MAARTJE FLEUR
INTERVIEWS
REPORTAGES
COLUMNS
CONTACT

2011 BEM! Magazine

Sara: ‘Mijn zoontjes hebben mijn joodse achternaam’

Sinds een paar jaar mogen je partner en jij kiezen welke achternaam jullie baby krijgt. Sara Cuijpers wilde dolgraag dat haar twee zoontjes, Max (4) en Rafael (3), haar achternaam zouden krijgen. Als eerbetoon aan haar joodse familie waarvan het merendeel de Tweede Wereldoorlog niet overleefde.    

Sara Cuijpers (45)  “Tijdens dodenherdenking lag ik met mijn pasgeboren zoontje Rafael in het ziekenhuis. Andere jaren ging ik altijd naar de Dam, want dodenherdenking is in onze familie erg beladen. De ouders van mijn vader zijn omgebracht in Auschwitz en de rest van zijn familie heeft de oorlog ook niet overleefd. Ook de halve familie van mijn moeder is in die tijd omgekomen. Om in het kraambed toch stil te staan bij wat onze familie in de tweede wereldoorlog was aangedaan, belde ik tijdens de herdenking met mijn broer. Met mijn zoontje aan mijn borst zei ik: ‘Ze hebben geprobeerd de Cuijpers uit te moorden, maar er zijn er toch maar mooi twee bijgekomen.’
Uit eerbetoon aan mijn familie en mijn joodse achtergrond wilde ik graag dat mijn zoons mijn achternaam kregen. Waren mijn kinderen anders genoemd, dan zou niemand uit ons gezin die naam kunnen doorgeven. Mijn enige broer heeft geen kinderen en zal ze ook niet krijgen en ik heb geen zussen. Het had niet met het geloof te maken dat ik mijn kinderen mijn naam wilde geven, want dat speelt in mijn leven eigenlijk geen rol. Mijn vader was als kind wel vroom, maar hij verloor in de tweede wereldoorlog zijn vertrouwen in god. Mijn moeder is niet religieus opgevoed. Volgens de joodse wetten is ze niet eens joods, want dat ben je als je een joodse moeder hebt, en zij had alleen een joodse vader. Ik ben dus officieel ook niet joods.  
Mijn ouders hebben de oorlog totaal anders beleefd. Mijn moeder vertelde er vooral spannende verhalen over. Ze was vijftien toen de oorlog begon en hielp mee in het verzet. Ze koerierde valse bomkaarten, bracht een verzetsblaadje rond en bracht gestolen geld naar stakende spoorwegarbeiders. Ze heeft zelfs een keer een gedemonteerde stengun op haar fiets vervoerd. Mijn vader zweeg over wat hij tussen 1940 en 1945 had meegemaakt. Wat ik ervan weet, heeft mijn moeder stukje bij beetje aan mij verteld. Ik kan er hem niets meer over vragen, want hij is overleden toen ik 22 was.  
In 1942 is mijn vader opgepakt bij een razzia. De mannen werden allemaal op transport gesteld, en hij was een van de laatsten die moest instappen. Het was zo’n chaos dat de mogelijkheid ontstond om te ontsnappen. Hij wist dat hij dan zou moeten onderduiken want zijn persoonsbewijs was ingenomen. Gelukkig heft hij die kans gegrepen. Voordat hij onderdook, is hij bij zijn ouders langs geweest om ze te waarschuwen dat ook zij moesten onderduiken. Daar voelden ze niet veel voor, want ze dachten dat het allemaal niet zo’n vaart zou lopen. Mijn oma gaf mijn vader een kostbare broche die hij kon verpatsen als hij geld nodig had, en een foto van haarzelf. Dat was de laatste keer dat hij zijn ouders zag.
Na de oorlog ging mijn vader naar zijn ouderlijk huis, maar er woonden inmiddels andere mensen. Zijn ouders hadden wat kleden en schilderijen ondergebracht bij kennissen en hij besloot die op te gaan halen. Hij kreeg ze niet mee. Die mensen zeiden dat ze die dingen zelf nodig hadden. Als ik daaraan denk staat mijn verstand stil: hoe kun je een jongen van 23 die geen ouders meer heeft, geen familie, geen huis, helemaal niets, weigeren om terug te geven wat hem toebehoorde? Het enige wat hij als aandenken heeft van zijn ouderlijk huis, zijn twee kandelaars die waren ondergebracht bij andere kennissen. Die staan nu bij mij op het dressoir. Ik heb ze laten taxeren en ze zijn bijna niets waard: ze blijken niets eens van zilver te zijn. Voor mijn familie zijn ze gemaakt van puur goud. Het is het enige tastbare aandenken dat mijn vader had van iedereen die hij liefhad.
