‘Een woestijnprins stal mijn hart’
Een bedoeïenruiter trok haar van haar dromedaris, galoppeerde met haar de woestijn in en stal haar hart. Sindsdien weet Wenda Rietveld (41) dat sommige sprookjes waar zijn.
Wenda Rietveld: “Het was de langste dag van het jaar, en ik maakte op een dromedaris een rit door de woestijn. Ik reed vooraan in de karavaan en genoot van de ruimte en de prachtige kleuren van de woestijn. De rit was een onderdeel van de busrondrit die ik door Tunesië maakte. Op een gegeven moment zagen we vanuit de verte een stofwolk opdoemen. Het bleek een groepje ruiters te zijn. Hun paarden hadden prachtig traditionele zadels en hoofdstellen, en de gezichten van ruiters waren nauwelijks zichtbaar door de tulbanden die ze droegen. ‘Moet je kijken, daar is mijn prins,’ grapte ik tegen het meisje dat naast me reed. Een bedoeïenruiter reed naar me toe en vroeg in gebroken Frans of ik een ritje met hem door de woestijn wilde maken. Ik legde uit dat ik geen geld bij me had, maar dat ik ook geen rit hoefde te maken. ‘Je bent al in mijn hart,’ zei ik, want dit sprookjesachtige moment maakte mijn vakantie compleet. Hij kwam het nog een keer vragen, en nog een keer. Tot vier keer toe.
‘Het kan me niet schelen dat je geen geld hebt,’ zei hij. ‘Ik neem je mee.’ Daarop liet ik me van mijn dromedaris glijden, en klom ik op zijn paard. Hij kwam achter me zitten en samen galoppeerden we door de duinen. Het was een geweldige ervaring: het voelde alsof ik een prinses was die ontvoerd werd door haar woestijnprins. Wat mij betreft konden we toch tot in de eeuwigheid samen door de woestijn blijven rijden, ook al had ik geen idee wie er achter me op dat paard zat. Ik had een gevoel van totale vrijheid. We bleven een hele tijd weg, maar uiteindelijk bracht hij me toch terug naar de karavaan. Hij hielp me met afstijgen en stopte in mijn broekzak zijn visitekaartje met daarop zijn adresgegevens. 'Ik moet terugkomen naar Tunesië,' dacht ik. 'Ik moet erachter komen wat deze ervaring precies betekent'.
Toen ik weer in Nederland was, stuurde ik Abderrahim een email om hem te bedanken. Al snel kreeg ik mail terug; een romantische mail. Daarin schreef hij dat ik ook veel indruk op hem had gemaakt doordat ik zo oprecht vertelde wat ik voelde. Dat sprak hem aan, want hij is zelf ook erg openhartig en direct. Na de rit had hij precies hetzelfde gevoel gehad als ik: we moesten elkaar perse nog een keer zien. Hij was van plan geweest om naar mijn hotel te komen, maar de andere ruiters hadden hem tegengehouden. Ze vonden dat ik het initiatief moest nemen, want ik was een toerist en hij kon zich beter niet aan me opdringen. Vanaf dat eerste mailtje belden we regelmatig met elkaar, want mailen was ingewikkeld doordat het Abderrahim het Engels niet beheerst en ik alleen een beetje school Frans kan en zijn stem klonk bovendien zo mooi. Toen hij me uitnodigde voor de bruiloft van zijn broer, zei ik dat ik graag wilde komen. Ik was benieuwd wie Abderrahim nu eigenlijk was, en het leek me geweldig om een keer een bedoeïensche bruiloft mee te maken. Ik was nog nooit alleen op vakantie geweest, maar ik dacht: 'het ergste wat me kan overkomen is dat er niemand op het vliegveld staat te wachten. In dat geval boek ik gewoon een hotelletje en ga ik terug.'
