|
|
![]() |
| 2009 MAMA | |
|
Doet jouw kind ook alles fantastisch, super en geweldig? Ouders hebben de neiging hun kinderen te bedelven onder complimenten. Niet zo handig, vinden psychologen. Je kind kan er heel onzeker van worden. Mijn dochter geeft met andere zesjarigen een gymnastiekdemonstratie. Een klasgenootje is aan de beurt. Haar cameracrew stelt zich op bij de evenwichtsbalk: papa filmt iedere stap van zijn dochter, mama neemt foto’s van het ingespannen gezichtje. Als de oefening klaar is, springt het kind van de balk en kijkt om zich heen of ze een staande ovatie verwacht. Mama omhelst haar en zegt luid dat ze fantastisch is, papa vertelt haar dat niemand zo goed kan gymmen als zijn. Het is natuurlijk fijn voor het meisje dat haar ouders zo dol op haar zijn, maar hier krijg ik een ongemakkelijk gevoel bij. Steeds vaker zie ik ouders die doorslaan in het bewonderen van hun eigen kroost. Een klungelige tekening wordt ingelijst of het een net ontdekte Picasso is, als een vijfjarige weer een zwemlintje heeft gehaald dan wordt er een minifeestje georganiseerd met slagroomtaart en een cadeautje, het veterstrikdiploma moet zelfs door de postbode worden bewonderd, en de po met het eerste plasje wordt doorgegeven onder het bezoek. Dit zijn natuurlijk excessen, maar als je goed oplet merk je dat het ego van kinderen voortdurend wordt gestreeld. Geen prestatie blijft onopgemerkt, ze krijgen het ene compliment na de andere te horen. Een tijdje terug was ik bij een vriendin wijntjes aan het tetteren terwijl haar driejarige zoontje aan tafel zat te kleien. Iedere vormloze homp die hij produceerde werd door haar met hoge stem bemoedigd. Waarom doe je dat eigenlijk? vroeg ik. Daar moest ze even over nadenken, maar toen zei ze: “Ik heb het idee dat kinderen veel positieve bevestiging nodig hebben. Mijn zoontje wil het liefst dat ik over alles wat hij doet iets leuks zeg. En ik houd van hem, dus ik doe dat graag. ” Ik ben vaak net zo bemoedigend, maar om eerlijk te zijn word ik er soms doodmoe van. Zit ik eindelijk even de krant te lezen, wordt er weer een tekening onder mijn neus gedrukt, of moet ik opstaan om naar een bouw- of knutselwerk te kijken. Gemakzuchtig roep ik dan van achter mijn krant: “Prachtig hoor. Goed gedaan.” Kritiek geven op de prestaties van mijn kinderen vind ik ook erg moeilijk. Een tekening moet wel een erg ongeïnteresseerd kraswerk zijn wil ik er niet iets aardigs over zeggen. Waarom ik dat doe? Tja, een van mijn stelregels is: A compliment a day, keeps the therapist away. Ik wil graag dat mijn kinderen veel zelfvertrouwen krijgen, en als een compliment van mama daarbij helpt, geef ik dat. Ook al is het niet altijd van harte gemeend. Ontwikkelingspsycholoog Sander Thomaes is er helemaal niet zo van overtuigd dat al die complimenten zorgen voor blije gelukkige kinderen die overlopen van het zelfvertrouwen. Volgens hem moet je goed nadenken voordat je een compliment maakt. Dat blijkt uit een eenvoudig onderzoekje. Twee groepen basisschoolleerlingen maakten een makkelijke puzzel. Alle kinderen hadden de puzzel binnen no time af. De eerste groep leerlingen kreeg te horen dat ze goed hun best hadden gedaan. De tweede groep werd verteld dat ze heel erg knap en hartstikke intelligent waren. Vervolgens moesten de kinderen een bijna onmogelijke puzzel maken. De kinderen die eerder hadden gehoord dat ze goed hun best hadden gedaan, zetten door. De tweede groep haakte veel sneller af. Deze kinderen reageerden gefrustreerd en werden boos. Sander: “De tweede groep kinderen had eerst een compliment gekregen over hun persoonlijkheid. Toen het ze niet lukte om de moeilijke puzzel te maken, kregen ze het gevoel dat er iets met ze mis was. Als ouders hun kinderen voortdurend complimenten geven over hun persoonlijkheid, dan krijgen die kinderen het gevoel dat ze de liefde van hun ouders niet verdienen als ze iets niet kunnen of iets fout doen . Ze denken dat ze om de liefde te krijgen ze voortdurend heel goed moeten presteren, en liefst beter dan alle anderen. Voor die kinderen wordt het leven een aaneenschakeling van momenten is waarop ze moeten bewijzen wat ze waard zijn. En dat leidt tot kinderen met narcistische persoonlijkheidskenmerken.” Iedereen heeft wel een narcistje in zijn omgeving: het is het kind dat het hardste schreeuwt in de klas, dat indruk probeert te maken met de allernieuwste merkkleding, het laatste computerspelletje of de baan van zijn vader of moeder, dat krijsend instort als het niet op een verjaardagspartijtje is gevraagd en zijn tennisracket à la McInroe weggooit als hij de wedstrijd verliest. Continu moet het kind het gevoel hebben dat de wereld om hem draait en iedereen om hem heen doordrongen is van zijn unieke positie. Een narcistje kan absoluut niet tegen kritiek. Nu is het niet zo dat ouders verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor de persoonlijkheid van hun kind. Maar als je zoontje aanleg heeft