Ook al kreeg ik als kind niet te horen wat mijn familie was overkomen, toch was ik bang. Ik weet nog dat ik op een kermis was en ineens een grote knal hoorde. Ik schrok er enorm van want ik dacht: de derde wereldoorlog is begonnen en nu word ik gedeporteerd. Ik dacht vaak na over wat ik mee moest nemen als het zover zou zijn. Die angsten besprak ik niet met mijn moeder omdat ik ervan uitging dat zij zo’n oorlog toch niet kon tegenhouden. Ook met andere kinderen praatte ik er niet over. Mijn ouders hadden tegen me gezegd dat ik ze beter niet over mijn afkomst kon vertellen. Uit angst, denk ik. Als klasgenootjes vroegen waarom ik geen opa’s of oma’s had, zei ik altijd dat ze nog moesten terugkomen uit Duitsland. Ik had de hoop dat ze de weg niet konden vinden, maar toch echt een keer naar huis zouden komen. Blijkbaar begreep ik het  joodse eufemisme ‘die zijn niet teruggekomen uit de oorlog’ nog niet helemaal. Zelfs toen ik allang volwassen was, vlamde de angst af en toe hoog op. Op mijn 26ste had ik een vriendje die was opgegroeid in een klein boerendorpje. Toen hij dat vertelde, was mijn eerste gedachte: mooi, dan heb ik in ieder geval een adres waar ik kan onderduiken als de oorlog weer uitbreekt.
Misschien dat mijn afkomst er ook voor zorgde dat ik een diepe kinderwens had. Ik ging er altijd vanuit dat ik de ware wel zou tegenkomen, en die kinderen dan vanzelf zouden komen, maar toen ik 34 was en nog steeds geen vaste relatie had, besefte ik dat ik iets moest ondernemen. Ik heb lang nagedacht over hoe ik het moederschap kon aanpakken. Ideaal leek me om aan een goede vriend te vragen of hij met mij een kind wilde, en we boven elkaar zouden gaan wonen zodat we het samen konden opvoeden. Maar wat als hij een vriendin kreeg die ook kinderen wilde? Dan werd het voor het kind erg ingewikkeld. Ik besloot dat het een homoman moest zijn. Al surfend op internet kwam ik terecht bij de site www.meerdangewenst.nl. Daar kun je advertenties vinden van homoseksuelen en lesbiennes die op zoek zijn naar een partner om een kind mee krijgen. Op een advertentie van een homostel heb ik gereageerd. We spraken af in een cafeetje om kennis te maken. Van tevoren dacht ik: zal ik iets leuks met mijn haar doen? Tot ik besefte dit geen date was, het ging nu om zoveel wezenlijker zaken.
Ik vond het leuke slimme mannen die goed hadden nagedacht over hun kinderwens. Ze zijn ook al meer dan tien jaar bij elkaar, en dat vond ik belangrijk want ik wilde een kind graag continuïteit bieden.  Nadat ik vijf minuten met ze had gekletst, wist ik al: dit zit goed. Het grappige is dat de vaders me onlang vertelden dat ze het precies zo ervoeren. Toch besloten we eerst een half jaar aan elkaar te snuffelen voordat we ervoor gingen. We moesten ook erg veel praktische zaken met elkaar afspreken: hoe gingen we de kinderen opvoeden, hoeveel tijd bracht het kind bij wie door? Wat als de mannen eventueel zouden gaan scheiden? En: welke naam gaven we het kind? Ik vertelde hoe belangrijk het voor mij was dat het kind mijn achternaam zou krijgen. De vaders gingen daarmee akkoord op één voorwaarde: dat zij de voornaam mochten kiezen. Daar had ik veel moeite mee, want ik wilde erover meedenken. De vaders waren onverbiddelijk. Ik mocht wel mijn voorkeur uitspreken over een lijstje namen dat ze mij gaven.
 Achteraf denk ik: van die  achternaam hadden we helemaal niet zo’n issue hoeven maken. We wilden allemaal dat onze zoons dezelfde achternaam zouden dragen en dus moest dat wel mijn naam zijn. Allebei de vaders hebben namelijk een zoon verwekt, en dus zouden ze allebei een ander naam hebben als ze naar hun biologische vader werden vernoemd. Maar ja, toen dit speelde wisten we niet dat we twee kinderen zouden krijgen. Dat de jongens mijn naam hebben, levert alleen een probleem op wanneer de vaders met ze op vakantie gaan. Laatst werd ik door de douane gebeld. “Mevrouw,’ zei de beambte,  ‘Ik heb hier twee mannen die beweren dat u akkoord bent dat ze met uw zoons op stap gaan? Klopt dat?’ Daar raakte ik wel geïrriteerd door. Alle papieren waren in orde en ik had een prachtige begeleidende brief geschreven. Aan de andere kant is het natuurlijk een goede zaak dat de douane streng controleert. 
In vijf jaar tijd is mijn leven compleet veranderd. Had je me toen gezegd dat ik moeder zou worden van twee zoons die mijn naam zouden dragen, dan had ik dat niet geloofd. Ik ben dolgelukkig met mijn jongens, en ik vind het geweldig dat zij voor continuïteit in onze familie zorgen. Zij krijgen later de kandelaars, het enige tastbare dat is overgebleven van mijn vaders familie. Ik hoop dat zij die net zo zullen koesteren als ik doe.”