Zes weken nadat ik Ibrahim Abderrahim voor het eerst had gezien landde ik op het vliegveld van Djerba. Abderrahim met een vriend en zijn Engelse vrouw stonden me op te wachten. Voor het eerst zag ik hem goed. Hij was klein, mager en pezig en had opvallend grote oren. Maar zodra we elkaar een hand gaven aanraakten sprong er een vonk over. Dit is hem, dacht ik. Ik weet het zeker: dit is hem! Op de achterbank in de taxi auto haakten we onze pinken in elkaar, want we moesten op een of andere manier lichamelijk contact met elkaar houden. We reden naar Douz waar Abderrahim en zijn familie woont. Douz is een klein stadje dat aan de rand van de woestijn ligt. Flatgebouwen staan er niet, alles is laagbouw. Iedereen woont in een huis met tegels op de vloer waarop ze hoewel er nog echt in bedouinenstijl op de vloer wordt geleefd, op dunne matrasjes en geweven plastic tapijten leggen in de meest vrolijke dessins. Dat is praktisch met al dat zand. Aan de rand van Douz staan een aantal de luxere hotels waar busladingen toeristen worden uitgeladen om trektochten per dromedaris op of jeep door de woestijn te maken. Abderrahim werkte toen ook nog als bedoeïenenruiter voor de toeristen: hij overviel de groepjes toeristen en bood ze een ritje op zijn paard aan. Daar is was toen goed geld mee te verdienen.
Abderrahim stelde me voor aan zijn familie. Zijn jongste jongere broer bleek getrouwd te zijn met een Duitse vrouw, en met haar kon ik Engels praten. De rest van de familie sprak alleen een beetje Frans. Communiceren was niet makkelijk, maar toch werd ik hartelijk welkom geheten. Daarna bracht Abderrahim me naar het appartement dat hij voor me had gehuurd.
De bruiloft was een fantastische beleving die vier dagen duurde. Door het dorp werden optochten met paarden en dromedarissen georganiseerd, er was een feest met trommelaars in traditionele kledij, een speciaal vrouwenfeest waar de mannen konden toekijken, de bruiloft zelf, heerlijke maaltijden. Abderrahim bleef zoveel mogelijk bij me omdat ik zijn gast was, maar ook omdat we inmiddels verliefd waren geworden. Ik herken zoveel in hem, ook al hebben we een andere achtergrond. Zijn verlangen naar vrijheid is de mijne. Toen hij vijf was, is hij van school weggelopen omdat hij zich niet wilde aanpassen. Dat recalcitrante heb ik in ook herken ik zo goed in mezelf. We houden allebei ontzettend van de woestijn en het gevoel van ruimte dat je daar krijgt, en eigenlijk denken we allebei in beelden in plaats van in woorden. Aan het einde van de bruiloft offerde de familie van Abderrahim ter ere van ons een geit in de hoop dat wij ook zouden trouwen. Dat vond ik nog veel te vroeg want ik wilde eerst dat Abderrahim precies wist wie ik was en hoe ik in elkaar zat. En dat moest ik ook van hem weten. We bezochten zelfs een hennalezeres die voorzag dat we moeilijkheden zouden krijgen, maar die we samen zouden overwinnen. Ik ging terug naar Nederland maar na niet al te lange tijd keerde ik terug naar Tunesië. Ik was zo verliefd. Bovendien had ik in Nederland geen werk dat me bond. Ik werkte als freelance styliste voor tijdschriften en was op een punt aangekomen dat ik iets anders wilde. Steeds bracht ik één tot drie maanden door in Tunesië en daarna ging ik weer terug naar Nederland om er een paar klussen te doen te werken. Toen ik weer eens in Douz was, gingen Abderrahim en ik naar een Bedoeïenen helderziende. Zij voorzag dat we veel moeilijkheden zouden krijgen, maar we die samen zouden overwinnen.
Jammer genoeg kreeg ze gelijk. Inmiddels was al gebleken dat de hennalezeres gelijk had gekregen. Mijn familie had moeite met mijn relatie met Abderrahim. Ze waren bang dat ik in een Islamitische cultuur was terechtgekomen waarin vrouwen worden onderdrukt. Wat ze maar niet konden begrijpen was dat ik tussen de bedoeïenen woonde, waar de woestijn en de familie centraal staan, en de Islam maar een kleine andere rol speelt. Abderrahims familie is liberaal, geïnteresseerd in de Europese levensstijl en ze dringen mij niets op. Zodra ik een hoofddoek omdoe om me te beschermen tegen de zon en het zand, wordt die zelfs onmiddellijk van mijn hoofd gegrist. Dat vinden ze raar. Het is ook niet zo dat iedereen een hoofddoek draagt. Er lopen hier genoeg hippe meisjes rond in een hippe kledingstijl. Natuurlijk roept de moskee ook in Douz vijf keer per dag op om te gaan bidden richting Mekka, maar daar hoef je wordt niet door iedereen geen gehoor aan gegeven. Abderrahim en zijn familie doen dat niet, ook al hebben ze er respect voor. Om uit te leggen hoe de cultuur hier in elkaar zit, heb ik veel brieven geschreven aan voor familie. Nu begrijpen ze het meer en hebben ze er vrede mee. Ik heb geprobeerd om Abderrahim naar Nederland te halen voor een vakantie zodat hij ze kan ontmoeten en ziet hoe ik ben opgegroeid en hoe Nederland in elkaar zit. Maar hijkrijgt kreeg geen visum omdat ze bang zijn dat hij zich hier wil vestigen op basis van 'economische gronden'. Dat vind ik erg jammer en oneerlijk. Ik geloof nooit dat hij in Nederland kan floreren, want de woestijn zit echt diep in zijn hart.
