. Ik heb zo vaak gehoord: we gaan dit of dat voor je moeder doen. Ik wil het eerst zien en pas dan ga ik iemand bedanken. SBS heeft me het mooiste cadeau van mijn leven gegeven. Voor het programma Gevangen In Het Buitenland mocht ik in oktober mijn moeder vier dagen lang bezoeken. Het was geweldig om haar na zoveel jaren te zien. Mijn moeder zei steeds: ‘Niet huilen, niet huilen’, maar ik hield het gewoon niet. We hielden elkaars hand vast terwijl ze me aan iedereen in de gevangenis voorstelde. Ik was geschokt hoe de vrouwen daar leefden. Het is een wereld op zich. Kinderen worden er geboren, iedereen probeert geld te verdienen, er wordt ontzettend veel drugs gebruikt en de maffia heeft de gevangenis stevig in zijn greep. De vrouwen die geen geld hadden, moeten slapen op een zaal met dertig tot veertig andere gevangenen. Heb je een beetje geld, dan kun je een plaats kopen op een zaal met wat minder vrouwen, en als je veel geld hebt, koop je een cel voor jou alleen. Mijn moeder sliep in een klein ateliertje. In de gevangenis heeft ze ontdekt dat ze kan schilderen. Ze heeft er zelfs een prijs mee gewonnen en haar werk heeft in Wenen en in New York gehangen. Dat atelier kreeg mijn moeder toegewezen door de gevangenisdirectrice omdat zij die vrouw adviseerde over de gang van zaken in de gevangenis, en omdat ze veel voor de kinderen deed. Veel vrouwen leven daar met hun kinderen en die worden soms verschrikkelijk mishandeld. Mijn moeder verzorgde de kinderen en kwam voor ze op. Soms kreeg ze zelf klappen van die moeders, maar na een paar keer sloeg ze gewoon terug. Ongelooflijk toch, dat mijn 62-jarige moeder in vechtpartijen was verwikkeld. De tweede dag hebben mijn moeder en ik in haar ateliertje lang met elkaar zitten praten. Ik merkte dat ze zachter was geworden. Ze had veel nagedacht in de periode dat we elkaar niet hadden gezien. We hebben het ook over vroeger gehad, en zij gaf toe dat ze de dingen niet altijd handig had aangepakt. Ik besef nu ook dat mijn moeder een product is van haar opvoeding en haar best heeft gedaan. Samen hebben we een streep onder het verleden gezet en dat heeft me ontzettend veel goed gedaan. Het SBS-team kreeg voor elkaar dat ik een onderhoud kon krijgen met de Equadoriaanse president. Als je een tv-camera meeneemt, gaan blijkbaar alle deuren voor je open. Met de president heb ik over artikel 24 gesproken. Ik vond het geweldig dat ik eindelijk echt iets kon doen. Voor mijn moeder is het natuurlijk verschrikkelijk dat ze daar zat, maar voor mij net zo goed. Ik voel me zo machteloos. Ik probeer van alles, maar niets lijkt te werken. Ik ken de taal niet, de cultuur niet. Daardoor had ik op een gegeven moment zelfs het gevoel dat ik een conflict had met heel Equador. En het kost ook allemaal zoveel geld. Mijn moeder heeft een aantal advocaten gehad, en ook al kregen ze niets voor elkaar, ze moesten toch betaald. Een proces kost geld, haar levensonderhoud kost geld en soms is dat niet op te brengen door de familie. Gelukkig heb ik een geweldige vriendenkring die ook wel eens wat overmaken om mijn moeder te helpen. Toen ik de volgende dag weer in de gevangenis kwam, merkte ik dat iedereen wist dat ik met de president had gesproken. Veel vrouwen hadden hun hoop op mij gevestigd. En misschien heeft dat gesprek ook wel geholpen, want in de maanden daarna kwam een aantal vrouwen plotseling vrij vanwege artikel 24. Het afscheid met mijn moeder was hartverscheurend. Het was verschrikkelijk om elkaar gedag te moeten zeggen terwijl je niet weet wanneer je elkaar weer zult zien. Op dit moment woont ze bij haar advocaat. Ze wil gaan werken zodat ze gedeeltelijk zelf in haar onderhoud kan voorzien. Ze denkt erover om in de gevangenis voor de kinderen te zorgen. Ik vind het prima, zo lang ze ’s avonds die poort maar weer uitkomt. Verder is het wachten tot haar proces voorkomt. Ik probeer er maar niet aan te denken dat dat wel eens verkeerd voor haar kan aflopen. Als ze nog een jaar of acht moet zitten, word ik gek. maar na ene paar keer sloeg ze gewoon terug. soms ook klappen gekregen van die voru3nw de kidnenr deed. vanarbij vele gevangen Ik droom van de dag dat ze uit het vliegtuig komt en ik haar in mijn armen kan sluiten. Dan geef ik een enorm feest. Het kan me niet schelen hoe ik het geld bij elkaar krijg. Ik huur een enorme zaal, met een goede band die Zuid-Amerikaanse muziek speelt, want daar houdt mijn moeder van. Iedereen die iets voor mijn moeder heeft gedaan, nodig ik uit. Daar hebben ze recht op. En mijn moeder en ik ook.” |
|