voor narcisme en voortdurend van jou te horen krijgt dat hij fantastisch, geweldig en super is, zal hij eerder narcistische kenmerken ontwikkelen. En dat is niet leuk voor hem. Narcisme betekent verslaafd zijn aan de bewondering van andere mensen. Valt die bewondering weg, dan voelt je zoontje zich onzeker, bang, en in de steek gelaten en kan het intens verdrietig, maar ook boos of agressief reageren. Positieve feedback geven is wel heel belangrijk. Hoe moet je dat dan doen als verantwoorde ouder? Sander Thomaes: “Ouders moeten in ieder geval af van het idee dat het wel goed komt als je maar heel veel complimenten geeft. De laatste jaren zijn er steeds meer aanwijzingen dat een goed compliment de juiste inhoud moet hebben en op de juiste manier en op het juiste moment moet worden gezegd. Het belangrijkste is dat je een kind aanspreekt op zijn gedrag, niet op zijn persoonlijkheid. Dat je zegt: ‘Wat heb jij goed je best gedaan op die tekening ’ in plaats van ‘Wat ben jij een goede tekenaar.’ Het juiste moment slaat op dat je je beter niet te pas en te onpas complimenten geven, want dan verliest het zijn waarde, en op de juiste manier: dat je kind merkt dat je het meent. Je kind moet leren dat liefde niet afhankelijk is van prestaties.” Ik ontdek al snel dat dit advies ingewikkelder is dan het lijkt. Neem de maaltijden bij ons thuis. Dat zijn niet de gezellige familiehoogtepunten zoals je op televisiereclames ziet. Ik houd wel van een van experiment dus regelmatig ik verras ik mijn gezin met een nieuw recept. Wanneer ik vol trots een creatie op tafel zet, zeggen mijn kinderen vaak nog voordat ze een hap hebben genomen: ‘Gadverdamme, dat lust ik niet.’ Mijn dochtertje praat continu terwijl ze in haar eten roert, mijn zoontje doet luidruchtig een auto na en eet ook niet, en dan moet een van de twee altijd poepen. Maar laatst at mijn weinig lustende zoontje de Marokkaanse kikkererwtenkorianderschotel met smaak op. Daar was ik zo blij om dat ik hem flink knuffelde en tegen mijn dochter zei: “Kijk eens, je kleine broer heeft zijn bord wél al leeg gegeten!” En daarmee gaf ik ten eerste aan dat mama vooral van haar zoontje houdt als hij zijn bord leegeet, maar ik zondigde ook tegen de tweede regel van het complimenten geven: Gij zult uw kind niet met een ander vergelijken. Sander Thomaes: “Als je je kind steeds met anderen vergelijkt, dan krijgt het het gevoel dat het beter dan al die anderen moet zijn om jouw liefde te verdienen. En dat kan een kind natuurlijk nooit waarmaken. Ik vind het een taak voor ouders om hun kinderen te leren accepteren dat ze sommige dingen niet goed kunnen. Stel dat het niet lekker gaat op school. Dan moet je niet verdoezelen door er geen aandacht aan te geven. Je kunt beter met je kind bespreken dat het niet erg is dat hij sommige dingen niet zo goed kan. Dat maakt voor jouw gevoelens voor hem niet uit. Het gaat erom dat je kind zijn best doet. En als hij dat doet, dan geef je hem een compliment.” Maar dan moet je wel weten wat de capaciteiten van je kind zijn. Jildou (35) ontdekte onlangs dat haar dochter Robin (8) dyslexie heeft. “In groep drie ging het al niet lekker met lezen, maar in groep vier was Robin de slechtste van de klas. Het is geen domme meid, en daarom concludeerde ik dat ze gewoon haar best niet deed. De juf dacht dat ook. Iedere vrijdag gaf ze een briefje mee om te vertellen of Robin zich die week had ingezet, en die briefjes werden steeds vinniger. Ik werd er wanhopig van. Steeds weer vertelde ik Robin dat ze slim genoeg was en haar schouders eronder moest zetten. Robin werd daar woedend om. Op een gegeven moment schreeuwde ze me zelfs toe: ‘Kan mij het ballen!’ Toen stelde de juffrouw voor dat Robin een capaciteitstest aflegde en daaruit bleek dat ze een vorm van dyslexie heeft. Ik voelde me zo schuldig: Robin had al die tijd wel haar best gedaan, maar het lukte gewoon niet. Ze moet zich al die tijd ontzettend gefrustreerd hebben gevoeld.” Complimenten geven blijkt nog best ingewikkeld te zijn. Ik roep niet meer uit gemakzucht naar mijn kinderen dat ze geweldig zijn, maar probeer het met beleid te doen. Van de week had mijn dochter lintjes zwemmen. Ik vond ook dat ze best aardig kon zwemmen, maar tot mijn verbazing kondigde de badmeester Rob aan dat ze wel drie lintjes kon overslaan en meteen naar de afzwemgroep mocht. Ik kon wel juichen: mijn angst dat ze verzoop zou binnenkort voorbij zijn. En ik hoefde niet meer een uur in de week in een sauna-achtig hok te zitten met acht moeders die met elkaar zo hard mogelijk praatten over niets. Ik zei tegen mijn dochter dat ik hartstikke knap vond, en ze ontzettend goed haar best had gedaan. En toen voegde ik eraan toe: “Maar je weet toch wel dat ik net zoveel van je houd als je geen lintje had gehaald?” Ze knikte blij. En ik haalde opgelucht adem. (Kader) Tips voor het juiste compliment: - Strooi niet met complimenten maar geef ze alleen als je ze oprecht meent. |
|