Abderrahim en ik liepen tegen nog meer problemen aan: in zijn familie bleken waren ruzies waar ik liever niet op inga, grote problemen en ik had zelf best mijn twijfels over onze relatie. Ging Abderrahim echt voor mij of viel hij voor me omdat ik westers ben en hij dacht geld aan mij te kunnen verdienen? Ik heb het hem niet makkelijk gemaakt, ieder keer weer moest hij mij van zijn liefde overtuigen. De taal bleef een probleem. Vrij snel na mijn ontmoeting met Abderrahim heb ik mijn Frans opgehaald zodat wij in ieder geval goed met elkaar konden praten. Met zijn familie blijf ik maar van die oppervlakkige gesprekjes houden. Als ze allemaal bij elkaar zijn, voel ik me soms net een klein kind. Dan lijkt het of ze me zijn vergeten en ratelen ze allemaal door elkaar heen in het Arabisch. Daarom ben ik nu Arabisch aan het leren.
Uiteindelijk lukte het Abderrahim en mij om alle problemen te overzien op te lossen. We hebben inmiddels een bedrijf opgericht waarmee we trektochten door de woestijn organiseren met paarden en dromedarissen. Dat is zo’n schitterende manier van reizen. Vroeger trokken ze al op die manier door de woestijn. De dromedarissen worden als lastdier gebruikt en hebben ook grote bidons flink wat zakken water bij zich want de paarden moeten iedere dag kunnen drinken. We hebben een route van een dag of zes uitgezet die leidt van oase naar oase waterbron naar waterbron en we overnachten in bedoeïenententen. In december hebben we de eerste trektocht gemaakt en het was fantastisch. Nu zijn we een ranch aan het bouwen voor de paarden. Verder werken Abderrahim en ik op een dadelboomgaard. Hij klimt de boom in en kapt de trossen dadels af en de dorre palmtakken die daarbij horen. De takken, die soms wel vier of vijf meter lang zijn, verzamel ik. Er worden erfafzettingen en afdekkingen van gemaakt. Ik vind het fijn om voortdurend zo nu en dan intensief met hem samen te werken. Abderrahim en ik zijn gewoon niet uit elkaar te slaan.
Met de vrouwen van Douz heb ik nog weinig intens contact omdat ik de taal niet spreek. Abderrahims familie ziet het liefst dat ik ieder dag even bij ze langs ga, maar daar voel ik niet zoveel voor. Ik wil graag mijn eigen identiteit behouden. Ik en vind het niet erg om een vrij besloten enigszins excentriek leven te leiden. De laatste jaren dat ik in Nederland woonde, was ik ook veel alleen en dat beviel me prima. Ik heb mijn eigen bezigheden, ik ben druk met huishouden en de paarden en ben hier van alles gaan fotograferen: van bedoeïenenbruiloften tot de besnijdenis van een klein jongetje. Dat ik daar als westerse mag bij zijn, vind ik zo’n eer. Ik ben ook een boek aan het schrijven over mijn ervaringen.
Ik reis nu twee jaar heen en weer tussen Tunesië en Nederland, maar ik ga me binnenkort definitief vestigen in Douz. Voor mijn gevoel is er geen weg terug. Mijn woestijnprins en ik horen bij elkaar.”
Kader:
Meer info over de trektochten die Abderrahim en Wenda door de Sahara organiseren vind je op www.wendarietveld.nl
< TERUG NAAR REPORTAGES |