|
|
![]() |
| 2008 VIVA MAMA | |
|
Van andere moeders moet je het maar hebben In het kraambed, met een ingescheurd onderkantje en een kind lebberend aan je borst voel je je misschien nog verbonden met alle andere moeders op de wereld. Daarna kom je er snel achter dat ze weinig solidair zijn. Ze roddelen, hebben kritiek en houden exact bij wie welke dienst heeft bewezen. Welkom in moederland! Mijn nicht werd 40 en gaf een groot feest. Toen mijn vriend en ik er om half negen heen reden, lagen onze kinderen van 2 en 4 allang in bed en zat de oppas voor de tv chips te eten à vijf euro per uur. Bij mijn nicht in de tuin stond een springkussen opgesteld. Haar kinderen van 2, 4 en 5 jaar oud renden tot twaalf uur ‘s nachts van binnen naar buiten. Op blote voeten, terwijl het behoorlijk koud was. Verontwaardigd fluisterde ik tegen mijn vriend dat die kids op deze manier een verkoudheid zouden oplopen, blaasontsteking of erger. Was het niet veel beter om die kleintjes op vaste tijden in bed te leggen? Wist hij trouwens al dat zij de jongste nog steeds aan de borst had? En ik had van mijn tante gehoord dat ze vaak met het hele gezin in één bed sliepen. Zo voed je je kinderen toch niet op? Mijn vriend haalde zijn schouders op: dat moest ze toch lekker zelf weten? Maar ik schudde mijn wijze hoofd, overtuigd van mijn superieure ouderschap. Nu denk je misschien: dit is zo’n extreem voorbeeld. Je moet wel een heilige zijn om geen commentaar te hebben. Maar moeders hebben altijd wat over elkaars manier van opvoeden aan te merken. Als het om kinderen gaat, is iedere moeder expert en voelt ze zich genoodzaakt die kennis te delen. Het begint al tijdens de zwangerschap. Laat maar eens op zwangerschapsgymnastiek vallen dat je er niet over peinst om borstvoeding te geven. Wedden dat minstens twee vrouwen je van het belang van moedermelk proberen te overtuigen? Verder kun je er zeker van zijn dat een aankomend opvoeder achter je rug om fluistert: “Zielig hoor, dat die baby een flesje gaat krijgen.” Nog niet overtuigd? Zeg eens in je pufklas dat je een spaarhypotheek overweegt. Waarschijnlijk zal geen een moeder je haar ideeën hierover vertellen. Waarom dringen we onze mening over opvoeden eigenlijk zo graag op aan andere moeders? Waarschijnlijk is onzekerheid de oorzaak. Iedereen die zijn baby voor het eerst in zijn armen sluit, beseft: dit tere wezentje is totaal afhankelijk van mij. Nog nooit heb je je zo verantwoordelijk gevoeld. Vanwege die onzekerheid vergelijk je jezelf graag met andere moeders, en o wee als die het anders doen. Dadelijk moet je vraagtekens zetten bij je eigen manier van opvoeden. Daarom trappen we omlaag: naar de moeders die het in onze ogen slechter doen, maar schoppen we ook graag omhoog: naar de alles-gaat-perfect-alles-is-onder-controle-moeders. Ariënne (33): “Toen mijn dochter van drie jarig was, deelde ze op de crèche doosjes Smarties uit. Later werd ik er door Erik, de moeder van Bas, op aangesproken: wist ik wel dat sommige kinderen hyperactief kunnen worden van al die suikers en kleurstoffen? Toen Bas drie werd, had ze een egel gemaakt van een halve ananas waarop ze spiesjes had geprikt van biologische kaas en ananas. Voor de leidsters was er worteltaart en een hotelbon. Ik voelde me dubbel schuldig: één keer voor mijn onverantwoorde Smarties en één keer omdat ik geen moment had gedacht aan een aan cadeau van de leidsters. Laatst hoorde ik dat Erika’s oudste van zeven nog steeds ’s nachts in zijn bed plast. Daar moest ik wel om grinniken. Mrs. Perfect staat dus wel iedere nacht lakens te verwisselen.” Een ander gevolg van die onzekerheid is, is dat het zo heerlijk is om over andere moeders en hun kinderen te roddelen. Komt er een vriendin bij je langs, dan zet je klaar: koffie, koekjes en de roddel over moeder X. Het is zo gezellig om aan de keukentafel met elkaar te bespreken hoe moeder X de slaapproblemen van haar onhandelbare dochtertje moet aanpakken. Maar dat geroddel wordt een stuk minder leuk als het jezelf betreft. Nathalie (35): “Van de week was ik met mijn zoontje in de supermarkt. Hij liep met een klein winkelwagentje achter me aan. Op een gegeven moment verveelde hij zich, en toen duwde hij de winkelwagen met een enorm zet van zich af. Boem, tegen het schap met brood aan. Ik zei dat als hij het nog een keer deed, hij bij mij in de winkelwagen moest zitten. Dus toen hij die truc nog een keer uithaalde, zette ik hem zonder pardon in mijn winkelwagen. Razend gilde hij dat hij eruit wilde, tranen over zijn wangen. Het was een heel theater. Op dat moment liep er een kennis langs die met begripvolle stem zei: ‘Dat valt ook helemaal niet mee, zo’n kind met adhd.’ Ik vroeg waar ze het over had. Toen stotterde ze dat ze dat had gehoord, en liep snel door. Ik baalde er ontzettend van. Blijkbaar gaat in het dorp het verhaal rond dat mijn zoontje adhd heeft, terwijl het een volstrekt normale driejarige is. Hij is misschien een beetje druk, maar ik vind het vreselijk dat een of andere pseudo-psycholoog een etiket op hem plakt.” Onzekerheid leidt ook tot jaloezie. Je kijkt naar andere moeders en bent bang dat ze het beter hebben geregeld dan jij. Terwijl jij het moederschap regelmatig ervaart als een taak, lijken anderen het fluitend af te kunnen. Grimmig denk je dan: dat is fijn voor ze, maar jij gaat daarbij niet helpen. Of er moet iets tegenover staan. In moederland bestaan mentale lijsten waarop exact wordt bijgehouden wie welke dienst heeft bewezen. Als jij een keer jouw kinderen en die van de buren naar zwemles hebt gebracht, dan is je buurvrouw de volgende keer aan de beurt. Kan ze die week daarop niet, dan strijk je een keer over je hart. Maar brengt je buurvrouw de week daarop de kids weer niet, dan is het wat jou betreft schlüss of tijd voor een minder prettig gesprek. Hoe ouder je kinderen worden, hoe langer en ingewikkelder de mentale lijsten. Het gaat niet alleen over halen en wegbrengen, maar ook over wie waar speelt, wie op een feestje mag komen, wie waar tussen de middag een broodje eet, wie in welk vriendenboekje heeft geschreven. Het moet allemaal gelijk op gaan, want anders raken we zwaar geïrriteerd. We gunnen elkaar niets. Laura (39): “Laatst kwam het buurmeisje vragen of ze bij ons mocht komen logeren als haar moeder met haar vriend een weekendje was. Ik heb nee gezegd. Ik vind dat buurmeisje erg lief, en ook mijn kinderen zijn stapelgek op haar, maar ik heb geen zin om het probleem van haar moeder op te lossen. Die vrouw doet nooit wat voor mij!” De grootste frictie bestaat tussen de fulltime werkende moeders, parttimers, en thuisblijfmama’s. Genieten van je leven, je kind opvoeden en daarbij wel of niet werken kan niet. Volgens moeders die het anders aanpakken, doe je het fout. Moeders met een flinke baan krijgen een schuldgevoel opgedrongen omdat ze te weinig aan aandacht aan hun kinderen zouden besteden. Ze hadden met thee en koek klaar moeten zitten en zelf op iedere zere knie een pleister moeten plakken. Werk je niet, dan doe je het ook fout, want het is juist goed als je kind op een kinderdagverblijf met andere kinderen leert omgaan. Het is zonde van je opleiding als je thuis gaat zitten met je kroost en hoe kun je jezelf ontwikkelen als je dagen vult met het geven van flesjes? Sterker nog: door al die hoog opgeleide niet werkende moeders balanceert de economie op de rand van de afgrond! De vrouw met het parttime baantje doet het ook verkeerd. Een topfunctie zal ze zo nooit krijgen, en hoe moet het met haar pensioen als ze gaat scheiden? Bovendien is het anderhalfverdienersmodel een drama voor de Nederlandse economie. Vrouwen die geen kinderen hebben zelfs een duidelijke mening over moeders en werk. Afgelopen jaar richtte publiciste Heleen Mees Women On Top op, een vrouwenplatvorm dat ervoor pleit dat alle moeders fulltime aan het werk gaan, naschoolse opvang goed wordt geregeld en vaders meer huishoudelijke taken op zich nemen. Blijkbaar is het typisch vrouwelijk om steeds maar weer te vertellen hoe anderen hun leven moeten inrichten. Mannen zijn wat dat betreft veel aardiger voor elkaar. Ik kan me tenminste niet voorstellen dat er een mannenvereniging komt die ervoor pleit dat alle vaders vier dagen gaan werken, dat papa’s vaker fruithapjes moeten pureren en crèches tot acht uur open moeten blijven, voorgezeten door een strijdbare vent die zelf geen kinderen heeft. Mannen hebben eerder iets van: iedereen moet het maar voor zichzelf uitzoeken. Is dat niet een veel gezondere instelling? Vijfennegentig procent van de kinderen komt heel aardig terecht, hoe ze ook zijn opgevoed. En van die andere vijf procent is de link tussen slechte opvoeding en ontspoord kind vaak niet zo makkelijk te leggen. Commentaar, kritiek en geroddel van andere moeders hebben in ieder geval nog nooit een kind geholpen. Daar hebben we instanties voor. Dus laten we ophouden met elkaar te vertellen hoe de ander het moet doen, elkaar iets gunnen en niet zo onzeker zijn over onze eigen opvoedmethodes. Daarom bied ik hierbij mijn excuses aan mijn nicht aan. Sorry, Janneke, je hebt drie geweldige kinderen. En ook al voed ik mijn kinderen anders op, jij doet het vast ook goed. |
|