Achternaam kiezen.
Sinds 1998 mag je zelf beslissen of de baby de achternaam van de moeder of van de vader krijgt. Het samenvoegen van jullie beide namen is niet mogelijk. Krijgen jullie samen nog meer kinderen, dan krijgen die automatisch dezelfde achternaam als jullie eerste kind. De overheid heeft deze regel ingesteld om ervoor te zorgen dat binnen het gezin een eenheid van achternamen blijft bestaan, wat niet alleen handig is op administratief gebied, maar ook een emotionele waarde heeft. Het is namelijk gebleken dat vooral kinderen het erg belangrijk vinden om dezelfde achternaam te hebben als hun broertjes en zusjes. Om deze keuze officieel te maken, moeten de ouders naar de ambtenaar van de burgerlijke stand  in hun eigen gemeente. Allebei de ouders moeten daarbij persoonlijk aanwezig zijn; het mag niet schriftelijk. Als de ouders niet vóór de geboorte of bij de aangifte van het kind samen een verklaring afleggen, dan krijgt het kind de achternaam van de vader. Is een vrouw alleenstaand, dan krijgt het kind automatisch haar achternaam.

Ook al je niet bent getrouwd kun je kiezen of je kind jouw naam krijgt, of die van je partner. Die keuze leg je vast op het moment van erkenning: dus wanneer de vader van de baby officieel aangeeft dat hij het kind als het zijne erkent. Ook daarvoor moeten bij de ouders zich melden bij de burgerlijke stand in hun gemeente. Homoseksuele stellen die getrouwd zijn of een geregistreerd partnerschap hebben, mogen er ook voor kiezen om het kind de naam van de niet-biologische  ouder te geven. Kinderen die daarna worden geboren binnen die relatie krijgen dezelfde achternaam.

< TERUG NAAR REPORTAGES